ایّوب
Chapter 7
Old Persian Version (ترج…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Old Persian Version (ترجمه قدیم)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1«آیا برای انسان بر زمین مجاهده‌ای نیست؟ و روزهای وی مثل روزهای مزدور نی؟
1Heeft de mens niet een krijgsdienst op aarde, Gelijken zijn dagen niet op die van een knecht?
2مثل غلام که برای سایه اشتیاق دارد، و مزدوری که منتظر مزد خویش است،
2Zoals een slaaf, die naar de schaduw verlangt, Zoals een knecht, die op zijn loon staat te wachten:
3همچنین ماههای بطالت نصیب من شده است، و شبهای مشقت برای من معین گشته.
3Zo werden maanden van ellende mijn deel, En nachten van lijden mijn lot;
4چون می‌خوابم می‌گویم: کی برخیزم؟ و شب بگذرد و تا سپیده صبح ازپهلو به پهلو گردیدن خسته می‌شوم.
4Ga ik slapen, dan denk ik: wanneer wordt het dag, Als ik opsta: wanneer wordt het avond? Maar de avond blijft zich eindeloos rekken, En ik blijf vol onrust tot aan de morgen;
5جسدم ازکرمها و پاره های خاک ملبس است، و پوستم تراکیده و مقروح می‌شود.
5Mijn vlees is met maden en korsten bedekt, Mijn huid splijt open en draagt;
6روزهایم از ماکوی جولا تیزروتر است، و بدون امید تمام می‌شود.
6Mijn dagen zijn sneller dan een weversspoel, En lopen af, bij gebrek aan draad.
7به یاد آور که زندگی من باد است، و چشمانم دیگر نیکویی را نخواهد دید.
7Bedenk, dat mijn leven een ademtocht is, Dat mijn oog nooit meer het geluk zal aanschouwen;
8چشم کسی‌که مرامی بیند دیگر به من نخواهد نگریست، وچشمانت برای من نگاه خواهد کرد و نخواهم بود.
8Dat het oog van hem, die mij ziet, mij niet meer zal speuren, En wanneer gij uw blik op mij richt, ik er niet meer zal zijn.
9مثل ابر که پراکنده شده، نابود می‌شود. همچنین کسی‌که به گور فرو می‌رود، برنمی آید.
9Zoals een wolk vervliegt en verdwijnt, Zo stijgt, die in het dodenrijk daalt, er niet meer uit op;
10به خانه خود دیگر نخواهد برگشت، و مکانش باز او را نخواهد شناخت.
10Hij keert naar zijn huis niet meer terug, En zijn eigen woonplaats kent hem niet langer!
11پس من نیز دهان خود را نخواهم بست. از تنگی روح خود سخن می‌رانم، و از تلخی جانم شکایت خواهم کرد.
11En daarom zal ik mijn mond niet snoeren, Maar spreken in de benauwdheid van mijn geest, En klagen in de bitterheid van mijn ziel: Gij dwingt mij er toe!
12آیا من دریا هستم یا نهنگم که بر من کشیکچی قرار می‌دهی؟
12Ik ben toch geen zee, of geen monster der zee Dat gij mij een slot oplegt!
13چون گفتم که تخت خوابم مراتسلی خواهد داد و بسترم شکایت مرا رفع خواهد کرد،
13Wanneer ik denk: mijn bed brengt mij troost, Mijn sponde zal mijn zuchten verlichten:
14آنگاه مرا به خوابها ترسان گردانیدی، و به رویاها مرا هراسان ساختی.
14Dan gaat Gij mij door dromen verschrikken, En jaagt mij door visioenen ontsteltenis aan;
15به حدی که جانم خفه شدن را اختیار کرد و مرگ رابیشتر از این استخوانهایم.
15Zodat ik nog liever word gewurgd, En de dood boven mijn smarten verkies.
16کاهیده می‌شوم ونمی خواهم تا به ابد زنده بمانم. مرا ترک کن زیراروزهایم نفسی است.
16Ik verdwijn, ik blijf niet altijd in leven, Laat mij met rust, want mijn dagen zijn enkel een zucht!
17«انسان چیست که او را عزت بخشی، و دل خود را با او مشغول سازی؟
17Wat is de mens, dat Gij zoveel belang in hem stelt, En hem uw aandacht blijft wijden;
18و هر بامداد از اوتفقد نمایی و هرلحظه او را بیازمایی؟
18Dat Gij morgen aan morgen hem nagaat, En hem elk ogenblik toetst?
19تا به کی چشم خود را از من برنمی گردانی؟ مرا واگذار تاآب دهان خود را فرو برم.
19Wanneer wendt Gij eindelijk eens uw oog van mij af, En laat Gij mij tijd, om mijn speeksel te slikken?
20من گناه کردم، اما با تو‌ای پاسبان بنی آدم چه کنم؟ برای چه مرا به جهت خود هدف ساخته‌ای، به حدی که برای خود بار سنگین شده‌ام؟
20Heb ik gezondigd: wat deed ik U, Gij Mensenbewaker! Waarom hebt Gij mij tot uw mikpunt gemaakt, En ben ik U maar tot last;
21و چرا گناهم رانمی آمرزی، و خطایم را دور نمی سازی؟ زیرا که الان در خاک خواهم خوابید، و مرا تفحص خواهی کرد و نخواهم بود.»
21Waarom niet liever mijn zonde vergeven, En mijn misdaad vergeten? Want weldra lig ik neer in het stof: Dan kunt Gij me zoeken, maar ik ben er niet meer!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.