Matteus 2
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1Toen Jesus nu geboren was te Bétlehem van Juda in de dagen van koning Herodes, zie, toen kwamen er Wijzen uit het oosten te Jerusalem.
1ヘロデ王の時代に、イエスがユダヤのベツレヘムでお生まれになると、見よ、東方から博士たち がエルサレムに来て言った。
2Ze zeiden: Waar is de Koning der Joden, die zo juist geboren moet zijn? Want we hebben zijn ster in het oosten gezien, en zijn gekomen, om Hem te aanbidden.
2「ユダヤ人の王としてお生まれになった方は、どこにおられますか。私たちは東方でその方の星を見たので、拝むために来ました。」
3Toen koning Herodes dit hoorde, werd hij ontsteld, en heel Jerusalem met hem.
3ヘロデ王はこれを聞いて動揺し、エルサレム中も王と共に不安に包まれた。
4Hij riep alle opperpriesters en schriftgeleerden van het volk bijeen, en vroeg ze, waar de Christus zou worden geboren.
4王は民の祭司長たちと律法学者たちを全員集め、キリストがどこで生まれることになっているのかと尋ねた。
5Ze zeiden hem: In Bétlehem van Juda; want zo is er geschreven door den profeet:
5彼らは王に答えた。「ユダヤのベツレヘムです。預言者を通して、こう書かれています。
6“En gij, Bétlehem, land van Juda, zijt zeker de minste niet onder de hoofdplaatsen van Juda; want uit u zal een vorst voortkomen, die mijn volk Israël leiden zal.”
6『ユダの地にあるベツレヘムよ、 あなたはユダの君主たちの中で、決して最も小さいものではない。 あなたから一人の支配者が出て、 わたしの民イスラエルを牧するからである。』」
7Toen ontbood Herodes heimelijk de Wijzen, en ondervroeg ze nauwkeurig over de tijd, waarop hun de ster was verschenen.
7そこでヘロデは博士たちをひそかに呼び寄せ、星が現れた時期を正確に聞き出した。
8Hij zond ze naar Bétlehem en sprak: Gaat, en doet zorgvuldig navraag naar het Kind; en als gij Het gevonden hebt, meldt het me dan, opdat ook ik Het ga aanbidden.
8そして彼らをベツレヘムへ送り出して言った。「行って、幼子を注意深く捜しなさい。見つけたら私に知らせてくれ。私も行って、その方を拝みたい。」
9Toen ze den koning hadden aangehoord, gingen ze heen. En zie, de ster, die ze in het oosten hadden gezien, ging voor hen uit, totdat ze kwam boven de plaats, waar het Kind was, en daar bleef staan.
9彼らは王の言葉を聞いて出かけた。すると見よ、東方で見た星が彼らの先を進み、幼子のいる場所の上まで来ると、そこで止まった。
10Toen ze de ster zagen, waren ze buitengewoon verheugd.
10彼らはその星を見て、この上ない喜びにあふれた。
11En toen ze het huis waren binnengetreden, vonden ze het Kind met zijn moeder Maria; ze vielen ter aarde neer, en aanbaden Het. Ze openden hun schatten, en boden Het geschenken aan: goud, wierook en mirre.
11家に入ると、母マリアと共にいる幼子を見た。彼らはひれ伏して幼子を拝み、宝の箱を開け、黄金、乳香、没薬を贈り物としてささげた。
12En daar ze in een droom waren gewaarschuwd, om niet naar Herodes terug te keren, vertrokken ze langs een andere weg naar hun land.
12そして、ヘロデのもとへ戻らないよう夢で警告を受けたので、別の道を通って自分たちの国へ帰った。
13Toen ze waren heengegaan, zie, daar verscheen een engel des Heren in een droom aan Josef, en sprak: Sta op, neem het Kind en zijn moeder, en vlucht naar Egypte; blijf daar, tot ik het u zeggen zal. Want Herodes komt het Kind zoeken, om Het te doden.
13彼らが立ち去ると、見よ、主の使いが夢の中でヨセフに現れて言った。「起きて、幼子とその母を連れ、エジプトへ逃げなさい。そして、私が知らせるまでそこにいなさい。ヘロデが幼子を殺そうとして捜し回るからだ。」
14Hij stond op, nam midden in de nacht het Kind en zijn moeder, en vluchtte naar Egypte.
14そこでヨセフは起き、夜のうちに幼子とその母を連れて、エジプトへ立ち去った。
15Daar bleef hij tot de dood van Herodes; opdat vervuld zou worden, wat de Heer door den profeet had gezegd: “Uit Egypte heb Ik mijn zoon geroepen”
15そして、ヘロデが死ぬまでそこにいた。これは、主が預言者を通して語られたことが成就するためであった。「エジプトから、わたしの子を呼び出した。」
16Toen Herodes bemerkte, dat hij door de Wijzen was verschalkt, werd hij zeer toornig. Hij zond zijn lieden uit, en doodde in Bétlehem en heel de omtrek alle knapen van twee jaar en jonger, overeenkomstig de tijd, die hij van de Wijzen was te weten gekomen.
16その後ヘロデは、自分が博士たちに欺かれたと知ると、激しく怒った。そして人を遣わし、博士たちから正確に聞き出した時期に基づいて、ベツレヘムとその周辺一帯にいた二歳以下の男の子をすべて殺させた。
17Toen werd vervuld, wat door den profeet Jeremias gezegd was:
17こうして、預言者エレミヤを通して語られたことが成就した。
18“Een stem is in Rama gehoord, Luid geween en geschrei: Rachel beweent haar kinderen, En wil niet getroost worden, want ze zijn niet meer.”
18「ラマで声が聞こえた。 嘆きと泣き声、大いなる悲しみ。 ラケルが自分の子どもたちのために泣いている。 子どもたちはもういないので、 彼女は慰めを受けようとしなかった。」
19Maar toen Herodes was gestorven, zie, daar verscheen in Egypte een engel des Heeren in een droom aan Josef,
19ヘロデが死ぬと、見よ、主の使いがエジプトにいたヨセフの夢に現れて言った。
20en sprak: Sta op, neem het Kind en zijn moeder, en ga naar het land van Israël; want zij, die het Kind naar het leven stonden, zijn dood.
20「起きて、幼子とその母を連れ、イスラエルの地へ行きなさい。幼子のいのちを狙っていた者たちは死んだからだ。」
21Hij stond op, nam het Kind en zijn moeder, en ging naar het land van Israël.
21そこでヨセフは起き、幼子とその母を連れて、イスラエルの地へ戻った。
22Toen hij echter vernam, dat in Judea Archelaüs heerschte in plaats van zijn vader Herodes, vreesde hij daarheen te gaan; en nadat hij in een droom een waarschuwing had ontvangen, begaf hij zich naar de landstreek van Galilea.
22しかし、アルケラオが父ヘロデに代わってユダヤを治めていると聞き、そこへ行くことを恐れた。そして夢で警告を受け、ガリラヤ地方へ退いた。
23Daar aangekomen, vestigde hij zich in een stad, Názaret geheten; opdat vervuld zou worden, wat door de profeten voorspeld was: Een Nazareër zal Hij worden genoemd.
23そこで、ナザレという町に行って住んだ。これは、預言者たちを通して「彼はナザレ人と呼ばれる」と語られたことが成就するためであった。
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.