Matteus 4
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Toen werd Jesus door den Geest naar de woestijn geleid, om door den duivel te worden bekoord.
1Тодї повів Ісуса дух у пустиню на спокусу дияволську.
2En nadat Hij veertig dagen en veertig nachten had gevast, kreeg Hij honger.
2І постив він сорок днїв і сорок ночей, потім забажав їсти.
3De bekoorder naderde Hem, en zeide: Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg dan, dat deze stenen brood moeten worden.
3І прийшовши спокусник до Него, каже: Коли ти Син Божий, звели сим камінням зробитись хлїбом.
4Maar Hij antwoordde: Niet van brood alleen leeft de mens, doch van ieder woord, dat komt uit de mond van God.
4Він же, озвавшись, сказав: Писано: Не самим хлїбом жити ме чоловік, а кожним словом, що виходить із уст Божих.
5Toen voerde de duivel Hem naar de heilige stad, plaatste Hem op het dakterras van de tempel,
5Тодї диявол бере Його в сьвятий город, і ставить Його на церковнім крилї,
6en zeide: Indien Gij Gods Zoon zijt, werp U dan naar beneden. Want er staat geschreven: “Zijn engelen zal Hij over u bevelen, en zij zullen u op de handen dragen, opdat ge aan geen steen uw voet zoudt stoten”.
6і каже до Него: Коли ти Син Божий, кинь ся вниз, писано бо: Що накаже про Тебе ангелам своїм, і на руках понесуть Тебе, щоб не вдаривсь часом об камїнь ногою Твоєю.
7Jesus zeide hem: Er staat ook geschreven: “Gij zult den Heer uw God niet beproeven”.
7Рече йому Ісус: Писано знов: Не спокушуй Господа Бога твого.
8Weer nam de duivel Hem mee naar een zeer hoge berg, en toonde Hem alle koninkrijken der wereld en hun heerlijkheid.
8Знов бере Його диявол на гору височенну, й показує Йому всї царства на сьвітї й славу їх;
9En hij zeide: Dit alles zal ik U geven, zo Gij neervalt en mij aanbidt.
9і каже до Него: Оце все дам тобі, коли, припавши, поклониш ся менї.
10Toen sprak Jesus: Ga heen, satan; want er staat geschreven: “Gij zult den Heer uw God aanbidden, en Hem alleen dienen”.
10Рече тодї йому Ісус: Геть від мене, сатано! писано бо: Господу Богу твоєму кланяти меш ся, і Йому одному служити меш.
11Toen verliet Hem de duivel, en zie, de engelen naderden, en dienden Hem.
11Зоставив тодї Його диявол, і ось ангели приступили й служили Йому.
12Toen Jesus vernam, dat Johannes was gevangen genomen, vertrok Hij naar Galilea.
12Як же почув Ісус, що Йоана видано, то перейшов у Галилею;
13En nadat Hij Názaret had verlaten. kwam Hij te Kafárnaum wonen bij het meer, in het gebied van Zábulon en Néftali;
13і, покинувши Назарет, пійшов і пробував у Капернаумі, що при морю, у гряницях Завулона та Нефталима:
14opdat vervuld zou worden, wat door den profeet Isaias voorzegd was:
14щоб справдилось слово Ісаїї пророка, глаголючого:
15Het land van Zábulon En het land van Néftali, De weg naar zee, de overzijde van de Jordaan. Het Galilea der heidenen;
15Земля Завулон і земля Нефталим, на морському шляху, за Йорданом, Галилея поганська;
16Het volk, dat in duisternis zat, Heeft een groot licht aanschouwd. En over hen, die in het oord En in de schaduw des doods waren gezeten, Is een licht opgegaan.
16люде сидячі в темряві побачили сьвітло велике, й тим, що сидять у країнї й тїнї смертній, засяло сьвітло.
17Van toen af begon Jesus te prediken en te zeggen: Bekeert u, want het rijk der hemelen is nabij.
17З того часу почав Ісус проповідувати й глаголати: Покайтесь, наближилось бо царство небесне.
18Terwijl Jesus langs het meer van Galilea wandelde, zag Hij twee broers het net uitwerpen in het meer: Simon, die Petrus wordt genoemd, en Andreas zijn broer; want ze waren vissers.
18І, йдучи Ісус попри море Галилейське, побачив двох братів, Симона, званого Петром, та Андрея, брата його, що закидали невід у море; були бо рибалки.
19Hij zeide hun: Volgt Mij, en Ik zal mensenvissers van u maken.
19І промовив до них: Ідїть за мною, то зроблю вас ловцями людськими.
20Aanstonds verlieten ze hun netten, en volgden Hem.
20Вони ж зараз, покинувши неводи свої, пійшли слїдом за Ним.
21En toen Hij vandaar verder ging, zag Hij twee andere broers, Jakobus, den zoon van Zebedeüs, en Johannes zijn broer, die met hun vader Zebedeüs in de boot bezig waren, hun netten te herstellen; Hij riep ook hen.
21І, йдучи звідтіля, побачив инших двох братів, Якова Зеведеєвого та Йоана, брата його, у човнї з Зеведеєм, батьком їх, як налагоджували неводи свої; і покликав їх.
22Onmiddellijk verlieten ze de boot en hun vader, en volgden Hem.
22Вони ж зараз, покинувши човен і батька свого, пійшли слїдом за Ним.
23Nu trok Jesus heel Galilea door, leerde in hun synagogen, en preekte het Evangelie van het rijk; Hij genas iedere kwaal en iedere ziekte onder het volk.
23І ходив Ісус по всїй Галилеї, навчаючи по школах їх, і проповідуючи євангелию царства, та сцїляючи всякий недуг і всякі болестї поміж людьми.
24Zijn faam verspreidde zich door heel Syrië; en men bracht Hem allerlei kranken, die met verschillende ziekten en kwalen waren bezocht, ook bezetenen, lijders aan vallende ziekte en lammen; en Hij genas ze allen.
24І розійшлась чутка про Него по всїй Сирщинї; й приводжено до Него всїх недужнїх, що болїли всякими болещами та муками, й біснуватих, і місячників, і розслаблених; і сцїляв їх.
25En talrijke scharen uit Galilea en de Dekápolis, uit Jerusalem, Judea en het Overjordaanse volgden Hem.
25І йшло за Ним пребагато народу з Галилеї, й з Десятиграду, й з Єрусалиму, й з Юдеї, й зза Йордану.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.