Ezechiel
Chapter 43
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Daarna bracht hij mij naar de poort, die op het oosten ligt,
1І привів мене до воріт, до тих воріт, що обернені лицем ʼд востоку.
2en daar zag ik de heerlijkheid van Israëls God van het oosten komen. Het klonk als het ruisen van machtige wateren, en de aarde schitterde van zijn heerlijkheid.
2І се — слава Бога Ізрайлевого йде від востоку, а голос його, нїби гук вод многих, і землю осияло від слави його.
3De verschijning, die ik zag, geleek op de verschijning, die ik aanschouwd had, toen Jahweh de stad kwam verwoesten, en op de verschijning, die ik aan de Kebar-rivier had gezien. Ik viel plat ter aarde.
3Видиво се було таке ж саме, яке я бачив перше, як раз таке, яке я бачив, прийшовши заповісти пагубу містові, та й обидва видива схожі на ті, які бачив я при ріцї Ховар. І впав я на лице моє.
4De heerlijkheid van Jahweh ging door de poort, die op het oosten ligt, de tempel binnen.
4І ввійшла слава Господня в храм брамою, оберненою лицем ід сходу сонця.
5Een geest hief mij omhoog, en bracht mij naar de binnen-voorhof; daar zag ik, hoe de tempel vol was van Jahweh’s heerlijkheid.
5І підняв мене дух, і ввів мене в середнїй двір, і се — слава Господня сповнила ввесь храм.
6Toen hoorde ik iemand mij uit de tempel toespreken, terwijl de man nog altijd naast mij stond.
6І почув я когось, що говорить до мене з храму, й муж стояв коло мене,
7Hij sprak tot mij: Mensenkind, hier ziet ge de plaats van mijn troon en de plaats van mijn voetzolen, waar Ik voor altijd te midden van Israëls zonen zal wonen. Het zal niet meer voorkomen, dat het huis van Israël, het volk en zijn koningen, mijn heilige Naam met hun ontucht en met de lijken van hun dode koningen zullen ontwijden.
7Та й промовив до мене: Сину чоловічий! се місце престолу мого й місце під стопи ніг моїх, де жити му серед синів Ізраїля во віки; й не буде вже дом Ізрайлїв поганити сьвятого імени мого, нї вони, нї царі їх, блудуваннєм своїм і трупами царів своїх на висотах їх.
8Want ze hadden hun drempel bij mijn drempel, en hun deurpost naast mijn deurpost geplaatst, zodat er slechts een wand was tussen Mij en hen; en zij hebben mijn heilige Naam ontwijd door de gruwelen die ze bedreven, zodat Ik hen in mijn toorn verteerde.
8Ставили вони порога свого коло мого порога й окови дверей своїх коло оков дверей моїх, так що тілько стїна була міжо мною й ними, й поганили сьвяте ймя моє гидотами своїми, що їх творили, за що я й вигублював їх у гнїву мойму.
9Maar voortaan zullen ze hun ontucht en de lijken hunner koningen ver van Mij houden, en zal Ik voor eeuwig in hun midden wonen.
9Тепер же вони пооддаляють од мене блудуваннє своє й трупи царів своїх, і я буду жити серед них по віки.
10Mensenkind, gij moet het huis van Israël over de tempel, zijn afmetingen en zijn model gaan spreken, opdat ze zich schamen over hun misdaden.
10Ти ж, сину чоловічий, звісти домові Ізрайлевому про сей храм, щоб вони взяли з него міру, й стали соромитись беззаконства свого.
11En als ze dan beschaamd staan over alles wat ze misdreven hebben, moet ge hen over de vorm van het huis, zijn inrichting, zijn uitgangen en ingangen, geheel zijn vorm en al zijn voorschriften en al zijn regels inlichten, en die in hun bijzijn beschrijven: opdat ze zich nauwkeurig houden aan alles, wat op de vorm en de voorschriften betrekking heeft.
11І коли будуть соромитись всього того, що коїли, то покажи їм вид храму й розклад його, виходи й ввіходи його, всї начерки його та й всї встанови в ньому, й напиши перед очима в їх, щоб вони перестерігали всї начерки його й усї постанови про його та й їх опісля виконали.
12Dit is het voorschrift omtrent de tempel: heel zijn terrein op de top van de berg is overal hoogheilig; dit is dus voorschrift omtrent de tempel.
12Се закон про храм. На верху гори ввесь простір його навкруги, — місце пресьвяте. Се закон про храм.
13Hier volgen de afmetingen van het altaar in ellen: ellen van één el en één handbreedte. Zijn sokkel is een el hoog en een el breed; aan de rand daarvan loopt aan alle kanten een richel ter hoogte van een span; dit is de onderbouw van het altaar.
13А се розмір жертівника на ліктї, — локіть із долонею: Основина в локіть, ширина так само в локіть, а пояс по всїм краям його в одну пядь; се заднїй бік жертівника.
14Van de sokkel in de grond tot aan de benedenste omloop is het twee el, en de breedte daarvan bedraagt een el; van de kleine omloop tot de grote omloop is het vier el, en de breedte daarvan bedraagt één el.
14Від основини, що в землї, до нижнього виступу — два ліктї, а завширшки — один локіть; від малого виступу до великого виступу — чотирі ліктї, а ширина його — один локіть.
15De offerhaard is vier el hoog, en boven de offerhaard steken vier horens uit.
15Сам жертівник заввишки чотирі ліктї; з жертівника ж сягають угору чотирі роги.
16De offerhaard is twaalf el lang en twaalf breed, zodat zijn vier zijden een vierkant vormen.
16Жертівник на двайцять локот завдовжки, а дванайцять завширшки; він чотирогранний, на всї чотирі боки рівен.
17De omloop is veertien el lang en veertien breed, dus aan alle vier de kanten gelijk. De richel, die er omheen loopt, is een halve el breed, en de goot ervan aan alle kanten eveneens een halve el. Aan de oostzijde staat een trap.
17А майданець — завдовжки чотирнайцять локот, і чотирнайцять локот завширшки по всїх чотирьох боках його, а підвалина його на один локіть округи, сходи ж до його зі сходу сонця.
18Hij sprak tot mij: Mensenkind, zegt Jahweh, de Heer: hier volgen de voorschriften omtrent het altaar. De dag dat het gereed is, om er brandoffers op te offeren en er bloed op te sprenkelen,
18І сказав він менї: Сину чоловічий! так говорить Господь Бог: Оце постанови про жертівник на той день, як його зроблять на принос всепалень і на кропленнє його кровю:
19moet ge aan de levitische priesters die van Sadok afstammen en tot Mij mogen naderen, om mijn dienst waar te nemen, zegt Jahweh, de Heer, een jonge stier als zonde-offer geven.
19Сьвященникам із поколїння Левіїного, з родини Садокової, що до мене приступають, менї служити, говорить Господь, дай назимка з череди товарячої на жертву за гріх;
20Ge moet er het bloed van nemen, en het strijken aan de vier horens, op de vier hoeken van de omloop en aan de richel, die rondom het altaar loopt; zo moet ge het ontsmetten en zuiveren.
20І возьми крові його та й покропи на чотирі роги жертівника й на чотирі угли в майданцї, й на пояс округи, й сим робом очисти його й осьвяти його.
21Neem dan den jongen stier, het zonde-offer, en verbrand hem op de daartoe bestemde plaats in de tempel, buiten het heiligdom.
21І возьми назимка на жертву за гріх та й спали його в призначеному місцї дому за сьвятинею.
22Op de tweede dag moet ge een gaven geitebok als zonde-offer brengen, en moet men het altaar ontsmetten op dezelfde wijze als met den jongen stier.
22А на другий день принеси в жертву за гріх із козиної отари козла без скази, й нехай очистять жертівника так само, як очищали телцем.
23Zijt ge met het ontsmetten klaar, dan moet ge een gaven jongen stier en een gaven ram uit de kudde brengen.
23Як же скінчиться очищеннє, принеси в жертву з товарячої череди назимка без скази, а з отари овечої баранця без скази,
24Ge moet ze vóór Jahweh ‘s aanschijn brengen, en de priesters moeten er zout op strooien, en ze als brandoffer aan Jahweh opdragen.
24І принеси їх перед лице Господнє; й кинуть сьвященники на них соли, та й пожертвують їх на всепаленнє Господеві.
25Zeven dagen lang moet ge dagelijks een bok als zonde-offer brengen, en een gaven jongen stier en een gaven bok uit de kudde opdragen.
25Сїм день буде приноситись у жертву за гріх по козлу на день; так само нехай приносять по телцю з товарячої череди й по барану з овечої отари без скази.
26Zeven dagen lang moet men het altaar zuiveren, reinigen en inwijden.
26Сїм день мають очищати жертівника й осьвячувати його й складати (присьвячене, неначе) йому в руки.
27Na afloop van die dagen, dus op de achtste dag en verder, zullen de priesters op het altaar uw brandoffers en uw dankoffers brengen, en Ik zal u genadig aannemen, zegt Jahweh, de Heer.
27Як же скінчаться сї днї, будуть на осьмий день і дальше сьвященники приносити на жертівнику ваші всепалення й подячні жертви, й я буду милосердним до вас, говорить Господь Бог.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.