Ezechiel
Chapter 28
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Het woord van Jahweh werd tot mij gericht.
1І надійшло до мене слово Господнє, таке:
2Mensenkind, ge moet tot den vorst van Tyrus zeggen: Zo spreekt Jahweh, de Heer! Uw hart was hoogmoedig; Ge hebt gemeend: Ik ben een god! Een godenwoning bezit ik Midden in zee! En hoewel ge maar een mens zijt, geen god, Verbeeldt ge u, god te zijn:
2Сину чоловічий! Промов до володаря Тирського: Так говорить Господь Бог: за те, що високо вгору несеться твоє серце, й ти мовляєш: Я, наче Бог, я засїв собі, неначе на Божому престолї, в самому серцї моря! та, хоч ти тілько людина, а не Бог, кладеш розум твій поровень із розумом Божим, —
3Wijzer dan Daniël te wezen, Zodat geen geheim u verborgen blijft.
3Так, ти маєш себе за мудрійшого над самого Даниїла, й нїяка тайна не закрита перед тобою;
4Door uw wijsheid en doorzicht Hebt ge u vermogen verworven, En goud en zilver opgehoopt In uw schatkamers.
4Се ти нїби твоєю мудростю й розумом надбав собі достатки й зібрав у скарбівнях твоїх золото й срібло;
5Omdat ge zoveel verstand hadt van handel, Hebt ge uw vermogen vermeerderd, En zijt ge hoogmoedig geworden Op uw rijkdom.
5Ти нїби великою мудростю твоєю та купецтвом твоїм намножив багацтво твоє, й серце твоє згордїло задля достатків твоїх, —
6Daarom spreekt Jahweh, de Heer: Omdat ge u inbeeldt, Een god te zijn:
6За те ось як говорить Господь Бог: Позаяк ти твій розум кладеш ув одну міру з розумом Божим,
7Daarom laat Ik vreemden op u los, De meest-barbaarse volken. Die trekken hun zwaarden tegen uw heerlijke wijsheid, En zullen uw luister besmeuren;
7Напущу я на тебе чужоземцїв, що найлютїйших з проміж народів, а вони добудуть мечі свої проти всего гарного, що твоя мудрість надбала, та й потемнять сяєво твоє;
8In de groeve werpen ze u neer, In volle zee zult ge worden verslagen en sterven. Zult ge dan nog roepen: Ik ben god!
8Вони струтять тебе в яму, й згинеш ти в морі смертю повбиваних.
9Wanneer ge voor uw beulen staat; Terwijl ge maar een mens blijkt te zijn, geen god, In de handen van uw moordenaars?
9Чи й тодї скажеш убийникові твойму: Я Бог, коли ти в руцї вбийника твого будеш тільки людиною, а не Богом?
10De dood der onbesnedenen zult ge sterven Door de handen van vreemden! Waarachtig, Ik heb het gezegd, Is de godsspraak van Jahweh!
10Нї, ти вмреш смертю од руки необрізаних чужоземцїв; я бо сказав се, говорить Господь Бог.
11Het woord van Jahweh werd tot mij gericht.
11І надійшло до мене слово Господнє:
12Mensenkind, ge moet over den koning van Tyrus een klaaglied aanheffen, en hem zeggen: Zo spreekt Jahweh, de Heer! Gij waart de keur der schepping, Van wijsheid vervuld, van volmaakte schoonheid.
12Сину чоловічий! заплач-заголоси над Тирським царем і промов до його: Так говорить Господь Бог:
13Gij bevondt u in Eden, de godentuin; Uw gewaad was met allerlei kostbare stenen bezet. Robijn, topaas, jaspis, chrysoliet, Onyx, jaspis, saffier, karbonkel, In goud gevat en gekast, Werden u opgezet op de dag uwer schepping.
13Був єси печаттю звершенностї, повнотою мудростї, вінцем краси. У Едемі, Божому садї, пробував єси. Блискуче дороге каміннє окрашувало твою одежу: карнеоль, топаз, яспис, хризолит, оникс, сапфир, рубин, смарагд і золото, — усе те штучно осаджено в гнїздочках і нанизано, та й наготовлено тобі, скоро на сьвіт родився.
14Een cherub met uitgespreide vleugels Had Ik u tot schutse gegeven; Ge waart op de heilige godenberg, En wandelde tussen vurige stenen.
14Тебе помазав я, щоб, наче херувим, розпростерав охоронні крила; тебе поставив я наче на сьвятій горі Божій, і ти ходив серед огнистого каміння.
15Ge waart onberispelijk sinds de dag uwer schepping, Totdat ge op onrecht werdt betrapt,
15Без хиби були поступки твої з того часу, як тебе сотворено, аж докіль не знайшлось у тобі беззаконностї.
16En door uw uitgebreide handel U aan onrechtvaardige winst hebt bezondigd. Daarom heb Ik u onteerd, Verdreef Ik u van de heilige godenberg; En heeft de beschermende cherub u verjaagd, Uit het midden der vurige stenen.
16Та через розлоге купецтво твоє сповнилось внутро твоє неправедностю, і ти согрішив. Тим то скинув я тебе, як нечистого, з Божої гори, вигнав тебе, ти херувиме осяйний, зпосеред огнистого каміння.
17Uw hart ging groot op uw pracht, En uw wijsheid hebt ge vergooid om uw luister; Daarom heb Ik u ter aarde geworpen, U voor het gezicht van koningen te kijk gesteld.
17Високо неслось твоє серце задля пишноти твоєї, через гординю стратив єси мудрість твою; за те ж я звалю тебе на землю, оддам тебе царям, щоб поругались над тобою.
18Door uw grote schuld en slechte praktijken Hebt ge uw heiligdommen ontwijd; Daarom riep Ik een vuur uit u op, dat u verteerde, Legde Ik u in as op de aarde, voor de ogen van al die u zagen.
18Через безліч провин твоїх, через неправедну наживу твою в купецтві опоганив єси сьвятощі твої, і я виведу зпосеред тебе огонь, а він пожере тебе, й оберну тебе в попелище перед очима всїх, що поглядати муть на тебе.
19En allen, die u kenden onder de volken, Staan stom van ontzetting om u; Een spookbeeld zijt ge geworden, Verdwenen voor eeuwig!
19Всї, що знали тебе між народами, здивуються над тобою; ти станешся страховищем і зникнеш по всї віки.
20Het woord van Jahweh werd tot mij gericht.
20І надійшло слово Господнє до мене:
21Mensenkind, ge moet uw gelaat richten naar Sidon; profeteer tegen haar
21Сину чоловічий! повернись видом проти Сидону й вискажи пророцтво проти його,
22en zeg: Zo spreekt Jahweh, de Heer! Sidon, Ik kom op u af, en zal Mij in uw midden verheerlijken, opdat men erkenne, dat Ik Jahweh ben, als Ik in haar gerichten voltrek, aan haar mijn heiligheid bewijs.
22І промов: Так говорить Господь Бог: Ось, я проти тебе, Сидоне, й прославлюсь посеред тебе, й узнають усї, що я — Господь, як розпростру над ним суд караючий і явлю на йому сьвятость мою.
23Pest stuur Ik op haar af, en bloed op haar straten. Binnen haar midden zullen verslagenen vallen, als het zwaard aan alle kanten tegen haar woedt. Zo zullen ze erkennen, dat Ik Jahweh ben!
23І пошлю морову пошесть на його й кроворозлив на його улицї, і попадають посеред його побиті мечем, що пожерати ме його з усїх боків; і зрозуміють, що я — Господь.
24Dan zal er voor het huis van Israël geen pijnlijke prikkel en geen smartelijke doorn meer zijn van de kant van alle omliggende volken, die het verachten. Zo zullen ze erkennen, dat Ik Jahweh ben!
24І не буде він уже домові Ізрайлевому колючою терниною, нї болючим бодяком укупі з усїма тими, що навкруг його, та й зрозуміють, що я Господь Бог.
25Dit zegt Jahweh, de Heer: Als Ik het huis van Israël uit de volken, waaronder ze verstrooid zijn, bijeen heb gebracht, dan zal Ik door hen mijn heiligheid bewijzen ten aanschouwen van de volken, en zullen zij zich vestigen op hun eigen grond, die Ik aan mijn dienaar Jakob gegeven heb.
25Так говорить Господь Бог: Як я позбіраю дом Ізраїля зміж народів, що між ними вони розсїяні, й покажу себе на них сьвятим перед очима в усїх народів, і жити муть вони в своїй землї, що я надїлив слузї мойму Яковові;
26Daar zullen ze veilig wonen en huizen bouwen, wijngaarden planten en zich veilig voelen, als Ik de strafgerichten heb voltrokken aan al hun buren, die hen veracht hebben. Zo zullen zij erkennen, dat Ik, Jahweh, hun Heer ben!
26Тодї будуть вони жити в нїй безпеч, і будуть будувати доми, й насаджувати виноградники, й жити муть собі безпеч, я бо заведу суд над усїма, що їм бажають лиха, й узнають вони, що я — Господь, Бог їх.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.