Matteus 14
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
1In die tijd drong de faam van Jesus tot den viervorst Herodes door.
1那時,分封的王 希律 聽見耶穌的名聲,
2En hij zei tot zijn dienaars: Het is Johannes de Doper; hij is opgestaan van de doden, en daarom werken die krachten in hem.
2就對臣僕說:「這是施洗的 約翰 從死裏復活,所以這些異能從他裏面發出來。」
3Herodes namelijk had Johannes gegrepen, in boeien geslagen, en in de gevangenis geworpen naar aanleiding van Heródias, de vrouw van Filippus, zijn broer.
3起先, 希律 為他兄弟 腓力 的妻子 希羅底 的緣故,把 約翰 拿住,鎖在監裏。
4Want Johannes had hem gezegd: Ge moogt haar niet behouden.
4因為 約翰 曾對他說:「你娶這婦人是不合理的。」
5Hij wilde hem ter dood brengen, maar hij was bang voor het volk; want men hield hem voor een profeet.
5希律 就想要殺他,只是怕百姓,因為他們以 約翰 為先知。
6Maar op de verjaardag van Herodes danste de dochter van Heródias in het midden der feestzaal, en ze behaagde aan Herodes.
6到了 希律 的生日, 希羅底 的女兒在眾人面前跳舞,使 希律 歡喜。
7Daarom beloofde hij met een eed, haar alles te zullen geven, wat ze hem vragen zou.
7希律 就起誓,應許隨她所求的給她。
8En zij, door haar moeder opgestookt, sprak: Geef me het hoofd van Johannes den Doper hier op een schotel.
8女兒被母親所使,就說:「請把施洗 約翰 的頭放在盤子裏,拿來給我。」
9Wel had de koning er spijt van, maar om de eed en om de gasten beval hij toch, het te geven.
9王便憂愁,但因他所起的誓,又因同席的人,就吩咐給她;
10Hij stuurde iemand weg, om Johannes in de kerker te onthoofden.
10於是打發人去,在監裏斬了 約翰 ,
11Zijn hoofd werd op een schotel gebracht, en aan het meisje gegeven, dat het aanbood aan haar moeder.
11把頭放在盤子裏,拿來給了女子;女子拿去給她母親。
12Zijn leerlingen kwamen het lichaam halen, begroeven het, en gingen het Jesus berichten.
12約翰 的門徒來,把屍首領去埋葬了,就去告訴耶穌。
13Op deze tijding vertrok Jesus in een boot naar een woeste plaats in de eenzaamheid. Maar de scharen hoorden het, en gingen Hem uit de steden te voet achterna.
13耶穌聽見了,就上船從那裏獨自退到野地裏去。眾人聽見,就從各城裏步行跟隨他。
14Toen Hij dus te voorschijn trad, zag Hij een talrijke menigte; Hij had medelijden met hen, en genas hun zieken.
14耶穌出來,見有許多的人,就憐憫他們,治好了他們的病人。
15Tegen het vallen van de avond kwamen zijn leerlingen, en zeiden tot Hem: Deze plaats is woest, en het is reeds laat geworden; stuur de menigte weg, dan kunnen ze naar de dorpen gaan, en zich levensmiddelen kopen.
15天將晚的時候,門徒進前來,說:「這是野地,時候已經過了,請叫眾人散開,他們好往村子裏去,自己買吃的。」
16Maar Jesus sprak tot hen: Ze behoeven niet te gaan; geeft gij hun te eten.
16耶穌說:「不用他們去,你們給他們吃吧!」
17Ze antwoordden: We hebben hier slechts vijf broden en twee vissen.
17門徒說:「我們這裏只有五個餅,兩條魚。」
18Hij zei hun: Brengt ze Mij hier.
18耶穌說:「拿過來給我。」
19En nadat Hij de scharen bevolen had, zich neer te zetten op het gras, nam Hij de vijf broden en de twee vissen, zag op ten hemel en sprak er de zegen over uit: Hij brak de broden en gaf ze aan de leerlingen, en de leerlingen gaven ze aan het volk.
19於是吩咐眾人坐在草地上,就拿着這五個餅,兩條魚,望着天祝福,擘開餅,遞給門徒,門徒又遞給眾人。
20Allen aten. en werden verzadigd. En ze verzamelden het overschot der brokken: twaalf korven vol.
20他們都吃,並且吃飽了,把剩下的零碎收拾起來,裝滿了十二個籃子。
21Het waren ongeveer vijfduizend mannen, die hadden gegeten, behalve nog de vrouwen en kinderen.
21吃的人,除了婦女孩子,約有五千。
22Onmiddellijk daarna dwong Hij zijn leerlingen scheep te gaan, en vóór Hem uit naar de overkant over te steken; intussen zond Hij de menigte heen.
22耶穌隨即催門徒上船,先渡到那邊去,等他叫眾人散開。
23En nadat Hij het volk had heengezonden, besteeg Hij de berg, om in de eenzaamheid te bidden. Die avond bleef Hij daar alleen.
23散了眾人以後,他就獨自上山去禱告。到了晚上,只有他一人在那裏。
24Toen de boot reeds meerdere stadiën van de kust was verwijderd, werd ze door de golven geteisterd; want de wind was tegen.
24那時船在海中,因風不順,被浪搖撼。
25Maar in de vierde nachtwaak kwam Hij naar hen toe, wandelend op het meer.
25夜裏四更天,耶穌在海面上走,往門徒那裏去。
26De leerlingen, die Hem over het meer zagen wandelen, werden ontsteld, en zeiden: Het is een spook. En ze gilden van angst.
26門徒看見他在海面上走,就驚慌了,說:「是個鬼怪!」便害怕,喊叫起來。
27Aanstonds sprak Jesus hen toe, en zeide: Weest gerust, Ik ben het; vreest niet.
27耶穌連忙對他們說:「你們放心,是我,不要怕!」
28Petrus antwoordde: Heer, zo Gij het zijt, beveel mij dan, over het water tot U te komen.
28彼得 說:「主,如果是你,請叫我從水面上走到你那裏去。」
29Hij sprak: Kom! Petrus klom uit de boot, en wandelde over het water, om bij Jesus te komen.
29耶穌說:「你來吧。」 彼得 就從船上下去,在水面上走,要到耶穌那裏去;
30Maar bij het zien van de geweldige storm werd hij bang, en riep, toen hij begon te zinken: Heer, red mij!
30只因見風甚大,就害怕,將要沉下去,便喊着說:「主啊,救我!」
31Aanstonds stak Jesus de hand uit, greep hem vast, en sprak: Kleingelovige, waarom hebt ge getwijfeld?
31耶穌趕緊伸手拉住他,說:「你這小信的人哪,為甚麼疑惑呢?」
32En toen zij in de boot waren geklommen, bedaarde de wind.
32他們上了船,風就住了。
33Nu wierpen zij, die in het vaartuig waren, zich voor Hem neer, en zeiden: Waarachtig, Gij zijt de Zoon van God.
33在船上的人都拜他,說:「你真是上帝的兒子了。」
34Toen zij de overkant hadden bereikt, gingen zij naar het land van Gennézaret.
34他們過了 海 ,來到 革尼撒勒 地方。
35Zodra de lieden dier plaats Hem herkenden, zonden ze bericht in heel de omtrek, en brachten alle zieken naar Hem toe.
35那裏的人一認出是耶穌,就打發人到周圍地方去,把所有的病人帶到他那裏,
36Ze vroegen Hem, enkel de zoom van zijn kleed te mogen aanraken. En allen, die Hem aanraakten, werden genezen.
36只求耶穌准他們摸他的衣裳繸子;摸着的人就都好了。
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.