אִיּוֹב

New Testament

מתיוסנט מארקהבְּשׂוֹרָה הַקְּדוֹשָׁה עַל־פִּי לוּקָסג'וןמַעֲשֵׂי הַשְּׁלִיחִיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הָרוֹמִיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הָרִאשׁוֹנָה אֶל־הַקּוֹרִנְתִּיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הָשֵּׁנִית אֶל־הַקּוֹרִנְתִּיִיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הַגָּלָטִיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הָאֶפְסִיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הַפִּילִפִּיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הַקּוֹלַסִּים1 סלוניס2 סלוניס1 טימותי2 טימותיאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס אֶל־טִיטוֹסאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס אֶל־פִּילֵימוֹןאִגֶּרֶת אֶל־הָעִבְרִיםאִגֶּרֶת יַעֲקֹבהָאִגֶּרֶת הָרִאשׁוֹנָה לְפֶטְרוֹס הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הַשֵּׁנִית לְפֶטְרוֹס הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הָרִאשׁוֹנָה לְיוֹחָנָן הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הַשֵּׁנִית לְיוֹחָנָן הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הַשְּׁלִישִׁית לְיוֹחָנָן הַשָּׁלִיחַאִגֶּרֶת יְהוּדָהחזוֹן יוֹחָנָן
Chapter 33
Modern Hebrew Bible
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

אִיּוֹב 33

Modern Hebrew Bible
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1ואולם שמע נא איוב מלי וכל דברי האזינה׃
1Luister nu, Job, naar mijn rede, En leen het oor aan heel mijn betoog.
2הנה נא פתחתי פי דברה לשוני בחכי׃
2Zie, ik heb mijn mond geopend, Mijn tong in mijn gehemelte spreekt;
3ישר לבי אמרי ודעת שפתי ברור מללו׃
3Mijn hart stort woorden van wijsheid uit, Mijn lippen verkonden duidelijke taal!
4רוח אל עשתני ונשמת שדי תחיני׃
4De geest van God heeft mij gemaakt, De adem van den Almachtige mij het leven geschonken;
5אם תוכל השיבני ערכה לפני התיצבה׃
5Antwoord mij dus, zo ge kunt; Houd u gereed, stel u tegen mij op!
6הן אני כפיך לאל מחמר קרצתי גם אני׃
6Ik ben dus voor God aan u gelijk, Ook ik ben gekneed uit leem:
7הנה אמתי לא תבעתך ואכפי עליך לא יכבד׃
7Dus behoeft u geen vrees voor mij te verschrikken Mijn hand niet zwaar u te drukken.
8אך אמרת באזני וקול מלין אשמע׃
8Ge hebt voor mijn eigen oren verklaard, En ik heb uw woorden verstaan:
9זך אני בלי פשע חף אנכי ולא עון לי׃
9“Ik ben rein, zonder zonde, Ik ben zuiver, op mij rust geen schuld!”
10הן תנואות עלי ימצא יחשבני לאויב לו׃
10“Toch vindt Hij klachten tegen mij, En behandelt mij als zijn vijand;
11ישם בסד רגלי ישמר כל ארחתי׃
11Hij steekt mijn voeten in het blok, Bespiedt al mijn gangen.
12הן זאת לא צדקת אענך כי ירבה אלוה מאנוש׃
12Zie, als ik roep, antwoordt Hij niet Want God is groter dan een mens!”
13מדוע אליו ריבות כי כל דבריו לא יענה׃
13Hoe hebt ge Hem durven verwijten, Dat Hij op geen van uw woorden antwoord geeft?
14כי באחת ידבר אל ובשתים לא ישורנה׃
14Het is, omdat God slechts eenmaal spreekt, En het geen tweede keer herhaalt:
15בחלום חזיון לילה בנפל תרדמה על אנשים בתנומות עלי משכב׃
15In een droom, in een nachtelijk visioen In de sluimering op de sponde.
16אז יגלה אזן אנשים ובמסרם יחתם׃
16Dan opent Hij het oor van de mensen, En verschrikt hen door zijn visioenen,
17להסיר אדם מעשה וגוה מגבר יכסה׃
17Om den mens van trots te weerhouden, Den man voor hoogmoed te behoeden;
18יחשך נפשו מני שחת וחיתו מעבר בשלח׃
18Om zo zijn ziel voor de groeve te bewaren, Zijn leven voor de gang naar het graf.
19והוכח במכאוב על משכבו וריב עצמיו אתן׃
19Dan kastijdt Hij hem door smart op zijn sponde, Door een koorts in zijn beenderen zonder eind,
20וזהמתו חיתו לחם ונפשו מאכל תאוה׃
20Zodat zijn leven van het brood gaat walgen, Zijn ziel van de begeerlijkste spijs;
21יכל בשרו מראי ושפי עצמותיו לא ראו׃
21Zijn vlees slinkt zienderogen weg, Zijn gebeente, eens onzichtbaar, ligt bloot.
22ותקרב לשחת נפשו וחיתו לממתים׃
22Maar zelfs als zijn ziel het graf al nabij is, Zijn leven het oord van de doden: Zo hij besluit in zijn hart, zich tot God te keren En hij zijn dwaasheid erkent:
23אם יש עליו מלאך מליץ אחד מני אלף להגיד לאדם ישרו׃
23Dan treedt er voor hem een engel op, Een tolk, een uit de duizend. Dan wijst hij den mens op zijn plicht,
24ויחננו ויאמר פדעהו מרדת שחת מצאתי כפר׃
24Ontfermt zich zijner, en spreekt: Laat hem toch niet in de groeve dalen, Ik heb zijn losprijs gevonden
25רטפש בשרו מנער ישוב לימי עלומיו׃
25Zijn vlees worde frisser dan in zijn jeugd, Hij kere tot zijn jonkheid terug!
26יעתר אל אלוה וירצהו וירא פניו בתרועה וישב לאנוש צדקתו׃
26Dan laat God Zich verbidden; genadig neemt Hij hem aan, Doet hem zijn aanschijn met jubel aanschouwen, En schenkt den mens zijn gerechtigheid terug.
27ישר על אנשים ויאמר חטאתי וישר העויתי ולא שוה לי׃
27Dan juicht hij het uit voor de mensen, en zegt: Ik heb gezondigd, het recht verdraaid, Maar Hij heeft het niet op mij gewroken!
28פדה נפשי מעבר בשחת וחיתי באור תראה׃
28Zo behoedt Hij zijn ziel voor de gang naar het graf, En verlustigt zijn leven zich in het licht!
29הן כל אלה יפעל אל פעמים שלוש עם גבר׃
29Zie, dit alles doet God Tweemaal, driemaal met een mens:
30להשיב נפשו מני שחת לאור באור החיים׃
30Hij brengt zijn leven terug van het graf, En bestraalt hem met het levenslicht!
31הקשב איוב שמע לי החרש ואנכי אדבר׃
31Luister dus, Job, en hoor naar mij; Zwijg stil, en laat het spreken aan mij.
32אם יש מלין השיבני דבר כי חפצתי צדקך׃
32Hebt ge dan iets te zeggen, antwoord mij; Spreek dan, want ik geef u gaarne gelijk.
33אם אין אתה שמע לי החרש ואאלפך חכמה׃
33Zo niet, luister naar mij, En zwijg, ik zal u wijsheid leren!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.