Ezechiel 24
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1In het negende jaar, op de tiende der tiende maand, werd het woord van Jahweh tot mij gericht:
1І надійшло слово Господнє до мене в девятому роцї, у десятому місяцї, на девятий день місяця — таке:
2Mensenkind, ge moet u de datum van de dag, juist van deze dag, opschrijven; want op deze eigen dag heeft de koning van Babel zich op Jerusalem geworpen.
2Сину чоловічий! запиши собі число сього дня, сього самого дня; сього бо самого дня вдарить царь Вавилонський на Ерусалим.
3Dan moet ge het onhandelbare ras een gelijkenis voordragen, en tot hen zeggen: Zo spreekt Jahweh, de Heer! De pot opgezet, de pot opgezet, En water erin gegoten;
3І приточи сьому неслухняному домові примір, та й промов до його: Так говорить Господь Бог: Постав котел, постав та налий в його води;
4De stukken vlees erin gestopt: Al de beste stukken! Met lende en schouder, En vette kluiven hem gevuld;
4Повкладай в його шматки мясива, що найлучші куснї, — стегна й лопатки з усїма їх здоровенними кістками, —
5Het beste der kudde gekozen, En blokken eronder gestapeld! Laat zieden de stukken, Kook ook de kluiven erin;
5Набери їх із добірних овець — та й наложи під казана костей, і нехай кипить усе доти, аж і костї розваряться.
6Daarom zegt Jahweh, de Heer: Wee de bloedstad, De pot waar de aanslag aan zit, En waar de roest niet vanaf gaat! Haal stuk voor stuk er dan uit, En loot er niet om!
6Бо так говорить Господь Бог: Горе крововинному місту! горе казанові заржавілому, що ржа не відстає від його! шматок за шматком повикидають із його, не вибираючи їх по жеребу.
7Want haar bloed stroomt in haar midden, Op de naakte rots liet ze het vloeien; Ze goot het niet uit op de grond, Om het met aarde te bedekken.
7Бо пролита ним кров і досі посеред него; на голій скелї вона, він бо не проливав її на землю, де б вона покрилась була порохом.
8Om mijn toorn op te voeren En mijn wraak te gaan koelen, Heb Ik haar bloed op de naakte rots laten vloeien, Opdat het niet zou worden bedekt.
8Щоб розбудити в собі досаду, й над ним помститись, оставив я пролиту ним кров на голій скелї, щоб вона не прикрилась.
9Daarom zegt Jahweh, de Heer: Wee de bloedstad! Ook Ik ga een grote stookplaats maken;
9Тим же то так говорить Господь Бог: Горе місту крововинному! з його накладу я величезну купу.
10Haal nog meer hout! Laat laaien het vuur, Laat koken het vlees, Dat het vleesnat verdampt, En de kluiven verbranden.
10Додавай підпалу, роздувай огонь; виварюй мясиво, нехай усе аж загусне й костї порозпадаються.
11Zet hem leeg op de kolen, Dat hij heet wordt, en zijn koper gaat gloeien, Dat van binnen zijn aanslag er afsmelt, En zijn roestlaag verdwijnt.
11Тодї постав порожного казана на жару, щоб розжаривсь і мідь його розпустилась, і нечисть в йому витопилась, і ржа його зникла.
12Maar de moeite is vergeefs, Want de aanslag gaat er van binnen niet af; Zijn roestlaag stinkt Van uw onreinheid en ontucht.
12Та шкода тяжкої працї! груба ржа не зійде з його; і в огнї полишиться на йому ржа його.
13Omdat Ik u reinigen wilde, maar ge niet rein werdt, Zult ge van uw onreinheid niet meer worden gezuiverd; Totdat Ik mijn woede aan u heb gekoeld,
13В нечистотї твоїй стільки поганї, що скілько й не намагався тебе очистити, ти все таки нечиста; од нечистї твоєї ти й далїй не очистишся, аж докіль я удовольню мою досаду на тобі!
14Ik, Jahweh, heb het gezegd! Het komt: Ik ga het voltrekken, Zonder genade of erbarming, Ik laat niet af; Naar uw handel en wandel zal Ik u richten: Is de godsspraak van Jahweh, den Heer!
14Я, Господь, я говорю се; воно прийде, я вчиню так; нїчого з того не зміню; не буде в мене пощади, не буде помилування. По твоїх поступках і по твоїх учинках будуть судити тебе, говорить Господь Бог.
15Het woord van Jahweh werd tot mij gericht:
15І надійшло до мене слово Господнє:
16Mensenkind, waarachtig, Ik ga u met een zware slag de lust uwer ogen ontnemen; maar ge moogt niet rouwen en wenen, of uw tranen laten vloeien.
16Сину чоловічий! ось я возьму в тебе втїху очей твоїх через недугу; та ти не жалкуй, не плач не рони сьліз;
17Als ge zucht, doe het in stilte, en maak geen rouwmisbaar; knoop uw hoofddoek om, en laat uw sandalen aan uw voeten; bedek uw baard niet en eet geen treurbrood.
17Мовчки зітхай, звичайного голосїння по мертвих не справляй; обвивай собі завивало, вбувай ноги в твою обуву, не закривай бороди та й не їж від чужих (старечого) хлїба.
18Des morgens sprak ik tot het volk, en ‘s avonds stierf mijn vrouw; en de volgende morgen deed ik zoals mij bevolen was.
18І говорив я про се вранцї до люду, увечорі ж умерла жінка моя; а назавтра чинив я, як менї заповідано.
19Maar het volk vroeg mij: Zoudt gij ons niet verklaren, wat dat voor ons betekent, dat ge zo doet?
19І питали в мене люде: Чи то ж нам не скажеш, що воно має значити, що ти так робиш?
20En ik sprak tot hen: Het woord van Jahweh werd tot mij gericht.
20А я відказав їм: До мене надійшло слово Господнє, таке:
21Ge moet tot het huis van Israël zeggen: Zo spreekt Jahweh, de Heer! Waarachtig, Ik ga mijn heiligdom ontwijden: uw fiere trots, de lust uwer ogen, uw zielsverlangen; en uw zonen en dochters, die ge hebt achtergelaten, zullen neergesabeld worden.
21Скажи домові Ізрайлевому: Так говорить Господь Бог: Ось, я передаю на опоганеннє сьвятиню мою, — сесю опору сили вашої, роскіш очей ваших і одраду душі вашої, а сини ваші й дочки ваші, що ви позоставляли, поляжуть од меча.
22Dan moet ge doen, zoals ik gedaan heb: uw baard moogt ge niet bedekken, en treurbrood niet eten;
22А ви чинити мете так, як я вчинив тепер: не будете закривати бороди й хлїба од чужих не будете їсти;
23uw hoofddoek moet op uw hoofden en uw sandalen aan uw voeten blijven; ge moogt niet rouwen of wenen, maar ge zult verkwijnen om uw schuld, en tegen elkander maar zuchten.
23Обвивала ваші остануть на головах у вас і обува ваша — на ногах ваших; не будете побиватись і плакати а осторопієте перед гріхами вашими й одно перед одним будете стогнати.
24Ezekiël is uw voorbeeld: als het komt, moet ge hem in alles navolgen. Zo zult ge erkennen, dat Ik Jahweh ben!
24І буде вам Езекиїл знаком пророчим, бо так само, як він чинив, чинити мете й ви; а як те все станеться, зрозумієте, що я — Господь Бог.
25En wat uzelf betreft, mensenkind: op de dag, dat Ik hun ontneem hun bolwerk, hun trotse vreugde, de lust van hun ogen, hun zielsverlangen, hun zonen en dochters;
25Що ж до тебе, сину чоловічий, то в той день, як уйму їм окрасу слави їх, радощі очей їх, і відраду душі їх, — їх синів і дочки їх, —
26op die dag zal eer een vluchteling naar u toe komen, om u de tijding te brengen.
26Того дня прийде до тебе звідти такий, що врятуєсь, щоб принести вістку в уші твої.
27Op de dag zal uw mond geopend worden, zodra de vluchteling komt, en zult ge sprekken, niet stom meer zijn Zo zult ge voor hen een voorbeeld zijn, opdat ze erkennen, dat Ik Jahweh ben.
27Того дня одверзуться уста твої разом із устами втїкача того, й станеш (уже сьміливо) говорити, й не будеш уже мовчати, та й станешся їм ознакою, щоб зрозуміли, що я — Господь.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.