Ezechiel
Chapter 9
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Toen weerklonk een machtige stem in mijn oren: “Ze zijn in aantocht, de rampen van de stad!”,
1І кликнув опісля менї в уші грімким голосом: Наближуються каранники міста, кожен із знарядом у руцї до вбивання.
2En zie, daar kwamen zes mannen aan, uit de richting van de noordelijke bovenpoort, ieder met zijn knots in de hand; maar er was er één bij, in linnen gewaad, met schrijfgereedschap aan zijn gordel. Ze traden nader, en gingen naast het koperen altaar staan.
2І се прийшло шестеро від нагірніх ворот, що на північ, а в кожного в руцї його знаряд до вбивання; між ними ж один, одягнений у лняну одежу, а при боцї в його писарський прибір; і прийшли та й постали коло мідяного жертівника.
3Intussen was de heerlijkheid van Israëls God opgerezen van de cherub waar ze op stond, en was naar de drempel van de tempel gegaan. Daar riep Jahweh den man in het linnen gewaad en met schrijfgereedschap aan zijn gordel,
3І зіступила слава Бога Ізрайлевого з того херувима, що на йому була, до порога дому. І прикликав він того, що був у лняному одязї, що при боцї в його був писарський прилад.
4en Hij zeide tot hem: Trek door de stad, midden door Jerusalem heen, en zet een teken op het voorhoofd van allen, die jammeren en klagen over al de gruwelen, welke binnen haar muren bedreven worden.
4І сказав йому Господь: Пройди серединою по містї, по Ерусалиму, та й поклади знак на чолах у людей, що зітхають і сумують задля всїх гидот, які дїються в городї.
5Maar de anderen beval Hij, zodat ik het hoorde: Trekt achter hem aan door de stad, en slaat er meedogenloos en zonder genade op in!
5А другим сказав — так, що я чув: Ійдїте позад його городом та й убивайте; нехай не милує око ваше й не щадить;
6Oud en jong, maagden, kinderen en vrouwen, slaat ze onbarmhartig dood; maar raak niemand aan, op wiens voorhoofd het teken staat! Ge moet bij mijn tempel beginnen! En aanstonds begonnen ze met de mannen, die vóór de tempel stonden.
6І старого й молодика, дївицю, дитину й жіноцтво вбивайте на смерть; із тих же, на кому положено знак, не займайте нїкого, а починайте од моєї сьвятинї. І почали вони від тих мужів, що були перед храмом.
7Ook beval Hij hen nog: Verontreinigt de tempel, vult de voorhoven met lijken, en trekt dan naar buiten! En moordend gingen ze door de stad.
7І сказав до них: Опоганьте храм, закидайте подвірря побитими, а потім вийдете. І вийшли вони та й почали вбивати по городу.
8Terwijl ze nu aan het moorden waren, en ik alleen achterbleef, viel ik plat ter aarde en snikte het uit: Ach Jahweh, mijn Heer, gaat Gij dan de hele rest van Israël vernielen, als Ge uw toorn over Jerusalem laat woeden?
8І як вони їх повбивали, а я зостався, впав я на лице й промовив: Ой Господи Боже! чи ти ж бо вигубиш оце ввесь останок Ізраїля, виливаючи гнїв твій на Ерусалим?
9Hij sprak tot mij: De schuld van het huis van Israël en Juda is vreselijk groot; ze hebben het land met bloed vervuld, en de stad is vol geweld; want ze dachten: Jahweh heeft het land verlaten, Jahweh ziet het niet eens.
9І сказав він менї: Безбожність дому Ізрайлевого й Юдиного велика, аж надто велика; ся країна повна крівавих гріхів, город же переповнений несправедливостю, бо вони кажуть: Покинув Господь сю країну, не бачить Господь.
10Daarom zal Ik zonder mededogen of ontferming hun daden op hun hoofd doen komen.
10Оце ж і моє око не пощадить і я не помилую; оберну поступки їх на їх же голову.
11En zie, daar kwam de man in het linnen gewaad en met het schrijfgereedschap aan zijn gordel zeggen: Ik heb gedaan, zoals Gij mij hebt bevolen.
11Аж ось той, що в лняній одежі, той, що при боцї в його писарські приряди, принїс звістку й сказав: Зробив я так, як ти менї приказав.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.