Ezechiel
Chapter 36
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Mensenkind, ge moet over de bergen van Israël profeteren en zeggen: Bergen van Israël, luistert naar het woord van Jahweh!
1Сину чоловічий, пророкуй про гори Ізрайлеві і скажи: Ви, гори Ізрайлеві! слухайте слово Господнє.
2Dit zegt Jahweh, de Heer! Omdat de vijand over u heeft uitgeroepen: Haha, voorgoed zijn ze verwoest, ze worden ons bezit;
2Так говорить Господь Бог: Позаяк ворог мовляє про вас: Ага! і вічні гори допались нам у власність!
3daarom moet ge profeteren en zeggen: Zo spreekt Jahweh, de Heer! Omdat uw buren u van alle kanten opgejaagd en vertrapt hebben, om u tot bezit te maken van de overige volken, en gij over de tong gaat in de praatjes der mensen:
3То ти пророкуй і скажи: Так говорить Господь Бог: За те, притьма за те, що вас пустошено й з усїх боків жерто, щоб ви стали власностю других народів, і що ви попали на язики злющим людям, —
4daarom, bergen van Israël, luistert naar het woord van Jahweh! Dit zegt Jahweh, de Heer, tot de bergen en hoogten, de ravijnen en dalen, de eenzame puinen en verlaten steden, die ten buit en ten spot vielen aan de overige volken om u heen.
4За те ви, гори Ізрайлеві, почуйте слово Господнє; так бо говорить Господь Бог до гір і до горбів і до потоків — і долин, до опустїлих розвалищ і до покинутих городів, що стались лупом й посьміхом усїм сусїдним народам;
5Waarachtig, zegt Jahweh, de Heer: Ik zal ze! In mijn brandende jaloezie spreek Ik tot heel Edom en tot de overige volken, die met een vrolijk hart en bezield van leedvermaak bezit genomen hebben van mijn land, om het als oorlogsbuit te bezitten.
5За те, так говорить Господь Бог: В огнї досади моєї виповів я слово проти инших народів і проти всієї Ідумеї, що призначили землю мою собі в державу, та, радїючи усїм серцем і з погордою в душі обіцяли її собі в здобичу.
6Profeteer daarom over het land van Israël, en roep tot de bergen en hoogten, de ravijnen en dalen: Dit zegt Jahweh, de Heer! Daar ben Ik! Ik spreek in mijn jaloezie en mijn toorn! Omdat gij de spot der volken moest verduren,
6Тим же то пророкуй про землю Ізрайлеву й говори до гір і горбів, до потоків і до долин: Так говорить Господь Бог: Ось я в гнїві й в досадї моїй виповів се, за те, що ви терпите наругу від народів.
7daarom zegt Jahweh, de Heer: Nu steek Ik mijn hand op! Waarachtig! de volken, die u omringen, zullen hun schande moeten dragen!
7Тим же то так говорить Господь Бог: Здіймаю руку й присягаюсь, що народи навкруги вас понесуть сором свій.
8Maar gij, bergen van Israël, gij zult wortel schieten en vruchten dragen voor mijn volk Israël; want spoedig zullen zij komen.
8Ви ж, гори Ізрайлеві, ви розпустите гіллє ваше й давати мете плоди ваші народові мойму Ізраїлеві; він бо незабаром вернеться (з неволї).
9Zie, Ik nader tot u, en ga voor u staan: ge zult weer bewerkt worden en vruchtbaar zijn.
9Ось бо я прихилюсь до вас і будуть вас знов порати й обсївати.
10Ik geef u een dichte bevolking: het hele huis van Israël tezamen. Dan zullen de steden bewoond, de ruïnen weer opgebouwd worden.
10І оселю на вас много людей, увесь дом Ізрайлїв, і залюднені будуть городи, й забудовані наново розвалища.
11Talrijk maak Ik op u mens en dier: zij zullen zich uitbreiden en zich vermenigvuldigen; uw bevolking maak Ik weer dicht als vroeger, uw vruchtbaarheid rijker dan voorheen. Zo zult ge erkennen, dat Ik Jahweh ben!
11І намножу в вас людей і скотини; вони будуть плодитись і множитись, і заселю вас, як се було за попередущих ваших часів, і посилати му вам ще більші добра, нїж у ваші давні часи, й знати мете, що я — Господь.
12Ik ga weer mensen op u vestigen, Israël mijn volk: die zullen u bezitten en beërven; nooit meer zult gij ze kinderloos maken.
12І приведу на вас людей, народ мій, Ізраїля, і будуть вони тобою, ти земле, володїти; ти будеш їх наслїддєм і не будеш уже бездїтною.
13Dit zegt Jahweh, de Heer! Omdat men u verwijt: Gij hebt mensen verslonden, en uw bevolking kinderloos gemaakt,
13Так говорить Господь Бог: За те, що про вас говорять: Ти земля така, що пожерає людей, бо дозволяєш нарід твій бездїтним робити, —
14daarom zegt Jahweh, zult ge in het vervolg geen mensen meer verslinden of uw bevolking kinderloos maken.
14За те вже не будеш поїдати людей і не будеш робити народу твого бездїтним, говорить Господь Бог.
15Dan blijft u de spot der volken bespaard, en hoeft ge de smaad der naties niet meer te verduren, daar ge ophoudt uw volk kinderloos te maken, zegt Jahweh, de Heer!
15І не будеш уже чувати наруги від народів, та й не будеш посьміхом у людей, і не робити меш уже твого люду бездїтками, говорить Господь Бог.
16Het woord van Jahweh werd tot mij gericht:
16І надійшло до мене слово Господнє:
17Mensenkind, toen het huis van Israël in zijn eigen land woonde, hebben ze door hun handel en wandel het verontreinigd; in mijn ogen was hun gedrag onrein als een maandvloeiing.
17Сину чоловічий! як жив іще Ізраїль у своїй землї, то поганив він її своїми обичаями й своїми вчинками; мов жіноча нечисть під час кровотечі, були поступки їх передо мною.
18Toen stortte Ik mijn toorn over hen uit, om het bloed dat ze in het land vergoten, en de nietswaardige goden waarmede ze het hebben bezoedeld.
18І вилив я досаду мою на їх за кров, що проливали в сїй землї, та за те, що поганили її своїми ідолами.
19Daarom heb Ik ze uiteengejaagd onder de volken, heb Ik ze over de landen verspreid, ze naar hun handel en wandel geoordeeld.
19І порозсївав я їх між народи, й порозвівав їх по чужих землях; я судив їх після поступків та після вчинків їх.
20Maar toen ze onder de volken gekomen waren, hebben zij mijn heilige Naam ontwijd; want men zeide van hen: Dat is nu het volk van Jahweh; en tòch moesten ze zijn land verlaten!
20І поприходили вони до невірних, куди поприходили, й знеславили моє імя сьвяте, тим що про їх мовляли: Се ж люд Господень, та й мусїв ійти геть із землї його!
21Dat ging Mij aan het hart, omwille van mijn heilige Naam, die door het huis van Israël ontwijd werd bij de volken, waar ze gekomen waren.
21І зжалився я над сьвятим імям моїм, що його дом Ізрайлїв знеславив між народами, куди прийшов.
22Zeg derhalve tot het huis van Israël: Zo spreekt Jahweh, de Heer! Ik doe het niet om uwentwil, huis van Israël, maar om wille van mijn heilige Naam, die ge ontwijd hebt bij de volken, waar ge gekomen zijt.
22Тим же то скажи домові Ізрайлевому: Так говорить Господь Бог: Не задля вас я се вчиню, доме Ізраїля, а задля сьвятого імені мого, що ви знеславили перед тими народами, куди поприходили.
23Want heiligen zal Ik mijn grote Naam, die nu ontwijd is onder de volken, en die gij onder hen hebt ontwijd. Dan zullen de volken erkennen, dat Ik Jahweh ben, zegt Jahweh de Heer, als Ik in hun bijzijn door u mijn heiligheid bewijs.
23І осьвячу велике імя моє, знеславлене між народами, що посеред них ви знеславили його, й зрозуміють народи, що я — Господь, говорить Господь Бог, як явлю себе сьвятим перед очима в них.
24Daarom zal Ik u uit de volken weghalen, u uit de landen bijeenroepen, u brengen naar uw eigen land.
24І заберу вас ізміж народів, позбиравши вас із усїх земель, і переведу вас у вашу рідну країну.
25Dan zal Ik u besprenkelen met zuiver water; dan zult ge gereinigd worden van al uw vlekken, en van al uw nietswaardige goden zal Ik u ontdoen.
25І вилию на вас чисту воду, й станете чисті від усїх ваших нечистот, і від усїх ваших ідолів очищу вас.
26Dan geef Ik u een nieuw hart en stort een nieuwe geest in uw binnenste, verwijder het stenen hart uit uw lichaam, en geef u een hart van vlees.
26І вложу вам нове серце й дам нового духа, й викину камяне серце з вашого тїла, а дам вам серце мясне.
27Mijn geest zal Ik in uw binnenste uitstorten, en maken, dat ge naar mijn wetten leeft, en mijn geboden nauwkeurig onderhoudt.
27І вдихну в нутро ваше духа мого, й учиню, що будете ходити в заповідях моїх, та хоронити й виповняти постанови мої.
28Dan zult ge wonen in het land, dat Ik aan uw vaderen heb gegeven; dan zult ge Mij tot volk, en Ik zal een God voor u zijn.
28І жити мете в землї, що я надїлив отцям вашим, і будете моїм народом, а я буду вашим Богом.
29Zo zal Ik u bevrijden van al uw smetten. Ik zal het graan te voorschijn roepen en het overvloedig doen groeien, in plaats van u te teisteren met hongersnood.
29І очищу вас од усїх нечистот ваших, і викличу вроджай і намножу його, й не дозволю, щоб терпіли голоднечу.
30Ook zal Ik de vruchtbaarheid der bomen en de opbrengst van het veld vergroten, opdat ge de schande van honger te lijden niet meer hoeft te verduren onder de volken.
30І намножу вам плоду деревного й уроджаю на полях, щоб вам уже не доводилось приймати наруги від народів ізза голоднечі.
31Als ge dan terugziet op uw slecht gedrag en op uw onbehoorlijke daden, dan zal de schaamte op uw gelaat te lezen staan over uw afdwalingen en uw gruwelen.
31Тодї спогадаєте про ваші ледачі дороги та про ваші вчинки недобрі, й гидувати мете самі собою за ваші провини й за гидоти ваші.
32Weet wèl, dat Ik het niet om uwentwil doe, zegt Jahweh de Heer! Schaam u derhalve, en bloos over uw gedrag, huis van Israël!
32Та не задля вас удїю се, говорить Господь Бог, — знайте се! Соромтесь і червонїйте за ваші поступки, доме Ізраїля!
33Dit zegt Jahweh, de Heer: Als Ik u gezuiverd heb van al uw smetten, en uw steden bevolkt heb; als de ruïnen herbouwd zijn,
33Так говорить Господь Бог: Того часу, як очищу вас од усїх ваших провин, і позалюднюю городи, й знов будуть позабудовувані руйновища,
34en het land weer bewerkt wordt, in plaats dat het woest ligt ten aanschouwen van een ieder, die voorbijgaat;
34А спустошену землю будуть знов порати, тую землю, що лежала опустїлою перед очима в кожного, хто мимо проходив, —
35dan zal men uitroepen: Dit woeste land is in een tuin van Eden veranderd; en die steden, die verwoest waren en in puin lagen, zijn nu versterkt en bewoond!
35Тодї будуть мовляти: Ось, та опустїла земля зробилась, наче сад Едемський, а ті порозвалювані, порозбивані, обезлюдїлі міста — тепер утверджені, й залюднені!
36Zo zullen de volken, die in uw omtrek overblijven, erkennen, dat Ik, Jahweh, die puinhopen herbouwd en het woeste land weer beplant heb. Ik, Jahweh, heb het gezegd, en Ik zal het doen!
36І зрозуміють народи в округи вас, що я, Господь, повалене знов будую, а попустошене знов засаджую. Я, Господь, сказав — і справдив.
37Dit zegt Jahweh, de Heer: Ook tot deze gunst zal Ik Mij door het huis van Israël laten verbidden: Ik zal het zo talrijk maken, dat de mensen op kudden gelijken;
37Так говорить Господь Бог: Ось, і в тому ще покажу ласку мою домові Ізрайлевому: я намножу його людьми, як отару овечу.
38als offerdieren, als schapen op Jerusalems feesten, zó talrijk zullen de ontvolkte steden met kudden van mensen worden bewoond. Zo zullen ze erkennen, dat Ik Jahweh ben!
38Як без лїку буває жертовних овець у Ерусалимі під час великих сьвят, оттак переповнені будуть людьми міста, передше безлюдні, і спізнають, що я — Господь.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.