Ezechiel
Chapter 13
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Het woord van Jahweh werd tot mij gericht!
1І надійшло до мене слово Господнє:
2Mensenkind, profeteer tegen de profeten van Israël, en zeg tot hen, die eigenmachtig profeteren: Luistert naar het woord van Jahweh;
2Сину чоловічий! пророкуй проти пророків Ізрайлевих, що пророкують, і скажи тим пророкам, що пророкують (вигади) із свого серця: Почуйте слово Господнє!
3dit zegt Jahweh, de Heer! Wee de dwaze profeten, die hun inbeelding nalopen, zonder dat ze iets hebben gezien!
3Так говорить Господь Бог: Горе пророкам безумним, що йдуть за власним духом, а нїякого видива (од Бога) не бачили!
4Als vossen op de puinhopen, zo zijn uw profeten, Israël!
4Пророки твої, Ізраїлю — мов ті лиси в норах.
5Gij zijt niet in de bres gesprongen, hebt geen muur rond het huis van Israël opgetrokken, opdat het staande zou blijven in de strijd op de dag van Jahweh.
5Ви не ввіходите в проломини й не обводите муром дому Ізрайлевого, щоб стояти твердо в бою, як настане день Господень.
6Loze zieners en valse voorspellers zijn het; ze roepen “godsspraak van Jahweh”, terwijl Jahweh ze niet gezonden heeft; en dan verwachten ze nog, dat Hij het woord zal vervullen!
6Бачать вони нїсенїтницю та й проголошують неправду, мовляючи: Господь сказав; а Господь їх не посилав, та ще й уводять надїєю, що слово справдиться.
7Hebt ge soms geen loos gezicht aanschouwd en geen valse voorspelling gegeven, toen ge riept “godsspraak van Jahweh”, zonder dat Ik gesproken had?
7Чи не марне ж видиво бачили ви, чи не ложне віщуваннє виповідаєте, кажучи: Господь сказав? я ж не говорив.
8Daarom, zegt Jahweh, de Heer: Omdat ge leugens voorspeld en een waanbeeld geschouwd hebt, daarom zal Ik u treffen, zegt Jahweh, de Heer.
8Тим же то так говорить Господь Бог: За те, що ви говорите нїсенїтницї, й подаєте за видиво неправду, то ось я — проти вас, говорить Господь Бог.
9Neerkomen zal mijn hand op de profeten, die een waanbeeld schouwden en leugens voorspelden; in de kring van mijn volk worden ze niet toegelaten, in het boek van Israëls huis niet ingeschreven, op Israëls grondgebied komen ze niet. Zo zult ge erkennen, dat Ik Jahweh ben.
9І буде рука моя проти тих пророків, що нїби бачять пусте й пророкують лож; у радї народу мого вони не будуть і в спис дому Ізрайлевого не впишуть їх, та й в землю Ізраїля вони не прийдуть, а тодї зрозумієте, що я — Господь Бог.
10Juist omdat ze mijn volk misleid hebben, door “Vrede” te roepen, terwijl het geen vrede was, en toen men een muur had gebouwd, die zowaar met kalk bepleisterden,
10За те, що вони баламутять мій люд, мовляючи: мир-безпека, а миру нема, й як той ставить стїну, вони мастять її глиною,
11daarom moet ge tot die kalkstrijkers zeggen: Hij zal vallen; een regenvlaag komt, de hagelstenen slaan neer, een windhoos breekt los!
11То скажи тим мастільникам; що вона впаде. Прийде ливень, камяний гряд і вихор, та й розвалить її.
12En als de muur is ingezakt, zal men u dan niet vragen: Waar is de kalk, die gij erop hebt gestreken?
12І ось, розпадеться стїна, й хиба тодї не скажуть вам: Де ж той тинок, що ви тинкували?
13Waarachtig, zo spreekt Jahweh, de Heer: Ik zal in mijn woede een stormwind ontketenen, in mijn toorn een regenvlaag neerjagen, in mijn drift zullen hagelstenen vallen en alles vernielen.
13Тим же то ось як говорить Господь Бог: Пошлю вихра в моїй досадї, і ливне ливень у гнїву мойму, й вдарить камяний гряд в яростї моїй і все розбурить.
14Verwoesten zal Ik de muur, die ge met kalk bepleisterd hebt; ter aarde laat Ik hem storten; zijn onderbouw wordt blootgelegd en zakt ineen, en gij wordt eronder verpletterd! Zo zult ge erkennen, dat Ik Jahweh ben!
14І розкидаю стїну, що ви її лїпили глиною, й повалю її на землю, що й основи буде видко, і впаде вона, та й ви з нею погинете, й взнаєте, що я — Господь.
15Mijn woede zal Ik op de muur gaan koelen, maar ook op hen, die hem met kalk bepleisterden. Dan zal Ik vragen: Waar is de muur; waar zijn ze, die hem bepleisterden;
15І виллю досаду мою на стїну й на тих, що її лїпили, та й скажу до них: Нема стїни та й нема мастільників її —
16waar de profeten van Israël, die over Jerusalem profeteerden, die vrede voor haar schouwden, terwijl het geen vrede was? Zo spreekt Jahweh, de Heer.
16(нема) Тих пророків Ізрайлевих, що пророкували Ерусалимові та вістили йому видива спокою, коли нема спокою, говорить Господь Бог.
17Mensenkind, vestig uw blikken op de dochters van uw volk, die eigenmachtig profeteren; ge moet tegen haar profeteren
17Ти ж, сину чоловічий, звернись грізно лицем твоїм проти дочок народу твого, що роблять себе пророчицями по свойму духу, й пророкуй проти них,
18en zeggen: Zo spreekt Jahweh, de Heer! Wee haar, die om zielen te vangen, toverstrikken naaien om ieders handgewricht, en sluiers draaien om het hoofd van groot en klein. Denkt ge de zielen van mijn volk te verstrikken, en uw eigen zielen in leven te houden?
18І скажи: Так говорить Господь Бог: Горе тим, що шиють чарівницькі мішки під ліктї та роблять покривала на голову кожного зросту, щоб душі ловити! Хиба ж ви, переловлюючи душі мого народу, спасете душі власні?
19Ge hebt Mij bij mijn volk ontwijd voor een handvol gerst en voor een paar korsten brood, door zielen te doden die niet mochten sterven, en zielen in leven te houden, die niet mochten leven, door mijn volk te misleiden, dat naar leugens luistert.
19Ви безчестите мене перед народом моїм за пригорщ ячменю та за шматок хлїба, погублюючи душі, що не повинні вмірати, а обіцюючи життє душам, що не годиться їм жити, — тим, що ошукуєте нарід, що любить слухати брехнї.
20Daarom spreekt Jahweh, de Heer: Ik kom op uw toverstrikken af, waarmee ge de zielen als vogels vangt; Ik ruk ze af van uw armen, en laat de zielen, die gij jaagt, als vogels vrij;
20Тим же то так говорить Господь Бог: Ось я противен вашим чарівницьким мішочкам, що ними ви приманюєте душі, щоб прилїтали, та й повириваю їх із під рук у вас, і пущу на волю ті душі, що ви ловите.
21Ik ruk de sluiers van u af, bevrijd mijn volk uit uw macht, en laat het niet langer als wild in uw macht zijn. Zo zult ge erkennen, dat Ik Jahweh ben!
21І пороздираю окривала ваші, та й вибавлю нарід мій з рук ваших, і не буде він здобичею в руках ваших, і взнаєте, що я — Господь.
22Omdat ge met leugens het hart van den rechtvaardige opschrikt, dien Ik niet wil verschrikken, en de handen van den zondaar stijft, opdat hij zich niet bekeert van zijn slecht gedrag en in leven blijft:
22За те, що ви праведникове серце оманою засмучуєте, я ж не хотїв би завдавати йому смутку, й за те, що піддержуєте безбожного руки, щоб не навернувся від ледачої дороги своєї, та не вберіг душі своєї, —
23daarom zult ge geen waanbeeld meer schouwen of leugens voorspellen, en zal Ik mijn volk uit uw macht bevrijden. Zo zult ge erkennen, dat Ik Jahweh ben!
23За те нїякої вже нїсенїтницї не будете видїти та й не діждете віщувати, й я вибавлю нарід мій із рук ваших, та й взнаєте, що я — Господь.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.