Matteus 27
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
1Bij het aanbreken van de morgen namen al de opperpriesters en de oudsten van het volk een beslissing tegen Jesus, om Hem te doen sterven.
1到了早晨,眾祭司長和民間的長老大家商議要治死耶穌,
2Ze lieten Hem binden, voerden Hem weg, en leverden Hem over aan den landvoogd Pilatus.
2就把他捆綁,解去,交給巡撫 彼拉多 。
3Toen zag Judas, die Hem verraden had, dat Hij veroordeeld was; hij kreeg spijt, bracht de dertig zilverlingen aan de opperpriesters en oudsten terug,
3這時候,賣耶穌的 猶大 看見耶穌已經定了罪,就後悔,把那三十塊錢拿回來給祭司長和長老,說:
4en zeide: Ik heb gezondigd, door onschuldig bloed te verraden. Maar ze zeiden: Wat gaat ons dat aan? Dat moet ge zelf maar weten.
4「我賣了無辜之人的血是有罪了。」他們說:「那與我們有甚麼相干?你自己承當吧!」
5Doch hij wierp de zilverlingen in de tempel, vluchtte weg, en ging zich verhangen.
5猶大 就把那銀錢丟在殿裏,出去吊死了。
6De opperpriesters raapten de zilverlingen bijeen, en zeiden: Het is niet geoorloofd, ze in de schatkist te werpen, omdat het een bloedprijs is.
6祭司長拾起銀錢來,說:「這是血價,不可放在庫裏。」
7En ze besloten, daarvoor de akker van den pottenbakker te kopen als een begraafplaats voor de vreemdelingen.
7他們商議,就用那銀錢買了窯戶的一塊田,為要埋葬外鄉人。
8Daarom wordt die akker tot op de dag van heden Bloedakker genoemd.
8所以那塊田直到今日還叫做「血田」。
9Toen werd vervuld, wat de profeet had gezegd: En ze namen de dertig zilverlingen, de prijs, waarop de kinderen van Israël Mij hebben geschat;
9這就應了先知 耶利米 的話,說:「他們用那三十塊錢,就是被估定之人的價錢,是 以色列 人中所估定的,
10en zij gaven ze voor de akker van den pottenbakker, zoals de Heer Mij bevolen heeft.
10買了窯戶的一塊田;這是照着主所吩咐我的。」
11En toen Jesus voor den landvoogd stond, ondervroeg Hem de landvoogd en sprak: Zijt Gij de Koning der Joden? Jesus zeide hem: Ge zegt het.
11耶穌站在巡撫面前;巡撫問他說:「你是 猶太 人的王嗎?」耶穌說:「你說的是。」
12Maar toen Hij beschuldigd werd door de opperpriesters en oudsten, antwoordde Hij niets.
12他被祭司長和長老控告的時候,甚麼都不回答。
13Daarom sprak Pilatus tot Hem: Hoort Gij niet, wat zware beschuldigingen ze tegen U inbrengen?
13彼拉多 就對他說:「他們作見證告你這麼多的事,你沒有聽見嗎?」
14Maar Hij antwoordde hem op geen enkele beschuldiging, zodat het den landvoogd erg verbaasde.
14耶穌仍不回答,連一句話也不說,以致巡撫甚覺希奇。
15Nu was de landvoogd gewoon, op de feestdagen een gevangene vrij te laten, naar keuze van het volk.
15巡撫有一個常例,每逢這節期,隨眾人所要的釋放一個囚犯給他們。
16Men had toen een beruchten gevangene, Barabbas genaamd
16當時有一個出名的囚犯叫 巴拉巴 。
17Daar ze nu toch bijeen waren, sprak Pilatus hen toe: Wien wilt gij, dat ik u vrijlaat, Barabbas of Jesus, die Christus genoemd wordt?
17眾人聚集的時候, 彼拉多 就對他們說:「你們要我釋放哪一個給你們?是 巴拉巴 呢?是稱為基督的耶穌呢?」
18Want hij begreep, dat ze Hem uit afgunst hadden overgeleverd.
18巡撫原知道他們是因為嫉妒才把他解了來。
19Terwijl hij daar op de rechterstoel zat, liet zijn vrouw hem zeggen: Vergrijp u niet aan dezen rechtvaardige; want ik heb heden in een droom veel om Hem geleden.
19正坐堂的時候,他的夫人打發人來說:「這義人的事,你一點不可管,因為我今天在夢中為他受了許多的苦。」
20Intussen hitsten de opperpriesters en oudsten de menigte op, om Barabbas te vragen en Jesus te doen sterven.
20祭司長和長老挑唆眾人,求釋放 巴拉巴 ,除滅耶穌。
21Nu nam de landvoogd het woord, en sprak: Wien van de twee wilt gij, dat ik u vrijlaat? Ze zeiden: Barabbas.
21巡撫對眾人說:「這兩個人,你們要我釋放哪一個給你們呢?」他們說:「 巴拉巴 。」
22Pilatus zeide tot hen: Wat zal ik dan met Jesus doen, die Christus genoemd wordt?
22彼拉多 說:「這樣,那稱為基督的耶穌我怎麼辦他呢?」他們都說:「把他釘十字架!」
23Allen riepen: Kruisig Hem! De landvoogd zei hun: Wat voor kwaad heeft Hij dan gedaan? Maar ze schreeuwden nog harder: Kruisig Hem.
23巡撫說:「為甚麼呢?他做了甚麼惡事呢?」他們便極力地喊着說:「把他釘十字架!」
24Toen Pilatus zag, dat hij niet slaagde, maar dat de opschudding groter werd, nam hij water, waste zijn handen ten aanschouwen van het volk, en sprak: Ik ben onschuldig aan het bloed van dezen rechtvaardige; gij moet het verantwoorden.
24彼拉多 見說也無濟於事,反要生亂,就拿水在眾人面前洗手,說:「流這義人的血,罪不在我,你們承當吧。」
25Heel het volk antwoordde: Zijn bloed kome over ons en over onze kinderen.
25眾人都回答說:「他的血歸到我們和我們的子孫身上。」
26Toen liet Pilatus Barabbas vrij, maar Jesus liet hij geselen, en gaf Hem over, om te worden gekruisigd.
26於是 彼拉多 釋放 巴拉巴 給他們,把耶穌鞭打了,交給人釘十字架。
27Daarop namen de soldaten van den landvoogd Jesus mee in het rechthuis, en verzamelden de hele bende om Hem heen.
27巡撫的兵就把耶穌帶進衙門,叫全營的兵都聚集在他那裏。
28Ze trokken Hem de kleren uit, en hingen Hem een scharlaken mantel om;
28他們給他脫了衣服,穿上一件朱紅色袍子,
29ze vlochten een kroon van doornen, zetten die op zijn hoofd, en gaven Hem een rietstok in de rechterhand; ze knielden voor Hem neer, bespotten Hem, en zeiden: Wees gegroet, Koning der Joden.
29用荊棘編做冠冕,戴在他頭上,拿一根葦子放在他右手裏,跪在他面前,戲弄他,說:「恭喜, 猶太 人的王啊!」
30Ze bespuwden Hem, namen de rietstok, en sloegen Hem op het hoofd.
30又吐唾沫在他臉上,拿葦子打他的頭。
31En nadat ze Hem hadden bespot, deden ze Hem de mantel af, trokken Hem zijn kleren aan, en voerden Hem weg ter kruisiging.
31戲弄完了,就給他脫了袍子,仍穿上他自己的衣服,帶他出去,要釘十字架。
32Terwijl ze nu uittrokken, ontmoetten ze een man van Cyrene, Simon genaamd; hem dwongen ze, zijn kruis te dragen.
32他們出來的時候,遇見一個 古利奈 人,名叫 西門 ,就勉強他同去,好背着耶穌的十字架。
33Zo kwamen ze op een plaats, die Gólgota of schedelplaats heet.
33到了一個地方名叫 各各他 ,意思就是「髑髏地」。
34Nu gaven ze Hem wijn te drinken met gal vermengd; maar toen Hij het geproefd had, wilde Hij niet drinken.
34兵丁拿苦膽調和的酒給耶穌喝;他嘗了,就不肯喝。
35Na Hem gekruisigd te hebben, verdeelden ze zijn klederen bij het lot; opdat vervuld zou worden, wat door den profeet is gezegd. “Ze hebben mijn klederen onder elkander verdeeld, en over mijn gewaad het lot geworpen.”
35他們既將他釘在十字架上,就拈鬮分他的衣服,
36Ze zetten zich daar neer, en bewaakten Hem.
36又坐在那裏看守他。
37Boven zijn hoofd hadden ze een opschrift gehecht met de reden van zijn veroordeling: Dit is Jesus, de koning der Joden.
37在他頭以上安一個牌子,寫着他的罪狀,說:「這是 猶太 人的王耶穌。」
38Tegelijk met Hem werden twee rovers gekruisigd; één aan de rechterhand, en één aan de linker.
38當時,有兩個強盜和他同釘十字架,一個在右邊,一個在左邊。
39En zij die voorbij gingen, hoonden Hem, schudden het hoofd.
39從那裏經過的人譏誚他,搖着頭,說:
40en zeiden: Gij, die Gods tempel afbreekt en in drie dagen weer opbouwt, red Uzelf; indien Gij Gods Zoon zijt, kom dan af van het kruis.
40「你這拆毀 聖 殿、三日又建造起來的,可以救自己吧!你如果是上帝的兒子,就從十字架上下來吧!」
41Zo bespotten Hem ook de opperpriesters met de schriftgeleerden en oudsten. Ze zeiden:
41祭司長和文士並長老也是這樣戲弄他,說:
42Anderen heeft Hij gered. Zichzelf kan Hij niet redden; als Hij koning van Israël is, laat Hem dan afkomen van het kruis, en we geloven in Hem.
42「他救了別人,不能救自己。他是 以色列 的王,現在可以從十字架上下來,我們就信他。
43Hij heeft zijn vertrouwen gesteld op God; laat Deze Hem nu bevrijden, wanneer Hij Hem genegen is. Hij heeft toch gezegd: Ik ben Gods Zoon.
43他倚靠上帝,上帝若喜悅他,現在可以救他;因為他曾說:『我是上帝的兒子。』」
44Zo ook beschimpten Hem de rovers, die met Hem waren gekruisigd.
44那和他同釘的強盜也是這樣地譏誚他。
45Van het zesde uur af tot het negende toe viel de duisternis neer over het hele land.
45從午正到申初,遍地都黑暗了。
46Omstreeks het negende uur riep Jesus met luider stem: Eli, Eli, lamma sabaktáni; dat is: “Mijn God, mijn God, waarom verlaat Gij Mij!”
46約在申初,耶穌大聲喊着說:「以利!以利!拉馬撒巴各大尼?」就是說:「我的上帝!我的上帝!為甚麼離棄我?」
47Sommigen die daar stonden, hoorden het, en zeiden: Hij roept Elias.
47站在那裏的人,有的聽見就說:「這個人呼叫 以利亞 呢!」
48Aanstonds liep één hunner heen, nam een spons, vulde ze met azijn, stak ze op een riet, en gaf Hem te drinken.
48內中有一個人趕緊跑去,拿海絨蘸滿了醋,綁在葦子上,送給他喝。
49Maar de anderen zeiden: Wacht, laat ons eens zien, of Elias Hem komt bevrijden.
49其餘的人說:「且等着,看 以利亞 來救他不來。」
50Nog eenmaal riep Jesus met luider stem, en gaf de geest.
50耶穌又大聲喊叫,氣就斷了。
51En zie, het voorhangsel van de tempel scheurde in tweeën van boven tot onder: de aarde beefde, en de steenrotsen spleten vaneen;
51忽然,殿裏的幔子從上到下裂為兩半,地也震動,磐石也崩裂,
52de graven gingen open, en vele lichamen van ontslapen heiligen verrezen;
52墳墓也開了,已睡聖徒的身體多有起來的。
53ze verlieten de graven, kwamen na zijn opstanding in de heilige stad, en verschenen aan velen.
53到耶穌復活以後,他們從墳墓裏出來,進了聖城,向許多人顯現。
54Toen nu de honderdman, en die met hem Jesus bewaakten, de aardbeving met wat er verder gebeurde bemerkten, verschrokken ze hevig en zeiden: Ja, waarachtig, Hij was Gods Zoon.
54百夫長和一同看守耶穌的人看見地震並所經歷的事,就極其害怕,說:「這真是上帝的兒子了!」
55Vele vrouwen, die Jesus van Galilea af waren gevolgd om Hem te dienen, stonden daar van verre toe te zien;
55有好些婦女在那裏,遠遠地觀看;她們是從 加利利 跟隨耶穌來服事他的。
56onder anderen Maria Magdalena, Maria de moeder van Jakobus en Josef, en de moeder van de zonen van Zebedeüs.
56內中有 抹大拉 的 馬利亞 ,又有 雅各 和 約西 的母親 馬利亞 ,並有 西庇太 兩個兒子的母親。
57Tegen de avond kwam een rijk man, uit Arimatea afkomstig en Josef genaamd, die eveneens leerling van Jesus was;
57到了晚上,有一個財主,名叫 約瑟 ,是 亞利馬太 來的,他也是耶穌的門徒。
58hij begaf zich naar Pilatus, en vroeg het lichaam van Jesus. Pilatus beval, hem het lichaam te geven.
58這人去見 彼拉多 ,求耶穌的身體; 彼拉多 就吩咐給他。
59Josef nam het lichaam, en wikkelde het in een rein lijnwaad.
59約瑟 取了身體,用乾淨細麻布裹好,
60Hij legde het in zijn eigen nieuw graf, dat hij in de rots had gehouwen, rolde een grote steen voor de ingang van het graf, en ging heen.
60安放在自己的新墳墓裏,就是他鑿在磐石裏的。他又把大石頭滾到墓門口,就去了。
61Maria Magdalena en de andere Maria waren daarbij tegenwoordig, en zaten tegenover het graf.
61有 抹大拉 的 馬利亞 和那個 馬利亞 在那裏,對着墳墓坐着。
62De dag daarna, dat is na de Vrijdag, kwamen de opperpriesters en farizeën bij Pilatus bijeen.
62次日,就是預備日的第二天,祭司長和法利賽人聚集來見 彼拉多 ,說:
63en zeiden: Heer, we herinneren ons, dat deze bedrieger, toen Hij nog leefde, gezegd heeft: Na drie dagen zal Ik verrijzen.
63「大人,我們記得那誘惑人的還活着的時候曾說:『三日後我要復活。』
64Gelast dus, het graf tot de derde dag te bewaken, opdat zijn leerlingen niet komen en Hem ontvoeren, en aan het volk gaan zeggen: Hij is opgestaan van de doden; het laatste bedrog zou nog erger zijn dan het eerste.
64因此,請吩咐人將墳墓把守妥當,直到第三日,恐怕他的門徒來,把他偷了去,就告訴百姓說:『他從死裏復活了。』這樣,那後來的迷惑比先前的更利害了!」
65Pilatus zeide tot hen: Gij hebt een wacht; gaat en bewaakt het graf, zoals het u goeddunkt.
65彼拉多 說:「你們有看守的兵,去吧!盡你們所能的把守妥當。」
66Ze gingen dus heen, verzegelden de steen, en lieten het graf door de wacht bewaken.
66他們就帶着看守的兵同去,封了石頭,將墳墓把守妥當。
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.