Matteus 14
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1In die tijd drong de faam van Jesus tot den viervorst Herodes door.
1Того часу Ірод четверовластник почув чутку про Ісуса,
2En hij zei tot zijn dienaars: Het is Johannes de Doper; hij is opgestaan van de doden, en daarom werken die krachten in hem.
2і рече до слуг своїх: Се Йоан Хреститель; він устав з мертвих, то й чудеса дїють ся від него.
3Herodes namelijk had Johannes gegrepen, in boeien geslagen, en in de gevangenis geworpen naar aanleiding van Heródias, de vrouw van Filippus, zijn broer.
3Бо Ірод піймав був Йоана, звязав його, і вкинув у темницю за Іродияду, жінку брата свого Филипа.
4Want Johannes had hem gezegd: Ge moogt haar niet behouden.
4Бо казав йому Йоан: Не годить ся тобі мати її.
5Hij wilde hem ter dood brengen, maar hij was bang voor het volk; want men hield hem voor een profeet.
5І, хотїв його стратити, та опасувавсь народу; бо мали його за пророка.
6Maar op de verjaardag van Herodes danste de dochter van Heródias in het midden der feestzaal, en ze behaagde aan Herodes.
6У день же родин Іродових, дочка Іродиядина танцювала перед ними й догодила Іродові.
7Daarom beloofde hij met een eed, haar alles te zullen geven, wat ze hem vragen zou.
7За се обіцяв він, клянучись, що дасть їй, чого просити ме.
8En zij, door haar moeder opgestookt, sprak: Geef me het hoofd van Johannes den Doper hier op een schotel.
8Вона ж, наперед навчена від матері: Дай менї, каже, тут на блюдї голову Йоана Хрестителя.
9Wel had de koning er spijt van, maar om de eed en om de gasten beval hij toch, het te geven.
9І засумів Ірод; однак, задля клятьби й задля тих, що сидїли з ним за столом, звелїв дати.
10Hij stuurde iemand weg, om Johannes in de kerker te onthoofden.
10І, пославши, стяв Йоана в темницї.
11Zijn hoofd werd op een schotel gebracht, en aan het meisje gegeven, dat het aanbood aan haar moeder.
11І принесено голову його на блюдї, й дано дївчинї, вона ж віднесла матері своїй.
12Zijn leerlingen kwamen het lichaam halen, begroeven het, en gingen het Jesus berichten.
12І прийшли ученики його, і взяли тїло, й поховали його, й прийшовши, сповістили Ісуса.
13Op deze tijding vertrok Jesus in een boot naar een woeste plaats in de eenzaamheid. Maar de scharen hoorden het, en gingen Hem uit de steden te voet achterna.
13Почувши про се Ісус, поплив звідтіля човном у пустиню сам один; і почувши народ, пійшов слїдом за Ним пішки з городів.
14Toen Hij dus te voorschijn trad, zag Hij een talrijke menigte; Hij had medelijden met hen, en genas hun zieken.
14І, вийшовши Ісус, побачив багато народу, й жалкував над ними, й сцїлив недужих їх.
15Tegen het vallen van de avond kwamen zijn leerlingen, en zeiden tot Hem: Deze plaats is woest, en het is reeds laat geworden; stuur de menigte weg, dan kunnen ze naar de dorpen gaan, en zich levensmiddelen kopen.
15Як же настав вечір, приступили до Него ученики Його, говорячи: Тут пустиня, і час уже минув; відошли народ, нехай іде в села, та накупить харчі собі.
16Maar Jesus sprak tot hen: Ze behoeven niet te gaan; geeft gij hun te eten.
16Ісус же рече їм: Не треба їм ійти; дайте ви їм їсти.
17Ze antwoordden: We hebben hier slechts vijf broden en twee vissen.
17Вони ж кажуть Йому: Не маємо тут, як тільки пять хлїбів та дві риби.
18Hij zei hun: Brengt ze Mij hier.
18Він же рече: Принесїть менї їх сюди.
19En nadat Hij de scharen bevolen had, zich neer te zetten op het gras, nam Hij de vijf broden en de twee vissen, zag op ten hemel en sprak er de zegen over uit: Hij brak de broden en gaf ze aan de leerlingen, en de leerlingen gaven ze aan het volk.
19І звелїв народові посїдати на траві, і, взявши пять хлїбів та дві риби, й поглянувши на небо, поблагословив, і, ламлючи, подавав хлїби ученикам, а ученики людям.
20Allen aten. en werden verzadigd. En ze verzamelden het overschot der brokken: twaalf korven vol.
20І їли вони всї, й понаїдались; і назбирали окрушин, що позоставались, дванайцять повних кошів.
21Het waren ongeveer vijfduizend mannen, die hadden gegeten, behalve nog de vrouwen en kinderen.
21А тих, що їли, було тисяч із пять чоловіка, опріч жінок та дїтей.
22Onmiddellijk daarna dwong Hij zijn leerlingen scheep te gaan, en vóór Hem uit naar de overkant over te steken; intussen zond Hij de menigte heen.
22І примусив зараз Ісус учеників своїх увійти в човен, і плисти поперед Него на той бік, поки Він одпустить народ.
23En nadat Hij het volk had heengezonden, besteeg Hij de berg, om in de eenzaamheid te bidden. Die avond bleef Hij daar alleen.
23А відпустивши народ, зійшов на гору самотою молитись; і як настав вечір, був там один.
24Toen de boot reeds meerdere stadiën van de kust was verwijderd, werd ze door de golven geteisterd; want de wind was tegen.
24Човен же був уже серед моря, і било його филями; бо вітер був противний.
25Maar in de vierde nachtwaak kwam Hij naar hen toe, wandelend op het meer.
25У четверту ж сторожу ночи, прийшов до них Ісус, ідучи по морю.
26De leerlingen, die Hem over het meer zagen wandelen, werden ontsteld, en zeiden: Het is een spook. En ze gilden van angst.
26І побачивши ученики, що Він іде по морю, стрівожились, кажучи, що се мара, й кричали з переляку.
27Aanstonds sprak Jesus hen toe, en zeide: Weest gerust, Ik ben het; vreest niet.
27Ісус же заговорив зараз до них, глаголючи: Спокойте ся: се я: не лякайтесь.
28Petrus antwoordde: Heer, zo Gij het zijt, beveel mij dan, over het water tot U te komen.
28Петр же, озвавшись, каже до Него: Господи, коли се Ти, звели менї йти до Тебе по водї.
29Hij sprak: Kom! Petrus klom uit de boot, en wandelde over het water, om bij Jesus te komen.
29Він же рече: Іди. І вийшов Петр із човна, й пійшов по водї, щоб ійти до Ісуса.
30Maar bij het zien van de geweldige storm werd hij bang, en riep, toen hij begon te zinken: Heer, red mij!
30Та, бачивши сильний вітер, злякавсь, і, почавши тонути, кричав, говорячи: Господи, спаси мене.
31Aanstonds stak Jesus de hand uit, greep hem vast, en sprak: Kleingelovige, waarom hebt ge getwijfeld?
31Ісус же простяг зараз руку, вхопив його, й рече до него: Маловіре, чого всумнив ся єси?
32En toen zij in de boot waren geklommen, bedaarde de wind.
32І як увійшли вони в човен, утих вітер.
33Nu wierpen zij, die in het vaartuig waren, zich voor Hem neer, en zeiden: Waarachtig, Gij zijt de Zoon van God.
33А ті, що були в човнї, приступивши, поклонились Йому, кажучи: Істино Божий Син єси.
34Toen zij de overkant hadden bereikt, gingen zij naar het land van Gennézaret.
34І, попливши, прибули вони в землю Генисарецьку.
35Zodra de lieden dier plaats Hem herkenden, zonden ze bericht in heel de omtrek, en brachten alle zieken naar Hem toe.
35І познавши Його тамешні люде, послали по всїй тій околицї, і приводили до Него всїх недужих;
36Ze vroegen Hem, enkel de zoom van zijn kleed te mogen aanraken. En allen, die Hem aanraakten, werden genezen.
36і благали Його, щоб тільки приторкнутись їм до краю одежі Його; й скільки їх доторкувалось, одужували.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.