Job
Chapter 7
Clementine Vulgate, 1598
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Job 7

Clementine Vulgate, 1598
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1[Militia est vita hominis super terram, et sicut dies mercenarii dies ejus.
1Heeft de mens niet een krijgsdienst op aarde, Gelijken zijn dagen niet op die van een knecht?
2Sicut servus desiderat umbram, et sicut mercenarius præstolatur finem operis sui,
2Zoals een slaaf, die naar de schaduw verlangt, Zoals een knecht, die op zijn loon staat te wachten:
3sic et ego habui menses vacuos, et noctes laboriosas enumeravi mihi.
3Zo werden maanden van ellende mijn deel, En nachten van lijden mijn lot;
4Si dormiero, dicam: Quando consurgam? et rursum expectabo vesperam, et replebor doloribus usque ad tenebras.
4Ga ik slapen, dan denk ik: wanneer wordt het dag, Als ik opsta: wanneer wordt het avond? Maar de avond blijft zich eindeloos rekken, En ik blijf vol onrust tot aan de morgen;
5Induta est caro mea putredine, et sordibus pulveris cutis mea aruit et contracta est.
5Mijn vlees is met maden en korsten bedekt, Mijn huid splijt open en draagt;
6Dies mei velocius transierunt quam a texente tela succiditur, et consumpti sunt absque ulla spe.
6Mijn dagen zijn sneller dan een weversspoel, En lopen af, bij gebrek aan draad.
7Memento quia ventus est vita mea, et non revertetur oculus meus ut videat bona.
7Bedenk, dat mijn leven een ademtocht is, Dat mijn oog nooit meer het geluk zal aanschouwen;
8Nec aspiciet me visus hominis; oculi tui in me, et non subsistam.
8Dat het oog van hem, die mij ziet, mij niet meer zal speuren, En wanneer gij uw blik op mij richt, ik er niet meer zal zijn.
9Sicut consumitur nubes, et pertransit, sic qui descenderit ad inferos, non ascendet.
9Zoals een wolk vervliegt en verdwijnt, Zo stijgt, die in het dodenrijk daalt, er niet meer uit op;
10Nec revertetur ultra in domum suam, neque cognoscet eum amplius locus ejus.
10Hij keert naar zijn huis niet meer terug, En zijn eigen woonplaats kent hem niet langer!
11Quapropter et ego non parcam ori meo: loquar in tribulatione spiritus mei; confabulabor cum amaritudine animæ meæ.
11En daarom zal ik mijn mond niet snoeren, Maar spreken in de benauwdheid van mijn geest, En klagen in de bitterheid van mijn ziel: Gij dwingt mij er toe!
12Numquid mare ego sum, aut cetus, quia circumdedisti me carcere?
12Ik ben toch geen zee, of geen monster der zee Dat gij mij een slot oplegt!
13Si dixero: Consolabitur me lectulus meus, et relevabor loquens mecum in strato meo:
13Wanneer ik denk: mijn bed brengt mij troost, Mijn sponde zal mijn zuchten verlichten:
14terrebis me per somnia, et per visiones horrore concuties.
14Dan gaat Gij mij door dromen verschrikken, En jaagt mij door visioenen ontsteltenis aan;
15Quam ob rem elegit suspendium anima mea, et mortem ossa mea.
15Zodat ik nog liever word gewurgd, En de dood boven mijn smarten verkies.
16Desperavi: nequaquam ultra jam vivam: parce mihi, nihil enim sunt dies mei.
16Ik verdwijn, ik blijf niet altijd in leven, Laat mij met rust, want mijn dagen zijn enkel een zucht!
17Quid est homo, quia magnificas eum? aut quid apponis erga eum cor tuum?
17Wat is de mens, dat Gij zoveel belang in hem stelt, En hem uw aandacht blijft wijden;
18Visitas eum diluculo, et subito probas illum.
18Dat Gij morgen aan morgen hem nagaat, En hem elk ogenblik toetst?
19Usquequo non parcis mihi, nec dimittis me ut glutiam salivam meam?
19Wanneer wendt Gij eindelijk eens uw oog van mij af, En laat Gij mij tijd, om mijn speeksel te slikken?
20Peccavi; quid faciam tibi, o custos hominum? quare posuisti me contrarium tibi, et factus sum mihimetipsi gravis?
20Heb ik gezondigd: wat deed ik U, Gij Mensenbewaker! Waarom hebt Gij mij tot uw mikpunt gemaakt, En ben ik U maar tot last;
21Cur non tollis peccatum meum, et quare non aufers iniquitatem meam? ecce nunc in pulvere dormiam, et si mane me quæsieris, non subsistam.]
21Waarom niet liever mijn zonde vergeven, En mijn misdaad vergeten? Want weldra lig ik neer in het stof: Dan kunt Gij me zoeken, maar ik ben er niet meer!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.