Ezechiel
Chapter 39
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Mensenkind, ge moet over Gog profeteren en zeggen: Zo spreekt Jahweh, de Heer! Ik kom naar u toe, Gog, grootvorst van Mésjek en Toebal.
1Ти ж, сину чоловічий, вискажи пророцтво проти Гога й промов: Так говорить Господь Бог: Ось, я — на тебе, Годже, князю Рошський, Мешехський й Тубалський,
2Ik lok u mee, drijf u voort, laat u oprukken uit het hoge noorden, en u op de bergen van Israël komen.
2І притягну тебе, й поведу тебе, й виведу тебе од гряниць півночніх та й приведу тебе на гори Ізрайлеві.
3Daar sla Ik u de boog uit de linkerhand, en laat uw pijlen uit uw rechterhand vallen.
3І вибю лука з лївої руки твоєї й повикидаю стріли з правої руки твоєї.
4Op de bergen van Israël zult ge neerstorten, met al de troepen en de talrijke volken die met u zijn: aan gieren, vogels van allerlei slag en aan de wilde dieren geef Ik u te vreten.
4Упадеш ти на горах Ізрайлевих, ти й усї ватаги твої з усїма народами, що з тобою; і віддам тебе на пожир усякому хижому птаству й зьвіррю дикому.
5Plat op de grond zult ge vallen; want Ik heb het gezegd, spreekt Jahweh, de Heer!
5В чистому полі поляжеш; я бо сказав так, говорить Господь.
6Ik ga brand stichten in Magog, en bij hen die zich op de eilanden veilig wanen; zo zullen ze erkennen, dat Ik Jahweh ben!
6І пошлю огонь на Магога й на безжурних поморян, і взнають, що я — Господь.
7Maar onder mijn volk Israël zal Ik mijn heilige Naam openbaren, zal mijn heilige Naam nimmer meer worden ontwijd. Zo zullen de volken erkennen, dat Ik Jahweh ben, Israëls Heilige.
7І явлю сьвяте імя моє серед мого люду, Ізраїля, й не дам уже неславити сьвяте імя моє, й взнають народи, що я — Господь, сьятий в Ізраїлї.
8Waarachtig, het komt, het gaat gebeuren, zegt Jahweh, de Heer; dit is de dag, waarvan Ik gesproken heb!
8Ось, се буде й станеться, говорить Господь Бог, — той день, що я казав про него.
9Dan trekt de bevolking van Israëls steden naar buiten, om de brand te steken in het wapentuig, in schild en rondas, in bogen en pijlen, in knotsen en speren. Zeven jaar lang zullen ze daarvan stoken,
9Тодї виходити муть осадники городів Ізраїлських і будуть палити оружжє, щити й панцирі, луки й стріли, булави й списи; на сїм років мати муть чим палити.
10zodat ze geen bomen van het land hoeven weg te halen of uit de bossen te kappen; want het wapentuig kunnen ze stoken. Zo zullen ze beroven, die hèn wilden beroven, en plunderen, die hèn wilden plunderen.
10Не будуть носити дров із поля нї рубати по гаях, а палити муть саме тілько оружжє; ограблювати своїх грабіжників та обдирати своїх обдирачів, говорить Господь Бог.
11Dan zal Ik aan Gog een beruchte plaats als graf in Israël geven: het Doortrekkersdal, dat oostelijk van de zee ligt, en dat die doortrekkers zal insperren. Daar zal men Gog met al zijn drommen begraven, en men zal het noemen: Dal van Gogs drommen.
11І станеться того часу: призначу місце Гогові на гробовище в Ізраїлї, — в мандрівній долинї, на всхід од моря, і будуть зʼупинятись на нїй прохожі. Так поховають Гога й усї товпи його, й прозвуть її Долиною товп Гогових.
12Zeven maanden lang zal het huis van Israël met hun begrafenis bezig blijven, om het land te zuiveren,
12І ховати ме їх дом Ізрайлїв сїм місяцїв, щоб очистити землю.
13en de hele bevolking van het land zal doodgraverswerk doen; dat zal hun tot ere strekken op de dag, dat Ik Mij verheerlijk, zegt Jahweh, de Heer.
13Усе осадництво країни помагати ме ховати їх, і буде той день памятним у них, в котрім я прославлю себе, говорить Господь Бог.
14Men zal mannen aanstellen, met de opdracht het land te doorkruisen, en de doortrekkers op te zoeken, die nog op het open veld bleven liggen. Na die zeven maanden gaan ze op zoek, om het land te reinigen.
14І настановлять нарочно людей, щоб перезирали країну та при помочи переходнїв ховали позіставших поверх землї, — щоб її очищувати; ба ще й по упливі сїмох місяцїв, будуть вони перешуковати;
15Als zij dan het land doorkruisen, en iemand van hen ziet een mensenbeen liggen, dan zal hij er een teken naast plaatsen, totdat de doodgravers het in het dal van Gogs drommen begraven.
15І як хто, перешукуючи землю, побачить людського кістяка, то буде ставити при йому знак, щоб погребачі ховали його в Долинї ватаг Гогових.
16Zo zal men het land reinigen.
16І звати меться те місце Гамона (ватага). І так очистять землю.
17Mensenkind: zo spreekt Jahweh, de Heer! Dan moet ge roepen tot de vogels van allerlei slag en tot alle wilde dieren: Komt hier bij elkaar; verzamelt u van alle kanten rond het offer, dat Ik voor u heb klaargemaakt: een reuzen-offer op de bergen van Israël; daar kunt ge vlees vreten en bloed gaan slurpen.
17Ти ж, сину чоловічий, так говорить Господь Бог, скажи всякому птаству піднебесному й хижому зьвіррю: Сходїтесь і прибувайте, відусюди прибувайте на мою жертву, що вам наготую, на великий пир по горах Ізрайлевих, і їжте мясиво й пийте кров.
18Vlees van helden kunt ge vreten, en bloed van de prinsen der aarde slurpen: van rammen en bokken, hamels en varren, allemaal mestvee van Basjan.
18Мясиво силачів будете їсти й кров із князїв пити, — з тих баранів, ягнят, козлів і назимків, угодованих на Базанї.
19Van het offer, dat Ik voor u heb klaargemaakt, kunt ge vet schrokken tot het u tegenstaat, bloed slurpen tot ge er zat van wordt.
19І їсти мете товщ до наситу, й пити кров до хмелю із тієї жертви моєї, що вам позаколюю.
20Aan mijn tafel kunt ge u zat eten aan paarden en ruiters, helden en allerlei krijgsvolk, zegt Jahweh, de Heer.
20І нагодуєтесь за тим столом моїм кіньми й їздецями, силачами й усякими войовниками, говорить Господь Бог.
21Zo zal Ik mijn heerlijkheid aan de volken tonen, zullen alle volken het vonnis aanschouwen dat Ik voltrek, en de hand die Ik op hen laat drukken.
21І виявлю між народами славу мою, й усї народи побачать караючий суд мій, що я доконаю, й руку мою, що на них наложу.
22Zo zal ook het huis van Israël erkennen, dat Ik, Jahweh, hun God ben eens en voor al!
22І знати ме дом Ізрайлів, що я — Господь Бог.
23Dan zullen alle volken inzien, dat het huis van Israël door eigen schuld werd verbannen; dat Ik mijn gelaat voor hen heb verborgen, en hen heb overgeleverd in de macht van hun vijanden; en dat ze allen getroffen zijn door het zwaard, omdat zij Mij ontrouw waren;
23І зрозуміють народи, що дом Ізрайлїв тільки за свою неправедність був переселений в неволю, — за те, що вони поламали вірність менї, так що я аж закрив лице моє перед ними та й подав їх на поталу ворогам їх, щоб полягли од меча.
24dat Ik hen naar hun onreinheid en hun wandaden heb behandeld, en mijn gelaat voor hen heb verborgen.
24Се я за їх нечистоти й беззаконства вчинив таке з ними та й сховав перед ними лице моє.
25Waarachtig, zegt Jahweh, de Heer: eenmaal zal Ik Jakob gelukkig maken, Mij over heel het huis van Israël erbarmen, en ijveren voor mijn heilige Naam.
25Тим же то так говорить Господь Бог: Тепер я заверну полоненого Якова та й змилосерджусь до всього дому Ізрайлевого, й обстану ревно за сьвятостю імені мого.
26Als zij rustig op hun eigen grond zullen wonen, en er niemand is die hen opschrikt, dan zullen ze hun schande vergeten en al de trouweloosheid, waarmee ze van Mij zijn afgevallen.
26І відчувати муть болесно безчесностї свої й усї беззаконства свої, що проти мене творили, як ізнов жити муть безпечно у землї своїй, не лякаючись нїкого,
27Als Ik ze uit de volken heb weggevoerd, en ze bijeen heb gebracht uit de landen van hun vijanden, zal Ik door hen voor de ogen van talrijke volken mijn heiligheid tonen.
27Як поприводжу їх назад ізпроміж народів і позбіраю з земель, їм ворожих, та покажу на них сьвятість мою перед очима в многих народів.
28Dan zullen ze erkennen, dat Ik, Jahweh, hun God ben, die hen wel naar de volken verbande, maar die ze naar hun eigen grond heeft teruggebracht en daar niemand heeft achtergelaten.
28І спізнають вони, що я — Господь, Бог їх, коли, розкинувши їх проміж народи, знов їх позбіраю в їх землю, і нїкого з них там не зоставлю.
29Nooit meer zal Ik mijn gelaat voor hen verbergen, omdat Ik mijn geest heb uitgestort over Israëls huis: is de godsspraak van Jahweh, den Heer!
29І не буду вже закривати перед ними лиця мого, бо я вилию серце моє на дом Ізраїля, говорить Господь Бог.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.