Ezechiel 24
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1In het negende jaar, op de tiende der tiende maand, werd het woord van Jahweh tot mij gericht:
1第九年の第十の月、その月の十日、再び主の言葉が私に臨んだ。
2Mensenkind, ge moet u de datum van de dag, juist van deze dag, opschrijven; want op deze eigen dag heeft de koning van Babel zich op Jerusalem geworpen.
2「人の子よ、今日という日の日付を書き記せ。バビロンの王が、まさに今日、エルサレムに迫った。
3Dan moet ge het onhandelbare ras een gelijkenis voordragen, en tot hen zeggen: Zo spreekt Jahweh, de Heer! De pot opgezet, de pot opgezet, En water erin gegoten;
3反逆の家にたとえを語り、彼らに言え。『主なる神はこう言われる。 「大釜を火にかけよ。 火にかけ、 その中に水を注げ。
4De stukken vlees erin gestopt: Al de beste stukken! Met lende en schouder, En vette kluiven hem gevuld;
4肉の切り身をその中に集めよ。 ももや肩、 すべての良い切れを入れよ。 選り抜きの骨で満たせ。
5Het beste der kudde gekozen, En blokken eronder gestapeld! Laat zieden de stukken, Kook ook de kluiven erin;
5群れの中から最上のものを取り、 大釜の下に、骨を煮るための薪も積め。 よく煮立たせ、 その中で骨も煮よ。」
6Daarom zegt Jahweh, de Heer: Wee de bloedstad, De pot waar de aanslag aan zit, En waar de roest niet vanaf gaat! Haal stuk voor stuk er dan uit, En loot er niet om!
6それゆえ、主なる神はこう言われる。 「災いだ、流血の町よ。 さびがこびりつき、 さびが取れない大釜よ。 肉を一切れずつ取り出せ。 そのためにくじを引いてはならない。
7Want haar bloed stroomt in haar midden, Op de naakte rots liet ze het vloeien; Ze goot het niet uit op de grond, Om het met aarde te bedekken.
7彼女が流した血は、そのただ中にある。 彼女はそれを裸の岩の上に流した。 地面に注いで、 ちりで覆うことをしなかった。
8Om mijn toorn op te voeren En mijn wraak te gaan koelen, Heb Ik haar bloed op de naakte rots laten vloeien, Opdat het niet zou worden bedekt.
8復讐の怒りを呼び起こすため、 わたしは彼女の血を裸の岩の上に置き、 覆われないようにした。」
9Daarom zegt Jahweh, de Heer: Wee de bloedstad! Ook Ik ga een grote stookplaats maken;
9それゆえ、主なる神はこう言われる。 「災いだ、流血の町よ。 わたしも薪の山を大きくする。
10Haal nog meer hout! Laat laaien het vuur, Laat koken het vlees, Dat het vleesnat verdampt, En de kluiven verbranden.
10薪を積み上げ、 火を燃え立たせよ。 肉を煮込み、 煮汁を煮詰め、 骨を焼き尽くせ。
11Zet hem leeg op de kolen, Dat hij heet wordt, en zijn koper gaat gloeien, Dat van binnen zijn aanslag er afsmelt, En zijn roestlaag verdwijnt.
11それから、空になった大釜を炭火の上に置け。 それを熱くし、 青銅が灼けるまで熱せよ。 その中で汚れが溶け、 さびが焼き尽くされるまで。
12Maar de moeite is vergeefs, Want de aanslag gaat er van binnen niet af; Zijn roestlaag stinkt Van uw onreinheid en ontucht.
12骨折りは尽きた。 それでも、こびりついた厚いさびは落ちない。 火でも落ちない。
13Omdat Ik u reinigen wilde, maar ge niet rein werdt, Zult ge van uw onreinheid niet meer worden gezuiverd; Totdat Ik mijn woede aan u heb gekoeld,
13あなたの汚れの中には淫らな行いがある。わたしはあなたを清めようとしたが、あなたは清められなかった。それゆえ、わたしがあなたへの憤りを静めるまで、あなたはもはやその汚れから清められない。
14Ik, Jahweh, heb het gezegd! Het komt: Ik ga het voltrekken, Zonder genade of erbarming, Ik laat niet af; Naar uw handel en wandel zal Ik u richten: Is de godsspraak van Jahweh, den Heer!
14主であるわたしが語った。それは起こる。わたしはそれを行う。わたしは退かず、惜しまず、思い直さない。あなたの歩みと行いに従って、人々はあなたを裁く」と主なる神は言われる。』」
15Het woord van Jahweh werd tot mij gericht:
15また、主の言葉が私に臨んだ。
16Mensenkind, waarachtig, Ik ga u met een zware slag de lust uwer ogen ontnemen; maar ge moogt niet rouwen en wenen, of uw tranen laten vloeien.
16「人の子よ、見よ、わたしは一撃で、あなたの目の慕う者を取り去る。しかし、あなたは嘆き悲しんではならず、泣いてはならない。涙を流してはならない。
17Als ge zucht, doe het in stilte, en maak geen rouwmisbaar; knoop uw hoofddoek om, en laat uw sandalen aan uw voeten; bedek uw baard niet en eet geen treurbrood.
17声を立てずに嘆息し、死者のための喪に服してはならない。頭にターバンを巻き、足に履物を履け。口を覆ってはならず、弔いのパンを食べてはならない。」
18Des morgens sprak ik tot het volk, en ‘s avonds stierf mijn vrouw; en de volgende morgen deed ik zoals mij bevolen was.
18そこで私は朝、民に語った。その夕方、私の妻が死んだ。翌朝、私は命じられたとおりに行った。
19Maar het volk vroeg mij: Zoudt gij ons niet verklaren, wat dat voor ons betekent, dat ge zo doet?
19民は私に尋ねた。「あなたがこのようにしていることは、われわれにとって何を意味するのか、教えてくれないのか。」
20En ik sprak tot hen: Het woord van Jahweh werd tot mij gericht.
20そこで私は彼らに言った。「主の言葉が私に臨んだ。
21Ge moet tot het huis van Israël zeggen: Zo spreekt Jahweh, de Heer! Waarachtig, Ik ga mijn heiligdom ontwijden: uw fiere trots, de lust uwer ogen, uw zielsverlangen; en uw zonen en dochters, die ge hebt achtergelaten, zullen neergesabeld worden.
21『イスラエルの家に語れ。主なる神はこう言われる。「見よ、わたしはわたしの聖所、あなたがたの力の誇り、目の慕うもの、あなたがたの心が惜しむものを汚す。あなたがたが残してきた息子や娘は剣に倒れる。
22Dan moet ge doen, zoals ik gedaan heb: uw baard moogt ge niet bedekken, en treurbrood niet eten;
22あなたがたは、わたしが行ったとおりに行う。口を覆わず、弔いのパンを食べない。
23uw hoofddoek moet op uw hoofden en uw sandalen aan uw voeten blijven; ge moogt niet rouwen of wenen, maar ge zult verkwijnen om uw schuld, en tegen elkander maar zuchten.
23あなたがたは頭にターバンを巻き、足に履物を履く。嘆き悲しむことも、泣くこともなく、自分たちの不義のうちに衰え果て、互いにうめく。
24Ezekiël is uw voorbeeld: als het komt, moet ge hem in alles navolgen. Zo zult ge erkennen, dat Ik Jahweh ben!
24このように、エゼキエルはあなたがたへのしるしとなる。彼が行ったすべてのことと同じように、あなたがたも行う。このことが起こるとき、あなたがたは、わたしが主なる神であることを知る。」』」
25En wat uzelf betreft, mensenkind: op de dag, dat Ik hun ontneem hun bolwerk, hun trotse vreugde, de lust van hun ogen, hun zielsverlangen, hun zonen en dochters;
25「人の子よ、わたしが彼らから、彼らの力、栄光の喜び、目の慕うもの、心を寄せるもの、すなわち息子や娘を取り去る日、
26op die dag zal eer een vluchteling naar u toe komen, om u de tijding te brengen.
26その日、逃れた者があなたのもとに来て、あなたの耳にその知らせを聞かせるのではないか。
27Op de dag zal uw mond geopend worden, zodra de vluchteling komt, en zult ge sprekken, niet stom meer zijn Zo zult ge voor hen een voorbeeld zijn, opdat ze erkennen, dat Ik Jahweh ben.
27その日、逃れた者に対してあなたの口が開かれる。あなたは語り、もはや口がきけない者ではなくなる。こうして、あなたは彼らへのしるしとなる。そのとき、彼らは、わたしが主であることを知る。」
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.