Matteus 20
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Het rijk der hemelen toch is gelijk aan een heer des huizes, die in de vroege morgen uitging, om arbeiders voor zijn wijngaard te huren.
1Подібне бо царство небесне чоловіку господареві, що вийшов рано вранцї наймати робітників у виноградник свій.
2Nadat hij met de arbeiders was overeengekomen voor één tienling per dag, stuurde hij ze naar zijn wijngaard.
2І, згодившись із робітниками по денарию на день, післав їх у виноградник свій.
3En tegen het derde uur ging hij uit, en zag anderen werkeloos staan op de markt.
3І, вийшовши коло третьої години, побачив инших, що стояли на торгу без дїла,
4Hij zeide hun: Gaat ook gij naar mijn wijngaard; en wat billijk is, zal ik u geven.
4і рече до них: Ідїть і ви у виноградник, і що буде право, дам вам. Вони й пійшли.
5Ze gingen er heen. Opnieuw ging hij tegen het zesde en het negende uur, en deed eveneens.
5Вийшовши знов коло шестої і девятої години, зробив так само.
6Ook tegen het elfde uur ging hij uit, en vond er nog anderen staan. En hij sprak tot hen: Waarom staat gij hier de hele dag werkeloos?
6Вийшовши ж коло одинайцятої години, знайшов инших, що стояли без дїла, й рече до них: Чого тут стоїте увесь день без дїла?
7Ze zeiden hem: Omdat niemand ons heeft gehuurd. Hij zei hun: Gaat ook gij naar mijn wijngaard.
7Кажуть вони йому: Бо нїхто не найняв нас. Рече він їм: Ійдїть і ви в виноградник, і що буде право, одержите.
8Toen het nu avond geworden was, sprak de heer van de wijngaard tot zijn rentmeester: Roep de arbeiders, en geef hun het loon: te beginnen bij de laatsten, en zo tot de eersten.
8Як же настав вечір, рече пан виноградника доморядникові своєму: Поклич робітників, та роздай їм нагороду, почавши від останнїх аж до первих.
9Zij die op het elfde uur waren gekomen, ontvingen ieder een tienling.
9І прийшовши ті, що коло одинайцятої години, взяли по денарию.
10Toen nu ook de eersten kwamen, dachten ze meer te zullen ontvangen; maar ook zij kregen ieder een tienling.
10Прийшовши ж перші, думали, що більше візьмуть; та взяли й вони по денарию.
11Ze namen hem aan, maar begonnen tegen den heer des huizes te mopperen,
11І взявши вони, нарекали на господаря,
12en zeiden: Dezen hier, die het laatst zijn gekomen, hebben slechts één uur gewerkt; en ge stelt ze gelijk met ons, die de last en de hitte van de dag hebben gedragen.
12говорячи: Що сї останні одну годину робили, й зрівняв єси їх із нами, що зносили тяготу дня і спеку.
13Maar hij antwoordde aan één van hen: Vriend, ik doe u geen onrecht. Zijt ge niet voor een tienling met mij overeengekomen?
13Він же, озвавшись, рече одному з них: Друже, не кривджу тебе; хиба не за денария згодив ся єси зо мною?
14Neem dus het uwe, en ga heen. Ik wil aan hem, die het laatst is gekomen, evenveel geven als aan u.
14Візьми своє, та й іди: я ж хочу й сьому останньому дати, що й тобі.
15Of staat het me niet vrij, met het mijne te doen wat ik wil? Of zijt ge kwaad, omdat ik goed ben?
15Хиба ж не вільно менї робити, що хочу, з добром моїм? Чи того твоє око лихе, що я добрий?
16Zo zullen de laatsten de eersten zijn, en de eersten de laatsten; want velen zijn geroepen, maar weinigen zijn uitverkoren.
16Так будуть останнї перві, а перві останнї; багато бо званих, мало ж вибраних.
17Toen Jesus naar Jerusalem ging, nam Hij onderweg de twaalf leerlingen ter zijde, en sprak tot hen:
17І, йдучи Ісус у Єрусалим, узяв дванайцять учеників на самоту в дорозї, й рече до них:
18Ziet, wij gaan op naar Jerusalem; en de Mensenzoon zal worden overgeleverd aan de opperpriesters en schriftgeleerden, en ze zullen Hem ter dood veroordelen.
18Оце ми йдемо в Єрусалим; і буде виданий Син чоловічий архиєреям, та письменникам, і осудять вони Його на смерть;
19Ze zullen Hem overleveren aan de heidenen, om Hem te bespotten en te geselen en te kruisigen; maar op de derde dag zal Hij verrijzen.
19і видадуть Його поганам, щоб з Него насьміхались, та били, та розпяли, а третього ж дня він воскресне.
20Nu kwam de moeder der zonen van Zebedeüs naar Hem toe, vergezeld van haar zonen; ze viel voor Hem neer, om Hem iets te vragen.
20Тодї приступила до Него мати синів Зеведеєвих із синами своїми, кланяючись та просячи чогось у Него.
21Hij zeide haar: Wat verlangt ge? Ze sprak: Laat deze twee zonen van mij gezeten zijn in uw rijk, de een aan uw rechter-, de ander aan uw linkerhand.
21Він же рече до неї: Чого хочеш? Каже вона до Него: Скажи, щоб сидїли оцї два сини мої, один по правицї Твоїй, а другий по лївицї у царстві Твоєму.
22Maar Jesus antwoordde: Gij weet niet, wat gij vraagt. Kunt gij de kelk drinken, die Ik drinken zal? Ze zeiden: Dat kunnen we.
22Озвав ся ж Ісус і рече: Не знаєте, чого просите. Чи зможете ви пити чашу, яку я пити му, й хреститись хрещеннєм, яким я хрещусь? Кажуть йому: Зможемо.
23Hij sprak tot hen: Mijn kelk zult gij wel drinken; maar het zitten aan mijn rechter- en linkerhand kan Ik niet geven; dit is voor hen, wien het door mijn Vader bereid is.
23І рече до них: Ви-то чашу мою пити мете, й хрещеннєм, яким я хрещусь, хрестити метесь; тільки ж, щоб вам сидїти по правицї в мене й по лївицї в мене, се не єсть моє дати, а кому приготовлено від Отця мого.
24Toen de tien anderen dit hoorden, werden ze verontwaardigd op de beide broers.
24І почувши десять, ремствували на двох братів.
25Maar Jesus riep hen naar Zich toe, en sprak: Gij weet, dat de vorsten over de volkeren heersen, en dat de rijksgroten ze hun macht laten voelen.
25Ісус же, покликавши їх, рече: Ви знаєте, що в поган князї панують над ними, й великі управляють ними.
26Zo moet het niet zijn onder u; maar wie onder u groot wil worden, moet uw dienaar zijn;
26Не так же буде в вас: нї, хто хоче бути великим між вами, нехай буде вам слугою;
27en wie onder u de eerste wil wezen, moet uw knecht zijn.
27і хто хоче між вами бути першим, нехай вам буде рабом,
28Ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen, en zijn leven te geven tot losprijs voor velen.
28як Син чоловічий не прийшов, щоб служено Йому, а служити, й дати душу свою яко викуп за многих.
29Toen zij Jericho verlieten, volgde Hem een grote menigte. En zie, twee blinden, die langs de weg waren gezeten, hoorden, dat Jesus voorbijging, en riepen:
29І як виходили вони з Єрихона, йшло слїдом за Ним багато народу.
30Heer, zoon van David, ontferm u onzer.
30І ось двоє слїпих, що сидїли над шляхом, почувши, що Ісус переходить, кричали, кажучи: Помилуй нас, Господи, сину Давидів.
31Het volk viel tegen hen uit, om hen tot zwijgen te brengen. Maar ze riepen nog harder: Heer, zoon van David, ontferm u onzer.
31Народ же сваривсь на них, щоб мовчали; а вони ще більш кричали, кажучи: Помилуй нас, Господи, сину Давидів.
32Jesus bleef staan, riep hen, en sprak: Wat wilt gij, dat Ik voor u doe?
32І, зупинившись Ісус, покликав їх, і рече: Що хочете, щоб зробив вам?
33Ze zeiden: Heer, dat onze ogen worden geopend.
33Кажуть йому: Господи, щоб очі наші відкрились.
34En Jesus, door medelijden bewogen, raakte hun ogen aan. Aanstonds zagen ze, en volgden Hem.
34Змилосердив ся ж Ісус, і доторкнувсь очей їх, і зараз прозріли очі їх, і пійшли вони слїдом за Ним.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.