Ezechiel 11
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Daarna nam een geest mij op, om me te brengen naar de oostelijke poort van Jahweh’s huis, die op het oosten ligt; en toen ik aan de ingang van de poort vijf en twintig mannen zag staan, waaronder zich de volksleiders Jaäzanja, de zoon van Azzoer, en Pelatjáhoe de zoon van Benajáhoe bevonden, sprak Hij tot mij:
1І підняв мене дух вгору, й принїс мене до восточньої брами в дому Господньому, що стояла на схід сонця. Там, коло ввіходу в ворота стояло двайцять і пять чоловіка, й завважав я між ними народніх князїв Езанїю Азуренка й Фалтію Банеєнка.
2Mensenkind, dat zijn nu de mannen, die in deze stad kwaad beramen en slechte raad geven,
2І сказав він менї: Сину чоловічий! се ті люде, що в їх лихе на умі й на шкоду сьому місту дораджують.
3omdat ze denken: “Zijn de huizen niet pas herbouwd? Zij is de pot, en wij zijn het vlees!”
3Вони бо говорять: Ще не близько; будемо доми будувати; він (город) — се котел, а ми мясиво.
4Daarom moet ge tegen hen profeteren. Profeteer, mensenkind!
4Тим же то пророкуй проти них, ой пророкуй, сину чоловічий!
5Toen viel op mij de geest van Jahweh, en Hij beval mij: Spreek! Dit zegt Jahweh: Zeker, zo denkt ge, huis van Israël; want Ik weet heel goed, wat in uw hoofden omgaat.
5І зійшов на мене Господень дух, і сказав до мене: Промовляй: Так говорить Господь: Що ви говорите, доме Ізрайлїв, і що в вас на душі, — се я знаю.
6Maar omdat ge in deze stad talrijke slachtoffers gemaakt hebt, en haar straten met lijken hebt bedekt,
6Багато положили ви трупом у сьому городї, й закидали улицї його побитими.
7daarom zegt Jahweh, de Heer: De slachtoffers, die ge binnen haar muren gemaakt hebt, die zijn het vlees en zij is de pot, maar ú haal Ik eruit.
7Тим же то ось як говорить Господь Бог: Ті побиті, що ви положили трупом проміж вами, — вони мясиво, а місто — казан; вас же я повиводжу з него.
8Gij vreest het zwaard? Daarom zal Ik met een zwaard op u afkomen, spreekt Jahweh, de Heer.
8Меча ви боїтесь, то ж я приведу на вас меча, говорить Господь Бог.
9Ik haal u uit de stad vandaan, lever u over aan de vreemden, en voltrek aan u het strafgericht;
9І повиводжу вас геть, і пооддаю вас на поталу чужоземцям, й розведу над вами суд.
10door het zwaard zult ge vallen, en op de grond van Israël zal Ik u vonnissen. Zo zult ge erkennen, dat Ik Jahweh ben.
10Од меча поляжете; на Ізраїлській гряницї судити му вас, і тодї зрозумієте, що я — Господь.
11Neen, voor u is zij geen pot, gij zijt niet het vlees daarin; want op de grond van Israël zal Ik u vonnissen.
11Не буде він вам казаном, а ви не будете мясивом у казанї; бо на границї Ізраїлській судити му вас.
12Zo zult ge erkennen, dat Ik Jahweh ben, wiens wetten ge niet opgevolgd en wiens geboden ge niet onderhouden hebt, om naar de zeden van de volken om u heen te leven!
12І зрозумієте, що я — Господь, — той, що в його заповідях ви не ходили, й його закону не певнили, а поступали по законах народів, що навкруги вас.
13Terwijl ik zo profeteerde, stortte Pelatjáhoe, de zoon van Benaja, dood neer; waarop ik plat ter aarde viel, het luid uitsnikte en riep: Ach Jahweh, mijn Heer, gaat Gij dan de rest van Israël vernielen?
13І сталося, що як я так пророкував, несподївано вмер Фалтія Банеєнко. І впав я на лице, й кликнув голосно: Ой горе, Господи Боже! невже ж бо ти хочеш вигубити останок Ізраїля?
14Maar het woord van Jahweh werd tot mij gericht:
14І надійшло до мене слово Господнє:
15Mensenkind, uw broeders, uw ware broeders, zijn uw medeballingen; zij vormen heel het huis van Israël, van wie de inwoners van Jerusalem denken: Ze zijn ver van Jahweh; òns is het land in bezit gegeven!
15Сину чоловічий! твоїм братам, твоїм родичам та й усьому дому Ізраїля укупі говорять осадники Ерусалимські: Далеко вони від Господа; нам оддана ця земля в посїданнє.
16Daarom moet ge zeggen: Zo spreekt Jahweh, de Heer! Juist omdat Ik ze verwijderd heb onder de volken, en ze verstrooid heb over de landen, zodat Ik maar een nietig heiligdom voor hen beteken in de landen waar ze kwamen,
16Оце ж скажи їм: Так говорить Господь Бог: Хоч я позасилав їх проміж поган та порозкидав їх по землях, то я буду їм наче малою сьвятинею в тих землях, куди вони позаходили.
17daarom moet ge zeggen: Zo spreekt Jahweh, de Heer! Ik zal u verzamelen uit de volken, u samenbrengen uit de landen waar gij verstrooid zijt, en zal u het land Israël geven.
17Тим же то скажи: Так говорить Господь Бог: Я позбіраю вас ізпроміж народів і повиводжу всїх із тих земель, де ви порозсївані, та й надїлю вам ізнов землю Ізраїлську.
18Ze zullen daar terugkeren, en al zijn gruwelen en zijn schandgoden daaruit verwijderen.
18І поприходять вони туди, й повикидають звідти всї гидоти її і всю погань її.
19Dan zal Ik hun een nieuw hart schenken, een nieuwe geest in hun binnenste leggen, het stenen hart uit hun lichaam nemen en hun een hart van vlees geven,
19І дам їм одно серце й вложу в них нового духа; й вийму з їх тїла серце камяне, а дам їм серце тїлесне,
20opdat zij mijn wetten mogen opvolgen en mijn geboden nauwkeurig onderhouden. Zo zullen zij mijn volk, en zal Ik hun God zijn.
20Щоб ходили вони в заповідях моїх, та певнили постанови мої, і будуть вони моїм народом, а я буду їх Богом.
21Maar zij daar, wier hart aan hun gruwelen en hun schandgoden gehecht is: hun gedrag zal Ik op hun eigen hoofd doen komen, zegt Jahweh, de Heer.
21А чиє серце пристане до їх ідолів і гидот, тих учинки я оберну на голову їх, говорить Господь Бог.
22Toen sloegen de cherubs hun vleugelen uit, en stegen van de grond omhoog gelijktijdig met de wielen, terwijl de heerlijkheid van Israëls God boven op hen stond.
22Тодї підняли херувими крила свої, а колеса з ними, слава же Господа Бога Ізрайлевого була над ними.
23Zo trok de heerlijkheid van Jahweh weg uit de stad, en ging op de berg staan, die oostelijk van de stad is gelegen.
23І знялась слава Господня зпосеред міста та й зʼупинилась над горою, що на востоцї од городу.
24Mij echter hief een geest omhoog, en bracht mij in goddelijke visioenen naar de bannelingen in Chaldea, waar het visioen, dat ik aanschouwd had, verdween.
24І підняв мене дух угору та й перенїс у видиві духом Божим у Халдейську землю до вигнанників. І віднято від мене видиво, що я бачив.
25Daar verkondigde ik aan de ballingen alles wat Jahweh mij had laten zien.
25І переповів я вигнанникам усї слова Господнї, що він виявив менї.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.