Matteus 2
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Toen Jesus nu geboren was te Bétlehem van Juda in de dagen van koning Herodes, zie, toen kwamen er Wijzen uit het oosten te Jerusalem.
1Як же народивсь Ісус у Витлеємі Юдейському за царя Ірода, прийшли мудрцї зі сходу в Єрусалим,
2Ze zeiden: Waar is de Koning der Joden, die zo juist geboren moet zijn? Want we hebben zijn ster in het oosten gezien, en zijn gekomen, om Hem te aanbidden.
2говорячи: Де нарождений цар Жидівський? бачили бо ми зорю його на сходї, й прийшли поклонитись йому.
3Toen koning Herodes dit hoorde, werd hij ontsteld, en heel Jerusalem met hem.
3Почувши ж цар Ірод, стрівожив ся, і ввесь Єрусалим із ним.
4Hij riep alle opperpriesters en schriftgeleerden van het volk bijeen, en vroeg ze, waar de Christus zou worden geboren.
4І, зібравши всїх архиєреїв і письменників людських, допитував ся в них, де Христу родити ся.
5Ze zeiden hem: In Bétlehem van Juda; want zo is er geschreven door den profeet:
5Вони ж казали йому: В Витлеємі Юдейському, бо ось як написано в пророка:
6“En gij, Bétlehem, land van Juda, zijt zeker de minste niet onder de hoofdplaatsen van Juda; want uit u zal een vorst voortkomen, die mijn volk Israël leiden zal.”
6І ти, Витлеєме, земле Юдина, нїчим не гірша єси між князями Юдиними; бо з тебе прийде гетьман, що старшинувати ме над народом моїм Ізраїлем.
7Toen ontbood Herodes heimelijk de Wijzen, en ondervroeg ze nauwkeurig over de tijd, waarop hun de ster was verschenen.
7Закликавши тодї Ірод тайкома мудрцїв, пильно в них випитував, якого часу показалась зоря.
8Hij zond ze naar Bétlehem en sprak: Gaat, en doet zorgvuldig navraag naar het Kind; en als gij Het gevonden hebt, meldt het me dan, opdat ook ik Het ga aanbidden.
8І послав їх у Витлеєм, і каже: Йдїть та розпитайтесь пильно про те хлопятко; а як знайдете, принесїть менї звістку, щоб і менї пійти поклонитись йому.
9Toen ze den koning hadden aangehoord, gingen ze heen. En zie, de ster, die ze in het oosten hadden gezien, ging voor hen uit, totdat ze kwam boven de plaats, waar het Kind was, en daar bleef staan.
9Вони ж, вислухавши царя, вийшли; коли се зоря, що бачили на сходї, йде поперед них, поки прийшла та й стала зверху, де було хлопятко.
10Toen ze de ster zagen, waren ze buitengewoon verheugd.
10Побачивши ж вони зорю, зрадїли вельми великою радостю.
11En toen ze het huis waren binnengetreden, vonden ze het Kind met zijn moeder Maria; ze vielen ter aarde neer, en aanbaden Het. Ze openden hun schatten, en boden Het geschenken aan: goud, wierook en mirre.
11І, ввійшовши в господу, знайшли хлопятко з Мариєю, матїрю його, й, припавши, поклонились йому; й, відкривши скарби свої, піднесли йому дари: золото, ладан і миро.
12En daar ze in een droom waren gewaarschuwd, om niet naar Herodes terug te keren, vertrokken ze langs een andere weg naar hun land.
12І, бувши остережені вві снї, не вертатись до Ірода, вернулись в свою землю иншим шляхом.
13Toen ze waren heengegaan, zie, daar verscheen een engel des Heren in een droom aan Josef, en sprak: Sta op, neem het Kind en zijn moeder, en vlucht naar Egypte; blijf daar, tot ik het u zeggen zal. Want Herodes komt het Kind zoeken, om Het te doden.
13Як же вони вийшли, ось ангел Господень являєть ся Йосифові вві снї, глаголючи: Встань, візьми хлопятко й матїр його, та втїкай в Єгипет, і перебудь там, поки сповіщу тебе; бо Ірод шукати ме хлопятка, щоб убити його.
14Hij stond op, nam midden in de nacht het Kind en zijn moeder, en vluchtte naar Egypte.
14Він же, вставши, взяв хлопятко й матїр його в ночі, та й пійшов у Єгипет.
15Daar bleef hij tot de dood van Herodes; opdat vervuld zou worden, wat de Heer door den profeet had gezegd: “Uit Egypte heb Ik mijn zoon geroepen”
15І пробував там аж до смерти Іродової, щоб справдилось, що сказав Господь через пророка, глаголючи: Із Єгипту покликав я сина мого.
16Toen Herodes bemerkte, dat hij door de Wijzen was verschalkt, werd hij zeer toornig. Hij zond zijn lieden uit, en doodde in Bétlehem en heel de omtrek alle knapen van twee jaar en jonger, overeenkomstig de tijd, die hij van de Wijzen was te weten gekomen.
16Бачивши тодї Ірод, що мудрцї насьміялись із него, розлютував ся вельми, та й послав повбивати всїх дїтей у Витлеємі й у всїх границях його, од двох років і меньше, по тому часу, що про него він пильно довідував ся в мудрцїв.
17Toen werd vervuld, wat door den profeet Jeremias gezegd was:
17Тодї справдилось, що промовив Єремія пророк, глаголючи:
18“Een stem is in Rama gehoord, Luid geween en geschrei: Rachel beweent haar kinderen, En wil niet getroost worden, want ze zijn niet meer.”
18Чути в Рамі голосїннє і плач і тяжке наріканнє: Рахиля плаче по дїтях своїх, і не дає розважати себе, бо їх нема вже.
19Maar toen Herodes was gestorven, zie, daar verscheen in Egypte een engel des Heeren in een droom aan Josef,
19Як же вмер Ірод, ось являєть ся ангел Господень уві снї Йосифу в Єгиптї,
20en sprak: Sta op, neem het Kind en zijn moeder, en ga naar het land van Israël; want zij, die het Kind naar het leven stonden, zijn dood.
20глаголючи: Устань, та візьми хлопятко й матїр його, та йди в землю Ізраїлеву: бо ті померли, що шукали душі хлопятка.
21Hij stond op, nam het Kind en zijn moeder, en ging naar het land van Israël.
21І встав він, і взяв хлопятко й матїр його, та й пійшов у землю Ізраїлеву.
22Toen hij echter vernam, dat in Judea Archelaüs heerschte in plaats van zijn vader Herodes, vreesde hij daarheen te gaan; en nadat hij in een droom een waarschuwing had ontvangen, begaf hij zich naar de landstreek van Galilea.
22Та, почувши, що Архелай царює в Юдеї замість батька свого Ірода, побоявсь ійти туди; а, бувши остережений уві снї, звернув у сторони Галилейські:
23Daar aangekomen, vestigde hij zich in een stad, Názaret geheten; opdat vervuld zou worden, wat door de profeten voorspeld was: Een Nazareër zal Hij worden genoemd.
23і, прийшовши, жив у городї, що його звали Назарет, щоб справдилось сказане в пророків: Що звати меть ся Назореєм.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.