Ezechiel 17
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1Het woord van Jahweh werd tot mij gericht:
1主の言葉が私に臨んだ。
2Mensenkind, geef aan het huis van Israël een raadsel op, draag het een gelijkenis voor
2「人の子よ、イスラエルの家に謎を出し、たとえを語れ。
3en zeg: Zo spreekt Jahweh, de Heer! De grote arend met brede vleugels En lange wieken, Dik in de veren en bontgekleurd, Vloog naar de Libanon. Hij knakte de kruin van de ceder,
3こう言え。『主なる神はこう言われる。「大きな翼と長い羽を持ち、豊かな羽毛に覆われ、その羽が色とりどりの一羽の大鷲が、レバノンに来て、杉の木の頂を取った。
4De top van zijn takken brak hij af; Hij bracht dat naar een handelsland, En zette het in een koopmansstad.
4その若枝の先端を摘み取り、交易の地へ運び、商人の町に植えた。
5Toen nam hij een spruit van het land, En plantte die op een zaaiveld, Zette hem op een waterrijke plek, Plaatste hem aan de oever:
5また、その地の種の一部を取り、肥沃な土地に植えた。それを豊かな水のほとりに置き、柳の木のように植えた。
6Om uit te lopen en een wijnstok te worden Met brede kroon, met korte stam; Zijn ranken moesten naar hem zijn gekeerd, Zijn wortels onder hèm blijven.
6それは成長し、丈が低く、横に枝を広げるぶどうの木となった。その枝は鷲の方に向き、根は鷲の下にあった。こうして、それはぶどうの木となり、枝を出し、若枝を伸ばした。
7Maar er was nog een andere grote arend, Met brede vleugels, dik in de veren; En zie, die wijnstok strekte zijn wortels naar hem uit, En boog zijn ranken naar hem toe, Opdat hij hem bevochtigen zou, Meer dan het bed, waarop hij geplant was.
7また、大きな翼と多くの羽を持つ、もう一羽の大鷲がいた。見よ、このぶどうの木は、植えられた地から、その鷲に水を注いでもらおうとして、根を鷲の方へ伸ばし、枝を鷲の方へ向けた。
8Toch was hij geplant op goede grond, aan rijkelijk water, Om loten te schieten, vruchten te dragen, Een pracht van een wijnstok te worden.
8それは枝を出し、実を結び、立派なぶどうの木となるよう、豊かな水のそばの良い土地に植えられていた。」』
9Zeg, zal hij gedijen, zo spreekt Jahweh, de Heer; Zullen zijn wortels niet uitgerukt worden, Zijn vruchten niet worden afgesneden, Zodat zijn frisse loof geheel verdort?
9こう言え。『主なる神はこう言われる。「それは栄えるだろうか。最初の鷲はその根を引き抜き、実を切り落とし、芽生えた新鮮な葉をすべて枯れさせるのではないか。それを根から引き抜くのに、強い腕も多くの民も必要ない。
10Nog staat hij geplant, maar zal hij gedijen? Als een Oostenwind hem verzengt, Zal hij dan niet geheel verdorren Op het bed, waarop hij geplant is?
10見よ、それは植えられてはいるが、栄えるだろうか。東風が触れれば、完全に枯れるのではないか。それは育った地で枯れる。」』」
11Het woord van Jahweh werd tot mij gericht:
11さらに、主の言葉が私に臨んだ。
12Vraag eens aan het onhandelbare ras: Begrijpt ge niet, wat dat betekent? Verklaar dan: Zie, de koning van Babel is naar Jerusalem gekomen: zijn koning en groten heeft hij weggevoerd, en ze met zich meegenomen naar Babel.
12「今、反逆の家に言え。『これらが何を意味するのか、あなたがたには分からないのか。』彼らに告げよ。『見よ、バビロンの王がエルサレムに来て、その王と首長たちを捕らえ、バビロンの自分のもとへ連れて行った。
13Toen koos hij iemand van koninklijk geslacht, sloot met hem een verbond, en verplichtte hem onder ede. De voornaamsten van het land nam hij mee,
13彼は王族の一人 を取り、その者と契約を結び、誓いを立てさせた。また、その地の有力者たちを連れ去った。
14opdat het een onbeduidend koninkrijk zou zijn, niet in staat zich te verheffen, maar dat zijn verbond zou naleven en het gestand doen.
14それは王国を低くして、自ら高ぶることができないようにし、契約を守ることによって存続させるためであった。
15Maar hij kwam tegen hem in opstand door gezanten naar Egypte te zenden, om hem paarden te geven en veel troepen. Zal hij slagen? Zal iemand, die zo doet, ontkomen; die het verbond heeft verbroken, ontsnappen?
15しかし、その王はバビロンの王に反逆し、馬と多くの兵士を与えてもらおうとして、使者をエジプトに送った。このようなことをする者が栄えるだろうか。逃れることができるだろうか。契約を破って、なお逃れられるだろうか。
16Zo waar Ik leef, zegt Jahweh, de Heer: in de woonplaats van den koning, die hem op de troon verhief, maar wiens eed hij schond en wiens verbond hij brak: midden in Babel zal hij sterven.
16わたしは生きている」と主なる神は言われる。「彼を王とした王が住む所、すなわち、彼がその誓いを軽蔑し、その契約を破った相手のいるバビロンのただ中で、彼は必ず死ぬ。
17Neen, Farao zal hem niet met een grote krijgsmacht en een talrijk leger in de strijd ondersteunen, als hij een wal heeft aangelegd, verschansingen heeft gebouwd, en vele mensenlevens opoffert.
17多くの人を断ち滅ぼすために敵が土塁を築き、砦を建てる戦いで、ファラオは強大な軍勢と大軍をもってしても、彼を助けることはできない。
18Hij is meinedig geworden door het verbond te breken. Zie, hij heeft zijn hand erop gegeven, en toch doet hij dit alles! Néén, hij zal niet ontkomen!
18彼は誓いを軽蔑して契約を破った。見よ、彼は手を差し出して契約したにもかかわらず、これらすべてのことを行った。彼は逃れられない。』
19Daarom, zegt Jahweh, de Heer: Zo waar ik leef, de bij Mij gezworen eed die hij schond, en het voor Mij gesloten verbond dat hij brak, zal Ik op zijn hoofd doen neerkomen.
19それゆえ、主なる神はこう言われる。『わたしは生きている。彼が軽蔑したわたしの誓いと、彼が破ったわたしの契約を、必ず彼自身の頭に報いる。
20Mijn jachtnet werp Ik over hem heen, en in mijn strik wordt hij gevangen; Ik zal hem naar Babel brengen en daar vonnissen voor de trouwbreuk, waardoor hij zich aan Mij heeft vergrepen.
20わたしは彼の上に網を広げ、彼はわたしのわなに捕らえられる。わたしは彼をバビロンへ連れて行き、彼がわたしに対して犯した背きのために、そこで彼を裁く。
21Al zijn keurtroepen in al zijn legers zullen vallen door het zwaard; en die ontsnappen, zullen naar alle windstreken worden verstrooid. Zo zult ge erkennen, dat Ik, Jahweh, gesproken heb.
21彼の全軍の逃亡者は皆、剣に倒れ、残った者たちは四方の風に散らされる。そのとき、あなたがたは、主であるわたしが語ったことを知る。』
22Dit zegt Jahweh, de Heer: Van de top des ceders zal Ik zelf een takje plukken, Van de spits zijner takken een tenger twijgje breken. Op een hoge en verheven berg zal Ik het planten,
22主なる神はこう言われる。『わたしも高くそびえる杉の頂から一枝を取り、それを植える。その一番上の若枝から柔らかな枝を摘み取り、高くそびえる山に植える。
23Op Israëls hoogste toppen zal Ik het zetten; Het zal loten schieten, vrucht vormen, En groeien tot een geweldige ceder. Daaronder zullen alle vogels rusten, Al wat vleugels heeft, zal in de schaduw van zijn takken nestelen.
23イスラエルの高い山にそれを植える。それは大枝を出し、実を結び、立派な杉の木となる。あらゆる種類の鳥がその枝の陰に住み、そこに宿る。
24En alle bomen van het veld zullen erkennen, Dat Ik, Jahweh, een hoge boom vernederd, Een lage boom verheven heb; Een frisse boom verdroogd, Een dorre boom tot bloei heb gebracht. Ik, Jahweh, heb gesproken, en zal het doen!
24野のすべての木は、主であるわたしが、高い木を低くし、低い木を高くし、青々とした木を枯らし、枯れた木に芽を出させたことを知る。 主であるわたしが語り、それを行った。』」
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.