Ezechiel
Chapter 3
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Hij sprak tot mij: Mensenkind, ge moet eten, wat u daar aangeboden wordt; eet deze rol op, en ga tot het huis van Israël spreken.
1І сказав до мене: Сину чоловічий! зʼїж, що перед тобою, зʼїж оцей звиток, та й іди й говори до синів Ізрайлевих.
2Ik opende mijn mond; Hij gaf mij die rol te eten,
2Тодї отворив я уста, а він дав менї зʼїсти той звиток;
3en sprak tot mij: Mensenkind, laat uw buik eten en uw lichaam zich vullen met deze rol, die Ik u geef. Toen at ik ze op, en ze werd in mijn mond als honing zo zoet.
3І сказав менї: Сину чоловічий! нагодуй черево твоє, й засити утробу твою сим звитком, що передаю тобі. І я зʼїв, і був він ув устах моїх такий солодкий, як мід.
4Toen sprak Hij tot mij: Mensenkind, begeef u naar het huis van Israël, en herhaal mijn woorden voor hen.
4І сказав менї: Сину чоловічий! встань та й іди до Ізрайлевого дому, й говори до них моїми словами;
5Want ge wordt niet naar een volk gezonden met een moeilijke taal of een lastige tongval, maar naar Israëls huis;
5Посилаю бо тебе не до народу з темною мовою й незрозумілим язиком, а до Ізрайлевого дому, —
6ook niet naar talrijke volken met een moeilijke taal of een lastige tongval, wier woorden ge niet kunt verstaan. Zond Ik u tot hen, dan zouden zij wel naar u luisteren;
6Не до многих народів із темною мовою й незрозумілим язиком, що слів його ти не второпав би; хоч як би я й до тих послав тебе, то вони б тебе послухали;
7maar het volk van Israël zal niet naar u willen luisteren, omdat het ook naar Mij niet wil luisteren; want heel het huis van Israël heeft een stug voorhoofd en een ontembaar hart.
7Дом же Ізрайлїв не схоче тебе слухати, бо вони не хочуть слухати мене, тим що дом Ізрайлїв твердолобий і запеклого серця.
8Welnu, Ik maak uw gelaat onbewogen als het hunne, en uw voorhoofd even stug als het hunne;
8Ось, я вчинив твоє лице твердшим, як їх лиця, і твого лоба твердшим, як їх лоби.
9als diamant, nog harder dan keisteen maak Ik uw voorhoofd. Vrees niet voor hen, en schrik niet voor hun gezichten; want ze zijn een onhandelbaar volk.
9Як диямант, що твердий над камінь, вчинив я твоє чоло; не бійся їх і не лякайся перед лицем їх, хоч вони дом ворохобний.
10Verder sprak Hij tot mij: Mensenkind, ge moet goed letten op al de woorden, die Ik tot u ga spreken, en scherp luisteren.
10І сказав дальше до мене: Сину чоловічий! усї слова мої, що говорити му тобі, прийми до серця й вислухай ушима твоїми;
11Begeef u naar de ballingen, naar uw volksgenoten, en spreek tot hen en zeg tot hen: Zo spreekt Jahweh, de Heer; of ze dan willen luisteren of niet.
11Оце ж ійди до вигнанників, до земляків твоїх, та й говори до них і скажи їм: Так говорить Господь Бог! чи будуть вони слухати, чи не будуть.
12Toen hief een geest mij omhoog. En ik hoorde achter mij een zwaar gedreun, daar de heerlijkheid van Jahweh zich van haar plaats verhief;
12І підняв мене дух у гору, й чув я позад себе голос, наче гуку громового: Благословенна велич Господня, (рушаюча) з місця свого!
13het was het geruis van de tegen elkaar slaande vleugels der wezens en het geruis van de wielen naast hen: een zwaar gedreun.
13І шум од крил у животин, що торкались одно об одно, й гуркіт од коліс коло них і гук голосного грому.
14Een geest hief mij omhoog en nam mij mee, en bitter en grimmig ging ik heen, terwijl de hand van Jahweh zwaar op mij woog.
14Отже дух підняв та й узяв мене й ішов я, сумуючи в тревозї серця мого, а рука Господня вагонїла на менї.
15Zo kwam ik bij de ballingen van Tel-Abib, die aan de Kebar-rivier woonden, en zeven dagen lang zat ik verstomd in hun midden.
15І прибув я так до переселенцїв у Тель-Абиб, і осїв там, де вони жили, та й провів між ними сїм день, у безтямі.
16Na verloop van zeven dagen werd het woord van Jahweh tot mij gericht: Mensenkind, als wachter heb Ik u aangesteld over Israëls huis.
16А по семи днях надійшло до мене слово Господнє:
17Zo dikwijls ge van Mij een woord verneemt, moet ge hen waarschuwen namens Mij.
17Сину чоловічий! я поставив тебе сторожем дому Ізрайлевого, й ти будеш дослуховатись слів із уст моїх і врозумляти їх від мене.
18Als Ik tot den goddeloze zeg: Ge zult zeker sterven, en ge waarschuwt hem niet, en ge zegt geen woord, om den goddeloze voor zijn gedrag te waarschuwen en hem zo in leven te houden: dan zal die goddeloze sterven om zijn schuld, maar van u zal Ik zijn bloed opvorderen.
18Коли я перекажу тобою безбожникові: Ти згинеш, а ти не станеш врозумляти його й говорити, остерегаючи безбожника від ледачої стежки, щоб йому жити, то беззаконник той умре в своїх проступках, я ж доправлятись буду крові його з рук твоїх.
19Hebt ge echter den goddeloze wèl gewaarschuwd, en bekeert hij zich niet van zijn goddeloos gedrag, dan zal hij sterven om zijn schuld, maar gij hebt uw leven gered.
19Коли ж ти остерігав безбожника, а він не навернувся від безбожностї своєї й не покинув беззаконної дороги своєї, так він умре в проступку свойму, а ти врятував душу твою.
20En wijkt een rechtvaardige af van zijn rechtschapenheid en gaat hij slecht leven, zodat Ik een struikelblok voor hem neerzet, dan zal hij sterven; omdat ge hem niet gewaarschuwd hebt, zal hij sterven om zijn schuld, en zijn deugdzaam verleden zal hem niet worden aangerekend; maar van u zal Ik zijn bloed opvorderen.
20І коли праведник одступить од праведностї своєї та й укоїть беззаконність, як я положу йому спотичку, й він умре, — то, коли ти не остерігав його, він умре за свій гріх, і йому не згадаються праведні вчинки його, які вчинив, — від тебе ж буду я доправлятись крові його.
21Hebt ge daarentegen den rechtvaardige wèl gewaarschuwd, dat hij niet zondigen moest, en zondigt de rechtvaardige ook niet, dan zal hij zeker in leven blijven, omdat hij zich heeft laten gezeggen, en gij hebt uw leven gered.
21Коли ж ти остерігати меш праведника, щоб праведник не согрішив, та й він не согрішить, то й він жити ме за те, що дав себе врозумити, й ти спас душу твою.
22Eens raakte daar de hand van Jahweh mij aan, en Hij sprak tot mij: Sta op, en ga naar de vallei: daar zal Ik met u spreken.
22І була там на менї рука Господня, і він сказав менї: Устань, ійди в поле, а там буду говорити з тобою.
23Ik stond op, en ging naar de vallei; en zie: daar stond de heerlijkheid van Jahweh, zoals ik haar aan de Kebar-rivier had gezien. Ik viel plat ter aarde neer;
23І рушив я та й пійшов у поле, і ось, стояла там велич Господня, — така велич, яку бачив я на річцї Хеварі, і я впав на лице своє.
24maar er kwam een geest in mij, die mij recht overeind deed staan. En Hij zeide tot mij: Ga u in uw huis opsluiten;
24І ввійшов дух у мене, й поставив мене на ноги, й він говорив ізо мною та й сказав менї: Ійди та заприся в домівцї твоїй.
25want, mensenkind, men zal u banden aanleggen en u daarmee vastbinden, zodat ge u niet onder hen kunt begeven.
25І ось, ти сину чоловічий, на тебе наложять поворози, і звяжуть тебе ними, й ти не будеш нї виходити нї ввіходити.
26Uw tong zal Ik vastkleven aan uw verhemelte, zodat ge stom wordt, en voor hen geen strafprediker meer kunt zijn; want ze zijn een onhandelbaar volk.
26І прилїплю язика тобі до гортанї, і занїмієш та й не будеш їм дорікати, вони бо — дом ворохобний.
27Maar wanneer Ik tot u spreek, zal Ik uw mond openen, en ge zult tot hen zeggen: Zo spreekt Jahweh, de Heer! Die dan horen wil, hore, en die het niet wil, moet het maar laten; want ze zijn een onhandelbaar volk.
27А як я схочу говорити з тобою, тодї відчиню уста тобі, й будеш говорити до них: Так говорить Господь Бог! Хто схоче слухати, — слухай, а хто не схоче слухати, нехай не слухає; вони ж бо дом непокірливий.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.