Job 37
Clementine Vulgate, 1598Translation
Clementine Vulgate, 1598
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1[Super hoc expavit cor meum, et emotum est de loco suo.
1Ja, hierover siddert mijn hart, En springt op van zijn plaats.
2Audite auditionem in terrore vocis ejus, et sonum de ore illius procedentem.
2Hoort, hoort het bulderen van zijn stem, Het gebrom, dat komt uit zijn mond.
3Subter omnes cælos ipse considerat, et lumen illius super terminos terræ.
3Langs heel de hemel slingert Hij zijn bliksem, En tot de grenzen der aarde.
4Post eum rugiet sonitus; tonabit voce magnitudinis suæ: et non investigabitur, cum audita fuerit vox ejus.
4Zijn stem gromt achter Hem aan, Hij dondert met zijn machtige kreet; Hij houdt de bliksem niet terug, Wanneer zijn stem zich laat horen.
5Tonabit Deus in voce sua mirabiliter, qui facit magna et inscrutabilia;
5Maar ook wonderen wrocht God door zijn stem, Doet grote, onbegrijpelijke dingen!
6qui præcipit nivi ut descendat in terram, et hiemis pluviis, et imbri fortitudinis suæ;
6Hij spreekt tot de sneeuw: Val op aarde neer; Tot de regenstromen: Weest hevig!
7qui in manu omnium hominum signat, ut noverint singuli opera sua.
7Dan sluit Hij alle mensen op, Opdat ieder sterveling zijn werk erkent;
8Ingredietur bestia latibulum, et in antro suo morabitur.
8Ook de dieren zoeken hun schuilplaats op, En leggen zich neer in hun holen.
9Ab interioribus egredietur tempestas, et ab Arcturo frigus.
9Uit zijn kamer komt de wervelwind, Uit zijn voorraadschuren de koude;
10Flante Deo, concrescit gelu, et rursum latissimæ funduntur aquæ.
10Door de adem Gods wordt het ijs gestolten, De watervlakte in boeien gelegd;
11Frumentum desiderat nubes, et nubes spargunt lumen suum.
11Het zwerk belaadt Hij met dampen, En spreidt zijn lichtende wolken uit.
12Quæ lustrant per circuitum, quocumque eas voluntas gubernantis duxerit, ad omne quod præceperit illis super faciem orbis terrarum:
12Ze zweven naar alle kanten rond, En gaan, zoals Hij het beschikt, Om te volbrengen, wat Hij hun gebiedt, Op de oppervlakte der aarde:
13sive in una tribu, sive in terra sua, sive in quocumque loco misericordiæ suæ eas jusserit inveniri.
13Is het tot straf, ze volbrengen zijn wil; Is het tot zegen, ze voeren hem uit.
14Ausculta hæc, Job: sta, et considera mirabilia Dei.
14Job, schenk er uw aandacht aan, Houd op, en let op Gods wonderen!
15Numquid scis quando præceperit Deus pluviis, ut ostenderent lucem nubium ejus?
15Begrijpt ge, hoe God ze gebiedt, En het licht van zijn wolken doet flitsen;
16Numquid nosti semitas nubium magnas, et perfectas scientias?
16Begrijpt ge iets van het zweven der wolken, Van de wonderwerken van den Alwetende?
17Nonne vestimenta tua calida sunt, cum perflata fuerit terra austro?
17Gij, wiens kleren te warm zijn, Als de aarde amechtig van de zuidenwind ligt:
18Tu forsitan cum eo fabricatus es cælos, qui solidissimi quasi ære fusi sunt.
18Kunt gij, evenals Hij, het zwerk tot een uitspansel strijken, Vast als een spiegel van gegoten metaal?
19Ostende nobis quid dicamus illi: nos quippe involvimur tenebris.
19Laat mij weten, wat wij Hem zullen zeggen, Wij, die door de duisternis hulpeloos staan!
20Quis narrabit ei quæ loquor? etiam si locutus fuerit homo, devorabitur.
20Zal deze wijken wanneer ik het zeg; Worden weggevaagd, als de mens het beveelt?
21At nunc non vident lucem: subito aër cogetur in nubes, et ventus transiens fugabit eas.
21Neen, thans aanschouwt men geen licht, Het is door de wolken verduisterd; Maar een wind steekt op, en bezemt ze weg:
22Ab aquilone aurum venit, et ad Deum formidolosa laudatio.
22En uit het Noorden breekt de goudglans door! God is van ontzagwekkende luister omringd:
23Digne eum invenire non possumus: magnus fortitudine, et judicio, et justitia: et enarrari non potest.
23Wij dringen dus niet tot den Almachtige door! Hij is groot in kracht en gerechtigheid; Hij is de Heer van het recht, die nimmer verdrukt!
24Ideo timebunt eum viri, et non audebunt contemplari omnes qui sibi videntur esse sapientes.]
24Daarom moeten de mensen Hem vrezen, Doorgronden Hem al de wijzen niet!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.