Job 37
Reina-Valera 1909Translation
Reina-Valera 1909
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1A ESTO también se espanta mi corazón, y salta de su lugar.
1Ja, hierover siddert mijn hart, En springt op van zijn plaats.
2Oid atentamente su voz terrible, y el sonido que sale de su boca.
2Hoort, hoort het bulderen van zijn stem, Het gebrom, dat komt uit zijn mond.
3Debajo de todos los cielos lo dirige, y su luz hasta los fines de la tierra.
3Langs heel de hemel slingert Hij zijn bliksem, En tot de grenzen der aarde.
4Después de ella bramará el sonido, tronará él con la voz de su magnificencia; y aunque sea oída su voz, no los detiene.
4Zijn stem gromt achter Hem aan, Hij dondert met zijn machtige kreet; Hij houdt de bliksem niet terug, Wanneer zijn stem zich laat horen.
5Tronará Dios maravillosamente con su voz; él hace grandes cosas, que nosotros no entendemos.
5Maar ook wonderen wrocht God door zijn stem, Doet grote, onbegrijpelijke dingen!
6Porque á la nieve dice: Desciende á la tierra; también á la llovizna, y á los aguaceros de su fortaleza.
6Hij spreekt tot de sneeuw: Val op aarde neer; Tot de regenstromen: Weest hevig!
7Así hace retirarse á todo hombre, para que los hombres todos reconozcan su obra.
7Dan sluit Hij alle mensen op, Opdat ieder sterveling zijn werk erkent;
8La bestia se entrará en su escondrijo, y estaráse en sus moradas.
8Ook de dieren zoeken hun schuilplaats op, En leggen zich neer in hun holen.
9Del mediodía viene el torbellino, y el frío de los vientos del norte.
9Uit zijn kamer komt de wervelwind, Uit zijn voorraadschuren de koude;
10Por el soplo de Dios se da el hielo, y las anchas aguas son constreñidas.
10Door de adem Gods wordt het ijs gestolten, De watervlakte in boeien gelegd;
11Regando también llega á disipar la densa nube, y con su luz esparce la niebla.
11Het zwerk belaadt Hij met dampen, En spreidt zijn lichtende wolken uit.
12Asimismo por sus designios se revuelven las nubes en derredor, para hacer sobre la haz del mundo, en la tierra, lo que él les mandara.
12Ze zweven naar alle kanten rond, En gaan, zoals Hij het beschikt, Om te volbrengen, wat Hij hun gebiedt, Op de oppervlakte der aarde:
13Unas veces por azote, otras por causa de su tierra, otras por misericordia las hará parecer.
13Is het tot straf, ze volbrengen zijn wil; Is het tot zegen, ze voeren hem uit.
14Escucha esto, Job; repósate, y considera las maravillas de Dios.
14Job, schenk er uw aandacht aan, Houd op, en let op Gods wonderen!
15¿Supiste tú cuándo Dios las ponía en concierto, y hacía levantar la luz de su nube?
15Begrijpt ge, hoe God ze gebiedt, En het licht van zijn wolken doet flitsen;
16¿Has tú conocido las diferencias de las nubes, las maravillas del Perfecto en sabiduría?
16Begrijpt ge iets van het zweven der wolken, Van de wonderwerken van den Alwetende?
17¿Por qué están calientes tus vestidos cuando se fija el viento del mediodía sobre la tierra?
17Gij, wiens kleren te warm zijn, Als de aarde amechtig van de zuidenwind ligt:
18¿Extendiste tú con él los cielos, firmes como un espejo sólido?
18Kunt gij, evenals Hij, het zwerk tot een uitspansel strijken, Vast als een spiegel van gegoten metaal?
19Muéstranos qué le hemos de decir; porque nosotros no podemos componer las ideas á causa de las tinieblas.
19Laat mij weten, wat wij Hem zullen zeggen, Wij, die door de duisternis hulpeloos staan!
20¿Será preciso contarle cuando yo hablaré? Por más que el hombre razone, quedará como abismado.
20Zal deze wijken wanneer ik het zeg; Worden weggevaagd, als de mens het beveelt?
21He aquí aún: no se puede mirar la luz esplendente en los cielos, luego que pasa el viento y los limpia,
21Neen, thans aanschouwt men geen licht, Het is door de wolken verduisterd; Maar een wind steekt op, en bezemt ze weg:
22Viniendo de la parte del norte la dorada claridad. En Dios hay una majestad terrible.
22En uit het Noorden breekt de goudglans door! God is van ontzagwekkende luister omringd:
23El es Todopoderoso, al cual no alcanzamos, grande en potencia; y en juicio y en multitud de justicia no afligirá.
23Wij dringen dus niet tot den Almachtige door! Hij is groot in kracht en gerechtigheid; Hij is de Heer van het recht, die nimmer verdrukt!
24Temerlo han por tanto los hombres: él no mira á los sabios de corazón.
24Daarom moeten de mensen Hem vrezen, Doorgronden Hem al de wijzen niet!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.