Matteus
Chapter 27
Petrus Canisius Bible, 1…

Read in

Smith–Van Dyck Arabic Bible (فان دايك)Brezhoneg (Breton Gospels, 1827)Judson Burmese Bible (1840)Chamorro: Gospels, Acts and PsalmsChinese Union Version, punctuated (Simplified)Chinese Union Version, punctuated (Traditional)Coptic New TestamentCoptic New Testament (Bohairic)Kralice Bible (1613)Testamenta Marra (Dieri New Testament)Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)Asang Khongca Bible (Eastern Khumi Chin, 2019)Berean Standard BibleDouay-Rheims Bible, American Edition (1899)King James Version with ApocryphaWorld English BibleLondona Biblio (Esperanto, 1910)Louis Segond 1910Lutherbibel 1912Greek New Testament, word by word (STEPBible TAGNT)Greek New Testament: 1904 Patriarchal Text (Byzantine)Greek New Testament: Byzantine Text (Robinson–Pierpont 2018)Greek New Testament: Textus ReceptusSBL Greek New TestamentBaibala Hemolele (Hawaiian Bible, 1868 revision)Modern Hebrew BibleDiodati Bibbia 1885Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Korean Bible, 1910 (한국어 성경)Bible Mutal (Kosraean)Clementine Vulgate, 1598Baibal Olcim (Matupi Chin)Meriam Mir GospelsOld Persian Version (ترجمه قدیم)Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)Cornilescu Bible (1924), Cyrillic scriptSynodal Translation (Синодальный перевод)Daničić–Karadžić Bible (1868), CyrillicReina-Valera 1909Biblia Takatifu (Swahili): New Testament portionsFreedom Bible (Thai)Tongan Bible, Revised West VersionKulish and Puluj Bible (1905)Vietnamese Bible (1923 translation)
vs Daničić–Karadžić B…

Compare with

Smith–Van Dyck Arabic Bible (فان دايك)Brezhoneg (Breton Gospels, 1827)Judson Burmese Bible (1840)Chamorro: Gospels, Acts and PsalmsChinese Union Version, punctuated (Simplified)Chinese Union Version, punctuated (Traditional)Coptic New TestamentCoptic New Testament (Bohairic)Kralice Bible (1613)Testamenta Marra (Dieri New Testament)Asang Khongca Bible (Eastern Khumi Chin, 2019)Berean Standard BibleDouay-Rheims Bible, American Edition (1899)King James Version with ApocryphaWorld English BibleLondona Biblio (Esperanto, 1910)Louis Segond 1910Lutherbibel 1912Greek New Testament, word by word (STEPBible TAGNT)Greek New Testament: 1904 Patriarchal Text (Byzantine)Greek New Testament: Byzantine Text (Robinson–Pierpont 2018)Greek New Testament: Textus ReceptusSBL Greek New TestamentBaibala Hemolele (Hawaiian Bible, 1868 revision)Modern Hebrew BibleDiodati Bibbia 1885Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Korean Bible, 1910 (한국어 성경)Bible Mutal (Kosraean)Clementine Vulgate, 1598Baibal Olcim (Matupi Chin)Meriam Mir GospelsOld Persian Version (ترجمه قدیم)Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)Cornilescu Bible (1924), Cyrillic scriptSynodal Translation (Синодальный перевод)Daničić–Karadžić Bible (1868), CyrillicReina-Valera 1909Biblia Takatifu (Swahili): New Testament portionsFreedom Bible (Thai)Tongan Bible, Revised West VersionKulish and Puluj Bible (1905)Vietnamese Bible (1923 translation)Stop comparing
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Daničić–Karadžić Bible (1868), Cyrillic
1Bij het aanbreken van de morgen namen al de opperpriesters en de oudsten van het volk een beslissing tegen Jesus, om Hem te doen sterven.
1А кад би ујутру, учинише веће сви главари свештенички и старешине народне за Исуса да Га погубе.
2Ze lieten Hem binden, voerden Hem weg, en leverden Hem over aan den landvoogd Pilatus.
2И свезавши Га одведоше, и предаше Га Понтију Пилату, судији.
3Toen zag Judas, die Hem verraden had, dat Hij veroordeeld was; hij kreeg spijt, bracht de dertig zilverlingen aan de opperpriesters en oudsten terug,
3Тада видевши Јуда издајник Његов да Га осудише раскаја се, и врати тридесет сребрника главарима свештеничким и старешинама
4en zeide: Ik heb gezondigd, door onschuldig bloed te verraden. Maar ze zeiden: Wat gaat ons dat aan? Dat moet ge zelf maar weten.
4говорећи: Ја сагреших што издадох крв праву. А они рекоше: Шта ми маримо за то? Ти ћеш видети.
5Doch hij wierp de zilverlingen in de tempel, vluchtte weg, en ging zich verhangen.
5И бацивши сребрнике у цркви изиђе, и отиде те се обеси.
6De opperpriesters raapten de zilverlingen bijeen, en zeiden: Het is niet geoorloofd, ze in de schatkist te werpen, omdat het een bloedprijs is.
6А главари свештенички узевши сребрнике рекоше: Не ваља их метнути у црквену хазну, јер је узето за крв.
7En ze besloten, daarvoor de akker van den pottenbakker te kopen als een begraafplaats voor de vreemdelingen.
7Него се договорише те купише за њих лончареву њиву за гробље гостима.
8Daarom wordt die akker tot op de dag van heden Bloedakker genoemd.
8Од тога се и прозва она њива крвна њива и до данас.
9Toen werd vervuld, wat de profeet had gezegd: En ze namen de dertig zilverlingen, de prijs, waarop de kinderen van Israël Mij hebben geschat;
9Тада се изврши шта је казао пророк Јеремија говорећи: И узеше тридесет сребрника, цену цењенога кога су ценили синови Израиљеви;
10en zij gaven ze voor de akker van den pottenbakker, zoals de Heer Mij bevolen heeft.
10и дадоше их за њиву лончареву, као што ми каза Господ.
11En toen Jesus voor den landvoogd stond, ondervroeg Hem de landvoogd en sprak: Zijt Gij de Koning der Joden? Jesus zeide hem: Ge zegt het.
11А Исус стаде пред судијом, и запита Га судија говорећи: Ти ли си цар јудејски? А Исус рече му: Ти кажеш.
12Maar toen Hij beschuldigd werd door de opperpriesters en oudsten, antwoordde Hij niets.
12И кад Га тужаху главари свештенички и старешине, ништа не одговори.
13Daarom sprak Pilatus tot Hem: Hoort Gij niet, wat zware beschuldigingen ze tegen U inbrengen?
13Тада рече ми Пилат: Чујеш ли шта на тебе сведоче?
14Maar Hij antwoordde hem op geen enkele beschuldiging, zodat het den landvoogd erg verbaasde.
14И не одговори му ни једну реч тако да се судија дивљаше врло.
15Nu was de landvoogd gewoon, op de feestdagen een gevangene vrij te laten, naar keuze van het volk.
15А о сваком празнику пасхе беше обичај у судије да пусти народу по једног сужња кога они хоће.
16Men had toen een beruchten gevangene, Barabbas genaamd
16А тада имаху знатног сужња по имену Варава.
17Daar ze nu toch bijeen waren, sprak Pilatus hen toe: Wien wilt gij, dat ik u vrijlaat, Barabbas of Jesus, die Christus genoemd wordt?
17И кад се сабраше, рече им Пилат: Кога хоћете да вам пустим? Вараву или Исуса прозваног Христа?
18Want hij begreep, dat ze Hem uit afgunst hadden overgeleverd.
18Јер знаше да су Га из зависти предали.
19Terwijl hij daar op de rechterstoel zat, liet zijn vrouw hem zeggen: Vergrijp u niet aan dezen rechtvaardige; want ik heb heden in een droom veel om Hem geleden.
19А кад сеђаше у суду, поручи му жена његова говорећи: Немој се ти ништа мешати у суд тог праведника, јер сам данас у сну много пострадала њега ради.
20Intussen hitsten de opperpriesters en oudsten de menigte op, om Barabbas te vragen en Jesus te doen sterven.
20А главари свештенички и старешине наговорише народ да ишту Вараву, а Исуса да погубе.
21Nu nam de landvoogd het woord, en sprak: Wien van de twee wilt gij, dat ik u vrijlaat? Ze zeiden: Barabbas.
21А судија одговарајући рече им: Кога хоћете од ове двојице да вам пустим? А они рекоше: Вараву.
22Pilatus zeide tot hen: Wat zal ik dan met Jesus doen, die Christus genoemd wordt?
22Рече им Пилат: А шта ћу чинити с Исусом прозваним Христом? Рекоше му сви: Да се разапне.
23Allen riepen: Kruisig Hem! De landvoogd zei hun: Wat voor kwaad heeft Hij dan gedaan? Maar ze schreeuwden nog harder: Kruisig Hem.
23Судија пак рече: А какво је зло учинио? А они гласно повикаше говорећи: Да се разапне.
24Toen Pilatus zag, dat hij niet slaagde, maar dat de opschudding groter werd, nam hij water, waste zijn handen ten aanschouwen van het volk, en sprak: Ik ben onschuldig aan het bloed van dezen rechtvaardige; gij moet het verantwoorden.
24А кад виде Пилат да ништа не помаже него још већа буна бива, узе воду те уми руке пред народом говорећи: Ја нисам крив у крви овог праведника: ви ћете видети.
25Heel het volk antwoordde: Zijn bloed kome over ons en over onze kinderen.
25И одговарајући сав народ рече: Крв његова на нас и на децу нашу.
26Toen liet Pilatus Barabbas vrij, maar Jesus liet hij geselen, en gaf Hem over, om te worden gekruisigd.
26Тада пусти им Вараву, а Исуса шибавши предаде да се разапне.
27Daarop namen de soldaten van den landvoogd Jesus mee in het rechthuis, en verzamelden de hele bende om Hem heen.
27Тада војници судијини узеше Исуса у судницу и скупише на Њ сву чету војника.
28Ze trokken Hem de kleren uit, en hingen Hem een scharlaken mantel om;
28И свукавши Га обукоше Му скерлетну кабаницу.
29ze vlochten een kroon van doornen, zetten die op zijn hoofd, en gaven Hem een rietstok in de rechterhand; ze knielden voor Hem neer, bespotten Hem, en zeiden: Wees gegroet, Koning der Joden.
29И оплетавши венац од трња метнуше Му на главу, и дадоше Му трску у десницу; и клекнувши на колена пред Њим ругаху Му се говорећи: Здраво, царе јудејски!
30Ze bespuwden Hem, namen de rietstok, en sloegen Hem op het hoofd.
30И пљунувши на Њ узеше трску и бише Га по глави.
31En nadat ze Hem hadden bespot, deden ze Hem de mantel af, trokken Hem zijn kleren aan, en voerden Hem weg ter kruisiging.
31И кад Му се наругаше, свукоше с Њега кабаницу, и обукоше Га у хаљине Његове, и поведоше Га да Га разапну.
32Terwijl ze nu uittrokken, ontmoetten ze een man van Cyrene, Simon genaamd; hem dwongen ze, zijn kruis te dragen.
32И излазећи нађоше човека из Кирине по имену Симона и натераше га да Му понесе крст.
33Zo kwamen ze op een plaats, die Gólgota of schedelplaats heet.
33И дошавши на место које се зове Голгота, то јест костурница,
34Nu gaven ze Hem wijn te drinken met gal vermengd; maar toen Hij het geproefd had, wilde Hij niet drinken.
34дадоше Му да пије сирће помешано са жучи, и окусивши не хте да пије.
35Na Hem gekruisigd te hebben, verdeelden ze zijn klederen bij het lot; opdat vervuld zou worden, wat door den profeet is gezegd. “Ze hebben mijn klederen onder elkander verdeeld, en over mijn gewaad het lot geworpen.”
35А кад Га разапеше, разделише хаљине Његове бацивши коцке;
36Ze zetten zich daar neer, en bewaakten Hem.
36и сеђаху онде те Га чуваху.
37Boven zijn hoofd hadden ze een opschrift gehecht met de reden van zijn veroordeling: Dit is Jesus, de koning der Joden.
37И метнуше Му више главе кривицу Његову написану: Ово је Исус цар јудејски.
38Tegelijk met Hem werden twee rovers gekruisigd; één aan de rechterhand, en één aan de linker.
38Тада распеше с Њиме два хајдука, једног с десне а једног с леве стране.
39En zij die voorbij gingen, hoonden Hem, schudden het hoofd.
39А који пролажаху хуљаху на Њ машући главама својим.
40en zeiden: Gij, die Gods tempel afbreekt en in drie dagen weer opbouwt, red Uzelf; indien Gij Gods Zoon zijt, kom dan af van het kruis.
40И говорећи: Ти који цркву разваљујеш и за три дана начињаш помози сам себи; ако си син Божји, сиђи с крста.
41Zo bespotten Hem ook de opperpriesters met de schriftgeleerden en oudsten. Ze zeiden:
41А тако и главари свештенички с књижевницима и старешинама подсмевајући се говораху:
42Anderen heeft Hij gered. Zichzelf kan Hij niet redden; als Hij koning van Israël is, laat Hem dan afkomen van het kruis, en we geloven in Hem.
42Другима поможе, а себи не може помоћи. Ако је цар Израиљев, нека сиђе сад с крста па ћемо га веровати.
43Hij heeft zijn vertrouwen gesteld op God; laat Deze Hem nu bevrijden, wanneer Hij Hem genegen is. Hij heeft toch gezegd: Ik ben Gods Zoon.
43Он се уздао у Бога: нека му помогне сад, ако му је по вољи, јер говораше: Ја сам син Божји.
44Zo ook beschimpten Hem de rovers, die met Hem waren gekruisigd.
44Тако исто и хајдуци разапети с Њим ругаху Му се.
45Van het zesde uur af tot het negende toe viel de duisternis neer over het hele land.
45А од шестог сата би тама по свој земљи до сата деветог.
46Omstreeks het negende uur riep Jesus met luider stem: Eli, Eli, lamma sabaktáni; dat is: “Mijn God, mijn God, waarom verlaat Gij Mij!”
46А око деветог сата повика Исус гласно говорећи: Или! Или! Лама савахтани? То јест: Боже мој! Боже мој! Зашто си ме оставио?
47Sommigen die daar stonden, hoorden het, en zeiden: Hij roept Elias.
47А неки од оних што стајаху онде чувши то говораху: Овај зове Илију.
48Aanstonds liep één hunner heen, nam een spons, vulde ze met azijn, stak ze op een riet, en gaf Hem te drinken.
48И одмах отрча један од њих те узе сунђер, и напуни оцта, па натаче на трску, те Га појаше.
49Maar de anderen zeiden: Wacht, laat ons eens zien, of Elias Hem komt bevrijden.
49А остали говораху: Стани да видимо хоће ли доћи Илија да му помогне.
50Nog eenmaal riep Jesus met luider stem, en gaf de geest.
50А Исус опет повика гласно и испусти душу.
51En zie, het voorhangsel van de tempel scheurde in tweeën van boven tot onder: de aarde beefde, en de steenrotsen spleten vaneen;
51И гле, завеса црквена раздре се надвоје од горњег краја до доњег; и земља се потресе, и камење се распаде;
52de graven gingen open, en vele lichamen van ontslapen heiligen verrezen;
52и гробови се отворише, и усташе многа тела светих који су помрли;
53ze verlieten de graven, kwamen na zijn opstanding in de heilige stad, en verschenen aan velen.
53и изашавши из гробова, по васкрсењу Његовом, уђоше у свети град и показаше се многима.
54Toen nu de honderdman, en die met hem Jesus bewaakten, de aardbeving met wat er verder gebeurde bemerkten, verschrokken ze hevig en zeiden: Ja, waarachtig, Hij was Gods Zoon.
54А капетан и који с њим чуваху Исуса видевши да се земља тресе и шта би, поплашише се врло говорећи: Заиста овај беше Син Божји.
55Vele vrouwen, die Jesus van Galilea af waren gevolgd om Hem te dienen, stonden daar van verre toe te zien;
55И онде беху и гледаху издалека многе жене које су ишле за Исусом из Галилеје и служиле Му.
56onder anderen Maria Magdalena, Maria de moeder van Jakobus en Josef, en de moeder van de zonen van Zebedeüs.
56Међу којима беше Марија Магдалина и Марија мати Јаковљева и Јосијина и мати синова Зеведејевих.
57Tegen de avond kwam een rijk man, uit Arimatea afkomstig en Josef genaamd, die eveneens leerling van Jesus was;
57А кад би увече, дође човек богат из Ариматеје, по имену Јосиф, који је такође био ученик Исусов.
58hij begaf zich naar Pilatus, en vroeg het lichaam van Jesus. Pilatus beval, hem het lichaam te geven.
58Овај приступивши к Пилату замоли га за тело Исусово. Тада Пилат заповеди да му даду тело.
59Josef nam het lichaam, en wikkelde het in een rein lijnwaad.
59И узевши Јосиф тело зави Га у платно чисто;
60Hij legde het in zijn eigen nieuw graf, dat hij in de rots had gehouwen, rolde een grote steen voor de ingang van het graf, en ging heen.
60и метну Га у нови свој гроб што је био исекао у камену; и наваливши велики камен на врата од гроба отиде.
61Maria Magdalena en de andere Maria waren daarbij tegenwoordig, en zaten tegenover het graf.
61А онде беше Марија Магдалина и друга Марија, и сеђаху према гробу.
62De dag daarna, dat is na de Vrijdag, kwamen de opperpriesters en farizeën bij Pilatus bijeen.
62Сутрадан пак по петку сабраше се главари свештенички и фарисеји код Пилата,
63en zeiden: Heer, we herinneren ons, dat deze bedrieger, toen Hij nog leefde, gezegd heeft: Na drie dagen zal Ik verrijzen.
63и рекоше: Господару! Ми се опоменусмо да овај лажа каза још за живота: После три дана устаћу.
64Gelast dus, het graf tot de derde dag te bewaken, opdat zijn leerlingen niet komen en Hem ontvoeren, en aan het volk gaan zeggen: Hij is opgestaan van de doden; het laatste bedrog zou nog erger zijn dan het eerste.
64Зато заповеди да се утврди гроб до трећег дана да не дођу како ученици његови ноћу и да га не украду и не кажу народу: Уста из мртвих; и биће последња превара гора од прве.
65Pilatus zeide tot hen: Gij hebt een wacht; gaat en bewaakt het graf, zoals het u goeddunkt.
65Рече им Пилат: Ево вам страже, па идите те утврдите како знате.
66Ze gingen dus heen, verzegelden de steen, en lieten het graf door de wacht bewaken.
66А они отишавши са стражом утврдише гроб, и запечатише камен.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.