Ezechiel
Chapter 38
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Freedom Bible (フリー…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1Het woord van Jahweh werd tot mij gericht:
1主の言葉が私に臨んだ。
2Mensenkind, ge moet uw gelaat richten naar Gog in het land Magog, den grootvorst van Mésjek en Toebal. Profeteer tegen hem,
2「人の子よ、マゴグの地のゴグ、ロシュ、メシェク、トバルの君主に顔を向け、彼に対して預言せよ。
3en zeg: Zo spreekt Jahweh, de Heer! Ik kom naar u toe, Gog, grootvorst van Mésjek en Toebal.
3こう言え。『主なる神はこう言われる。「ロシュ、メシェク、トバルの君主ゴグよ、見よ、わたしはあなたに立ち向かう。
4Ik lok u mee, sla een angel in uw kaken, en laat u uitrukken, u met al uw strijdkrachten: paarden en ruiters, allen volledig gewapend, een geweldig leger met schild en rondas, allen met het zwaard in de vuist.
4わたしはあなたの向きを変えさせ、あなたのあごに鉤を掛け、あなたとその全軍を連れ出す。馬と騎兵、完全に武装したすべての者、小盾と大盾を持つ大軍、剣を取るすべての者を連れ出す。
5U zullen volgen Perzië, Ethiopië en Poet, allen met schild en helm;
5彼らと共に、ペルシア、エチオピア、プテがいる。彼らは皆、盾と兜を身に着けている。
6Gómer met al zijn troepen, Bet-Togarma uit het hoge noorden met al zijn troepen; talloze volken trekken met u mee.
6ゴメルとその全軍、北の果てにいるトガルマの家とその全軍、さらに多くの民があなたと共にいる。
7Houd u bereid en maak u gereed, gij met heel het leger, dat rond u verenigd is; gij moet hun aanvoerder zijn.
7備えよ。あなたと、あなたのもとに集まったすべての軍勢は備えを整え、彼らの守り手となれ。
8Na lange tijd zult ge een bevel ontvangen, en op het einde der jaren zult ge oprukken tegen een land, dat op het zwaard werd teruggewonnen, dat uit vele volken bijeen is gebracht op Israëls bergen, die een blijvende ruïne geleken, dat van de volken is weggetrokken, en zich helemaal veilig waant.
8多くの日の後、あなたは召集される。後の年月に、あなたは剣から回復した地へ行く。そこは、多くの民の中から集められた者たちが住むイスラエルの山々であり、長い間、絶えず荒れ果てていた。しかし、その民は諸民族の中から連れ出され、皆、安心して住んでいる。
9Als een onweer komt gij opzetten, als de donderwolk nadert gij; ge komt, om het land te bedekken, gij met al de troepen en de talloze volken, die met u meetrekken.
9あなたは攻め上り、暴風のように来る。あなたとその全軍、あなたと共にいる多くの民は、地を覆う雲のようになる。」
10Dit zegt Jahweh, de Heer. Maar dàn zullen er gedachten in uw brein opkomen, zult ge laffe plannen beramen,
10主なる神はこう言われる。「その日、あなたの心にさまざまな考えが浮かび、あなたは悪い計画を企てる。
11en denken: Laat ik oprukken tegen een land van dorpen, een vredelievend volk overvallen, dat zich veilig waant en niet achter muren woont, dat geen grendels of deuren kent.
11あなたは言う。『私は城壁のない村々の地へ攻め上ろう。平穏に、安心して住んでいる者たちの所へ行こう。彼らは皆、城壁もかんぬきも門もない所に住んでいる。
12Om buit te maken en roof te behalen, om mijn hand te keren tegen bewoonde ruïnen en tegen een volk dat uit de heidenen bijeengebracht is, dat zich bezit verwerft, vermogen vormt, en het middelpunt der aarde bewoont.
12略奪物を奪い、獲物を取るために行こう。人が住むようになった廃墟に手を向け、諸国の中から集められ、家畜と財産を得て、地の中心に住む民を襲おう。』
13Sjeba en Dedan met hun kooplui, Tarsjisj met zijn handelaren zullen u vragen: Gaat ge roof behalen? Hebt ge uw leger verzameld, om buit te maken, om goud en zilver weg te nemen, om have en vee te bemachtigen, om een vette buit in te palmen?
13シェバ、デダン、タルシシュの商人たちと、そのすべての若い獅子は、あなたに尋ねる。『あなたは略奪物を奪うために来たのか。獲物を取るために軍勢を集めたのか。銀と金を運び去り、家畜と財産を奪い、大いなる略奪を行うためか。』」』
14Daarom, mensenkind, moet ge tegen Gog profeteren en zeggen: Zo spreekt Jahweh, de Heer! Is het niet zo? Juist wanneer mijn volk Israël zich veilig waant, komt gij aanrukken,
14それゆえ、人の子よ、預言してゴグに言え。『主なる神はこう言われる。「わたしの民イスラエルが安心して住むその日、あなたはそのことを知るのではないか。
15vertrekt gij van uw woonplaats, uit het hoge noorden, gevolgd door talrijke volken, allemaal ruiters: een geweldig leger, een talrijke krijgsmacht.
15あなたは自分の場所、北の果てから、多くの民と共に来る。彼らは皆、馬に乗る者で、大きな集団、強大な軍勢である。
16Dan rukt ge tegen mijn volk Israël op als een onweerswolk, om het land te bedekken. Ja, op het einde der tijden zal Ik u naar mijn land laten komen, opdat de heidenen Mij leren erkennen, als Ik met u, Gog, voor hun ogen mijn heiligheid toon!
16あなたは地を覆う雲のように、わたしの民イスラエルに攻め上る。終わりの日々に、わたしはあなたをわたしの地に攻め来させる。ゴグよ、わたしは諸国の目の前で、あなたを通して自らが聖なる者であることを示す。そのとき、諸国はわたしを知る。」
17Dit zegt Jahweh, de Heer: Zijt gij het niet, van wien Ik in oeroude tijden gesproken heb door mijn dienaren, de profeten van Israël, die in lang vervlogen dagen profeteerden, dat Ik ú over hen zou doen komen?
17主なる神はこう言われる。「あなたは、わたしが昔、わたしのしもべであるイスラエルの預言者たちを通して語った者ではないか。彼らは当時、長年にわたって、わたしがあなたを彼らに攻め来させると預言した。
18Maar zodra Gog tegen de grond van Israël oprukt, spreekt Jahweh, zal Ik mijn woede doen briesen,
18ゴグがイスラエルの地に攻め来るその日、わたしの鼻には憤りが燃え上がる」と主なる神は言われる。
19en in mijn afgunst en mijn hartstochtelijke toorn uitroepen: Ik zal hem! Dan zal er een geweldige aardbeving over de grond van Israël komen.
19「わたしは、ねたみと燃える憤りのうちに語った。その日、イスラエルの地に大きな揺れが必ず起こる。
20Dan zullen voor Mij beven de vissen in de zee, de vogels in de lucht, de wilde beesten, al het gedierte dat over de grond kruipt, en alle mensen die de oppervlakte der aarde bewonen. Dan zullen de bergen ontzet worden, de rotswanden instorten, en alle muren ter aarde vallen.
20海の魚、空の鳥、野の動物、地を這うすべてのもの、地の表にいるすべての人は、わたしの前で震える。山々は崩れ、急斜面は崩れ落ち、すべての城壁は地に倒れる。
21Dan zal Ik op al mijn bergen een zwaard tegen hem oproepen, spreekt Jahweh, de Heer: het zwaard van den een zal zich keren tegen het zwaard van den ander.
21わたしは、わたしのすべての山々で、ゴグに向かって剣を呼び寄せる」と主なる神は言われる。「人は皆、兄弟に向かって剣を振るう。
22Dan zal Ik hem vonnissen met pest en met bloed; plasregens en hagelstenen, vuur en zwavel zal Ik op hem en zijn troepen doen regenen, en op de talrijke volken die met hem komen.
22わたしは疫病と流血をもって彼を裁く。彼とその全軍、彼と共にいる多くの民の上に、豪雨、大粒の雹、火、硫黄を降らせる。
23Zo zal Ik mijn grootheid en heiligheid tonen, en Mij openbaren voor de ogen van vele volken. Zo zullen ze erkennen, dat Ik Jahweh ben!
23わたしは自分を大いなる者として示し、自らが聖なる者であることを示し、多くの国々の目の前で自分を知らせる。そのとき、彼らは、わたしが主であることを知る。」』」

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.