Job 14
Reina-Valera 1909Translation
Reina-Valera 1909
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1EL HOMBRE nacido de mujer, corto de días, y harto de sinsabores:
1De mens, geboren uit een vrouw, Leeft korte tijd en vol ellende;
2Que sale como una flor y es cortado; y huye como la sombra, y no permanece.
2Hij ontluikt en verwelkt als een bloem, Vliedt heen als een schaduw, en houdt geen stand:
3¿Y sobre éste abres tus ojos, y me traes á juicio contigo?
3En op zo een vestigt Gij uw oog, En daagt Gij voor uw gericht!
4¿Quién hará limpio de inmundo? Nadie.
4Kan een reine uit een onreine komen? Niet een!
5Ciertamente sus días están determinados, y el número de sus meses está cerca de ti: tú le pusiste términos, de los cuales no pasará.
5Maarwanneer dus zijn dagen zijn vastgesteld, Het getal zijner maanden door U is bepaald, Gij hem zijn grens hebt gesteld, die hij niet overschrijdt:
6Si tú lo dejares, él dejará de ser : entre tanto deseará, como el jornalero, su día.
6Wend dan uw blik van Hem af, en laat hem met rust, Tot hij zijn dagtaak als een huurling volbracht heeft!
7Porque si el árbol fuere cortado, aun queda de él esperanza; retoñecerá aún, y sus renuevos no faltarán.
7Ja, voor een boom is er hoop, als hij wordt omgehakt: Hij loopt weer uit, en zijn loten houden niet op.
8Si se envejeciere en la tierra su raíz, y su tronco fuere muerto en el polvo,
8Al is ook zijn wortel in de bodem verouderd, Afgestorven zijn tronk in het stof:
9Al percibir el agua reverdecerá, y hará copa como planta.
9Hij bot weer uit, zodra hij het water maar ruikt, Schiet takken als een jonge plant.
10Mas el hombre morirá, y será cortado; y perecerá el hombre, ¿y dónde estará él?
10Maar sterft een mens, ontzield blijft hij liggen Geeft hij de geest, hij is er niet meer.
11Las aguas de la mar se fueron, y agotóse el río, secóse.
11Zoals water wegvloeit uit de zee, De rivier leegloopt en uitdroogt:
12Así el hombre yace, y no se tornará á levantar: hasta que no haya cielo no despertarán, ni se levantarán de su sueño.
12Zo legt de mens zich neer, en staat niet meer op En wordt niet wakker uit zijn slaap. 14:12b Zolang de hemel bestaat, ontwaken zij niet!
13¡Oh quién me diera que me escondieses en el sepulcro, que me encubrieras hasta apaciguarse tu ira, que me pusieses plazo, y de mí te acordaras!
13Ach, als Gij mij in het dodenrijk mocht verschuilen, Mij verbergen, tot uw toorn is bedaard, Mij een tijdstip bepalen, en dan aan mij denken,
14Si el hombre muriere, ¿ volverá á vivir? Todos los días de mi edad esperaré, hasta que venga mi mutación.
14Den mens na zijn dood deedt herleven: Dan zou ik al de dagen van mijn harde dienst blijven wachten, Tot mijn aflossing komt!
15Aficionado á la obra de tus manos, llamarás, y yo te responderé.
15Hoe zou ik dan antwoorden, als Gij riept Als Gij het werk uwer handen verlangend kwaamt zoeken!
16Pues ahora me cuentas los pasos, y no das tregua á mi pecado.
16Terwijl Gij thans mijn schreden telt, Zoudt Gij niet langer op mijn zonden meer loeren,
17Tienes sellada en saco mi prevaricación, y coacervas mi iniquidad.
17Maar in een buidel mijn overtreding verzegelen, En mijn fouten bedekken!
18Y ciertamente el monte que cae se deshace, y las peñas son traspasadas de su lugar;
18Maar zoals een berg ineenstort, Een rots van haar plaats wordt gerukt,
19Las piedras son desgastadas con el agua impetuosa, que se lleva el polvo de la tierra: de tal manera haces tú perecer la esperanza del hombre.
19Het water de stenen uitholt, Een stortregen de aardbodem wegspoelt: Zo slaat Gij de hoop der mensen de bodem in,
20Para siempre serás más fuerte que él, y él se va; demudarás su rostro, y enviaráslo.
20Gij slaat hem neer, hij gaat heen voor altijd; Gij verbleekt zijn gelaat, en zendt hem weg.
21Sus hijos serán honrados, y él no lo sabrá; ó serán humillados, y no entenderá de ellos.
21Zijn zonen mogen worden geëerd: hij ziet het niet; Tot schande komen: hij bemerkt het niet.
22Mas su carne sobre él se dolerá, y entristecerse ha en él su alma.
22Slechts over zijn eigen lichaam voelt hij smart, Blijft over zijn eigen ziel in droefheid gedompeld!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.