ایّوب
Chapter 33
Old Persian Version (ترج…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Old Persian Version (ترجمه قدیم)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1«لیکن‌ای ایوب، سخنان مرا استماع نما. و به تمامی کلام من گوش بگیر.
1Luister nu, Job, naar mijn rede, En leen het oor aan heel mijn betoog.
2اینک الان دهان خود را گشودم، و زبانم در کامم متکلم شد.
2Zie, ik heb mijn mond geopend, Mijn tong in mijn gehemelte spreekt;
3کلام من موافق راستی قلبم خواهدبود. و لبهایم به معرفت خالص تنطق خواهدنمود.
3Mijn hart stort woorden van wijsheid uit, Mijn lippen verkonden duidelijke taal!
4روح خدا مرا آفریده، و نفخه قادرمطلق مرا زنده ساخته است.
4De geest van God heeft mij gemaakt, De adem van den Almachtige mij het leven geschonken;
5اگر می‌توانی مرا جواب ده، و پیش روی من، کلام را ترتیب داده بایست.
5Antwoord mij dus, zo ge kunt; Houd u gereed, stel u tegen mij op!
6اینک من مثل تو از خدا هستم. و من نیز از گل سرشته شده‌ام.
6Ik ben dus voor God aan u gelijk, Ook ik ben gekneed uit leem:
7اینک هیبت من تو را نخواهدترسانید، و وقار من بر تو سنگین نخواهد شد.
7Dus behoeft u geen vrees voor mij te verschrikken Mijn hand niet zwaar u te drukken.
8«یقین در گوش من سخن گفتی و آواز کلام تو را شنیدم
8Ge hebt voor mijn eigen oren verklaard, En ik heb uw woorden verstaan:
9که گفتی من زکی و بی‌تقصیر هستم. من پاک هستم و در من گناهی نیست.
9“Ik ben rein, zonder zonde, Ik ben zuiver, op mij rust geen schuld!”
10اینک او علتها برمن می‌جوید. و مرا دشمن خودمی شمارد.
10“Toch vindt Hij klachten tegen mij, En behandelt mij als zijn vijand;
11پایهایم را در کنده می‌گذارد و همه راههایم را مراقبت می‌نماید.
11Hij steekt mijn voeten in het blok, Bespiedt al mijn gangen.
12هان در این امر توصادق نیستی. من تو را جواب می‌دهم، زیرا خدااز انسان بزرگتر است.
12Zie, als ik roep, antwoordt Hij niet Want God is groter dan een mens!”
13چرا با او معارضه می‌نمایی، از این جهت که از همه اعمال خوداطلاع نمی دهد؟
13Hoe hebt ge Hem durven verwijten, Dat Hij op geen van uw woorden antwoord geeft?
14زیرا خدا یک دفعه تکلم می‌کند، بلکه دو دفعه و انسان ملاحظه نمی نماید.
14Het is, omdat God slechts eenmaal spreekt, En het geen tweede keer herhaalt:
15در خواب، در رویای شب، چون خواب سنگین بر انسان مستولی می‌شود، حینی که دربستر خود در خواب می‌باشد.
15In een droom, in een nachtelijk visioen In de sluimering op de sponde.
16آنگاه گوشهای انسان را می‌گشاید و تادیب ایشان را ختم می‌سازد.
16Dan opent Hij het oor van de mensen, En verschrikt hen door zijn visioenen,
17تا انسان را از اعمالش برگرداند وتکبر را از مردمان بپوشاند.
17Om den mens van trots te weerhouden, Den man voor hoogmoed te behoeden;
18جان او را از حفره نگاه می‌دارد و حیات او را از هلاکت شمشیر.
18Om zo zijn ziel voor de groeve te bewaren, Zijn leven voor de gang naar het graf.
19بادرد در بستر خود سرزنش می‌یابد، و اضطراب دایمی در استخوانهای وی است.
19Dan kastijdt Hij hem door smart op zijn sponde, Door een koorts in zijn beenderen zonder eind,
20پس جان اونان را مکروه می‌دارد و نفس او خوراک لطیف را.
20Zodat zijn leven van het brood gaat walgen, Zijn ziel van de begeerlijkste spijs;
21گوشت او چنان فرسوده شد که دیده نمی شودو استخوانهای وی که دیده نمی شد برهنه گردیده است.
21Zijn vlees slinkt zienderogen weg, Zijn gebeente, eens onzichtbaar, ligt bloot.
22جان او به حفره نزدیک می‌شود و حیات او به هلاک کنندگان.
22Maar zelfs als zijn ziel het graf al nabij is, Zijn leven het oord van de doden: Zo hij besluit in zijn hart, zich tot God te keren En hij zijn dwaasheid erkent:
23«اگر برای وی یکی به منزله هزار فرشته یامتوسطی باشد، تا آنچه را که برای انسان راست است به وی اعلان نماید،
23Dan treedt er voor hem een engel op, Een tolk, een uit de duizend. Dan wijst hij den mens op zijn plicht,
24آنگاه بر او ترحم نموده، خواهد گفت: او را از فرو رفتن به هاویه برهان، من کفاره‌ای پیدا نموده‌ام.
24Ontfermt zich zijner, en spreekt: Laat hem toch niet in de groeve dalen, Ik heb zijn losprijs gevonden
25گوشت او ازگوشت طفل لطیف تر خواهد شد. و به ایام جوانی خود خواهد برگشت.
25Zijn vlees worde frisser dan in zijn jeugd, Hij kere tot zijn jonkheid terug!
26نزد خدا دعا کرده، او رامستجاب خواهد فرمود، و روی او را با شادمانی خواهد دید. و عدالت انسان را به او رد خواهدنمود.
26Dan laat God Zich verbidden; genadig neemt Hij hem aan, Doet hem zijn aanschijn met jubel aanschouwen, En schenkt den mens zijn gerechtigheid terug.
27پس در میان مردمان سرود خوانده، خواهد گفت: گناه کردم و راستی را منحرف ساختم، و مکافات آن به من نرسید.
27Dan juicht hij het uit voor de mensen, en zegt: Ik heb gezondigd, het recht verdraaid, Maar Hij heeft het niet op mij gewroken!
28نفس مرا ازفرورفتن به هاویه فدیه داد، و جان من، نور رامشاهده می‌کند.
28Zo behoedt Hij zijn ziel voor de gang naar het graf, En verlustigt zijn leven zich in het licht!
29اینک همه این چیزها را خدابه عمل می‌آورد، دو دفعه و سه دفعه با انسان.
29Zie, dit alles doet God Tweemaal, driemaal met een mens:
30تا جان او را از هلاکت برگرداند و او را از نورزندگان، منور سازد.
30Hij brengt zijn leven terug van het graf, En bestraalt hem met het levenslicht!
31‌ای ایوب متوجه شده، مرااستماع نما، و خاموش باش تا من سخن رانم.
31Luister dus, Job, en hoor naar mij; Zwijg stil, en laat het spreken aan mij.
32اگر سخنی داری به من جواب بده، متکلم شوزیرا می‌خواهم تو را مبری سازم.
32Hebt ge dan iets te zeggen, antwoord mij; Spreek dan, want ik geef u gaarne gelijk.
33و اگر نه، تومرا بشنو. خاموش باش تا حکمت را به تو تعلیم دهم.»
33Zo niet, luister naar mij, En zwijg, ik zal u wijsheid leren!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.