Ezechiel
Chapter 38
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Het woord van Jahweh werd tot mij gericht:
1І надійшло до мене слово Господнє, таке:
2Mensenkind, ge moet uw gelaat richten naar Gog in het land Magog, den grootvorst van Mésjek en Toebal. Profeteer tegen hem,
2Сину чоловічий! поверни твій вид проти Гога в Магог-землї, проти князя Рошського, Мешехського й Тубалського, й пророкуй проти його,
3en zeg: Zo spreekt Jahweh, de Heer! Ik kom naar u toe, Gog, grootvorst van Mésjek en Toebal.
3І скажи: Так говорить Господь Бог: Ось, я на тебе, Годже; князю Рошський й Тубалський!
4Ik lok u mee, sla een angel in uw kaken, en laat u uitrukken, u met al uw strijdkrachten: paarden en ruiters, allen volledig gewapend, een geweldig leger met schild en rondas, allen met het zwaard in de vuist.
4І притягну тебе, вложивши зубела в рот тобі, й виведу тебе вкупі з усїм військом твоїм, із кіньми й їздецями, — всїх у повній зброї, велике множество в панцирах і з щитами, всїх узброєних мечами,
5U zullen volgen Perzië, Ethiopië en Poet, allen met schild en helm;
5Персів, Етіопіїв, а з ними й Ливіїв, — всїх із щитами й в шоломах,
6Gómer met al zijn troepen, Bet-Togarma uit het hoge noorden met al zijn troepen; talloze volken trekken met u mee.
6Гомера й усю ватагу його, дом Тогармів із ватагами його від північних гряниць, і багато инших народів із тобою.
7Houd u bereid en maak u gereed, gij met heel het leger, dat rond u verenigd is; gij moet hun aanvoerder zijn.
7Увʼоружуйсь і ладься, — ти й усї ватаги твої, що згромадились до тебе, й будь їм воєводою.
8Na lange tijd zult ge een bevel ontvangen, en op het einde der jaren zult ge oprukken tegen een land, dat op het zwaard werd teruggewonnen, dat uit vele volken bijeen is gebracht op Israëls bergen, die een blijvende ruïne geleken, dat van de volken is weggetrokken, en zich helemaal veilig waant.
8По довгому часї тебе запотребують; ув останні роки прийдеш у землю, визволену спід меча, до збору з многих народів, на гори Ізрайлеві, що довгі часи були спустошені, тепер же їх осадники будуть виведені зміж народів і всї жити муть безбеч.
9Als een onweer komt gij opzetten, als de donderwolk nadert gij; ge komt, om het land te bedekken, gij met al de troepen en de talloze volken, die met u meetrekken.
9І здіймешся, мов хуртовина, налетиш бурною хмарою, окриєш землю, ти й усї твої військові ватаги й многі народи з тобою.
10Dit zegt Jahweh, de Heer. Maar dàn zullen er gedachten in uw brein opkomen, zult ge laffe plannen beramen,
10І говорить Господь Бог: Того часу прийдуть тобі на серце мисли й ти задумаєш лиху річ.
11en denken: Laat ik oprukken tegen een land van dorpen, een vredelievend volk overvallen, dat zich veilig waant en niet achter muren woont, dat geen grendels of deuren kent.
11І скажеш собі: Рушу я проти землї, що без мурів, нападу на безжурних людей, що живуть безпечно, — вони живуть собі без мурів і нема в їх нї засовів, нї дверей, —
12Om buit te maken en roof te behalen, om mijn hand te keren tegen bewoonde ruïnen en tegen een volk dat uit de heidenen bijeengebracht is, dat zich bezit verwerft, vermogen vormt, en het middelpunt der aarde bewoont.
12(рушу) Щоб порабувати, набрати здобичі, наложити руку на відновлені розвалища, та на той люд, що спроміж невір позбірався, та розжився хлїборобами й крамарями й розвів осади посеред землї.
13Sjeba en Dedan met hun kooplui, Tarsjisj met zijn handelaren zullen u vragen: Gaat ge roof behalen? Hebt ge uw leger verzameld, om buit te maken, om goud en zilver weg te nemen, om have en vee te bemachtigen, om een vette buit in te palmen?
13Саба й Дедан і крамарі Тарсийські з усїма їх левчуками скажуть тобі: Чи се ж прийшов єси, щоб рабувати, — назбірав війська, щоб добувати здобичі, щоб нагарбати золота й срібла, зайняти скотину й надбане добро, зажерти як найбільше здобичі?
14Daarom, mensenkind, moet ge tegen Gog profeteren en zeggen: Zo spreekt Jahweh, de Heer! Is het niet zo? Juist wanneer mijn volk Israël zich veilig waant, komt gij aanrukken,
14Тим же то пророкуй, сину чоловічий і промов до Гога: Так говорить Господь Бог: Чи так воно? того часу, як люд мій Ізраїль розживеться безжурно, ти про те дізнаєшся,
15vertrekt gij van uw woonplaats, uit het hoge noorden, gevolgd door talrijke volken, allemaal ruiters: een geweldig leger, een talrijke krijgsmacht.
15І вирушиш ти й прийдеш із твоєї осади, з найдальшої півночі, — ти й многі народи з тобою, сама кіннота, величезна ватага й безлїч війська;
16Dan rukt ge tegen mijn volk Israël op als een onweerswolk, om het land te bedekken. Ja, op het einde der tijden zal Ik u naar mijn land laten komen, opdat de heidenen Mij leren erkennen, als Ik met u, Gog, voor hun ogen mijn heiligheid toon!
16І двинеш проти мого люду Ізраїля, мов хуртовинна хмара, щоб окрити землю; в останні часи станеться воно, — й я приведу тебе на мою землю, щоб народи спізнали мене, як покажу мою сьвятость на тобі, Годже, перед їх очами.
17Dit zegt Jahweh, de Heer: Zijt gij het niet, van wien Ik in oeroude tijden gesproken heb door mijn dienaren, de profeten van Israël, die in lang vervlogen dagen profeteerden, dat Ik ú over hen zou doen komen?
17Так говорить Господь Бог: Хиба ж се не ти, що про него говорив я вже давно через слуг моїх, пророків Ізрайлевих, що в ті часи пророкували, що приведу тебе на мою землю?
18Maar zodra Gog tegen de grond van Israël oprukt, spreekt Jahweh, zal Ik mijn woede doen briesen,
18І буде того часу, як наступить Гог на Ізрайлеву землю, говорить Господь Бог, запалає гнїв мій аж до лютостї.
19en in mijn afgunst en mijn hartstochtelijke toorn uitroepen: Ik zal hem! Dan zal er een geweldige aardbeving over de grond van Israël komen.
19В ревностї моїй, в палаючій досадї моїй сказав я: Напевно, того часу настане велике потрясеннє в землї Ізрайлевій.
20Dan zullen voor Mij beven de vissen in de zee, de vogels in de lucht, de wilde beesten, al het gedierte dat over de grond kruipt, en alle mensen die de oppervlakte der aarde bewonen. Dan zullen de bergen ontzet worden, de rotswanden instorten, en alle muren ter aarde vallen.
20Перед гнївним лицем моїм затремтять риби в морі, піднебесне птаство, польове зьвіррє, й усе, що повзає по землї й усї люде на земному крузї, й зрушаться гори, й поваляться стїни й порозпадаються всї мури по землї.
21Dan zal Ik op al mijn bergen een zwaard tegen hem oproepen, spreekt Jahweh, de Heer: het zwaard van den een zal zich keren tegen het zwaard van den ander.
21І викличу меча по всїх горах моїх, говорить Господь Бог: Кожного меч обернеться на брата його.
22Dan zal Ik hem vonnissen met pest en met bloed; plasregens en hagelstenen, vuur en zwavel zal Ik op hem en zijn troepen doen regenen, en op de talrijke volken die met hem komen.
22І буду судитись із ним моровою пошестю й кроворозливом, і пролию на него й на ватаги його, та на безлїч народів, що з ним, потопний дощ і камяний гряд, огонь і сїрку;
23Zo zal Ik mijn grootheid en heiligheid tonen, en Mij openbaren voor de ogen van vele volken. Zo zullen ze erkennen, dat Ik Jahweh ben!
23І явлю себе великим і сьвятим, і дам себе пізнати в очах многих народів і взнають, що я — Господь.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.