Ezechiel 22
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Het woord van Jahweh werd tot mij gericht:
1І надійшло до мене слово Господнє:
2Mensenkind, wilt ge vonnissen; wilt ge de bloedstad vonnissen? Wijs haar dan op al haar gruwelen,
2Ти ж, сину чоловічий, чи хочеш судити, судити город кріваво провинний? Оце ж виткни їм всї гидоти їх.
3en zeg: Zo spreekt Jahweh, de Heer! O stad, die binnen haar muren bloed vergiet, waardoor haar einde komt; en die tot eigen verderf gruwelbeelden vervaardigt, waardoor zij onrein wordt!
3І промов: Так говорить Господь Бог: О городе, що проливав єси кров серед себе, щоб навести на себе годину свою, і робив собі ідоли, щоб опоганити себе!
4Door het bloed, dat ge vergoten hebt, staat ge schuldig, en om de gruwelbeelden, die ge vervaardigt, zijt ge onrein: ge verhaast uw dagen en bespoedigt de tijd van uw jaren! Daarom heb Ik u gemaakt tot het mikpunt der volken, tot een bespotting voor alle landen.
4Через ту кров, що проливав єси, ти набрався гріха, а через ідоли, що наробив собі, опоганився; і наближив єси днї твої, і дойшов єси до години твоєї. Тим то я подам тебе на посьміх усїм народам, на поругу всїм землям.
5Van nabij en van verre bespot men u; uw naam is geschandvlekt, uw verwarring is groot.
5Близькі й далекі будуть насьміхатись із тебе, що опоганив єси імя твоє, а прославив себе бутою.
6Want zie: bij u zijn de vorsten van Israël; en allen zijn er op uit, om bloed te vergieten zoveel ze kunnen.
6Ось, старшини Ізраїлські в тобі, кожен по силам своїм, проливали кров.
7Vader en moeder worden bij u geminacht, de vreemdeling wordt in uw midden hardvochtig behandeld, wees en weduwe verschopt men bij u.
7Батька і матїр зневажають в тобі, чуженицю кривдять посеред тебе, безбатенька й вдовицю пригнїтають у тобі.
8Wat Mij heilig is, acht ge gering, en mijn sabbatten hebt ge ontwijd!
8Мої сьвятинї ти маловажиш, а мої суботи нарушуєш.
9Aanbrengers onder u loeren er op, om bloed te vergieten! Op de bergen wordt bij u gegeten, en schandelijke ontucht komt onder u voor.
9Люде, що обвинувачують на проливаннє крові, жиють у тобі; по горах твоїх їдять мясиво (приношене ідолам у жертву), посеред тебе коять ледарство.
10Men ontbloot bij u de schaamte des vaders; die onrein is door stonden, verkracht men bij u.
10Сором батьків розкривають у тобі, нечисту в кровотечі насилують у тебе.
11Bij u misbruikt de een de vrouw van zijn naaste, onteert een ander zijn schoondochter door bloedschande, verkracht een derde zijn zuster, de eigen dochter van zijn vader.
11Той чинить гидке з жінкою ближнього свого, той опоганює невістку свою, а той обезчесчує сестру свою, дочку батька свого.
12Steekpenningen worden bij u aangenomen, om bloed te vergieten; woekerwinst en toeslag hebt ge geëist, en uw evenmens hebt ge afgezet; maar Mij hebt ge vergeten, zegt Jahweh, de Heer!
12У тобі беруть підкуп і проливають кров; ти береш лихву й прирости й грабуєш насильно користь собі з ближнього твого, мене ж забув єси, говорить Господь Бог.
13Welnu, Ik klap in mijn handen over de vuile winst die ge maakt, en over het bloed dat in uw midden stroomt.
13Я аж сплеснув руками з гнїву на захланність твою, що така явна в тобі, та на кріваві провини, що дїються в тебе.
14Zal uw hart het uithouden, of zullen uw handen sterk genoeg zijn voor de dagen, dat Ik aan u mijn vonnis voltrek? Ik Jahweh heb het gezegd, Ik zal het doen.
14Чи видержить же серце твоє, чи будуть досить кріпкі руки (сили) в тебе тодї, як я почну мою роботу проти тебе? Я, Господь, сказав се й справджу.
15Ik ga u verstrooien onder de volken, u over de landen verspreiden, een einde maken aan uw onreinheid.
15Бо розсїю тебе проміж народи, й розвію тебе по чужих землях, і зроблю конець мерзотам твоїм посеред тебе.
16Zo zult ge door uzelf in de ogen der volken worden onteerd, en zult ge erkennen, dat Ik Jahweh ben!
16І зробиш сам себе гидким в очах народів, і зрозумієш, що я — Господь.
17Het woord van Jahweh werd tot mij gericht:
17І надійшло до мене слово Господнє:
18Mensenkind, het volk van Israël is voor Mij een hoop slakken geworden; allemaal slakken van koper en tin, van ijzer en lood en van zilver, midden in de oven!
18Сину чоловічий! дом Ізраїля зробився в очах у мене жужелицею; всї вони — мідь, цина, залїзо й олово в печі; жужелицею з срібла поробились.
19Daarom zegt Jahweh, de Heer: Omdat ge met u allen een hoop slakken zijt geworden, ga Ik u ophopen midden in Jerusalem.
19Тим же то ось як говорить Господь Бог: За те, що ви всї поробились жужелицею, позбіраю вас в Ерусалим.
20Zoals men zilver en koper, ijzer, lood en tin midden in een oven dooreengooit, en er een vuur onder aanblaast om het te smelten, zo zal Ik in mijn toorn en mijn woede u opeenhopen, u erin gooien en smelten.
20Так само, як у піч кладуть срібло й мідь і залїзо й олово й цину вкупі, щоб роздувати на них огонь і їх розтопити, так і я позбіраю вас у гнїву мойму й у досадї моїй та й розплавлю вас.
21Ik ga u opeenhopen, en over u het vuur van mijn toorn aanblazen, zodat ge er midden in wordt gesmolten.
21Я позбіраю вас і подую на вас огнем досади моєї та й розтоплю посеред його.
22Zoals het zilver in een oven gesmolten wordt, zo zult ge binnen haar muren worden gesmolten, en zult ge erkennen, dat Ik, Jahweh, mijn toorn over u uitstort!
22Як плавлять срібло в плавильній печі, так і ви розплавитесь посеред його, й зрозумієте, що я, Господь, вилив на вас досаду мою.
23Het woord van Jahweh werd tot mij gericht.
23І надійшло слово Господнє до мене, таке:
24Mensenkind, zeg tot haar: Ge zijt een land, waarop het niet heeft geregend, en dat in de regentijd niet opgefrist werd.
24Сину чоловічий! промов до него: Ти — земля нечиста, тим і не скроплена дощем в годину гнїву.
25Zijn vorsten verteren levende mensen als een brullende, prooi zoekende leeuw; wat mooi en kostbaar is nemen ze af, en vergroten het aantal weduwen.
25Пророки в їй змовились; як леви рикають, роздирають здобичу; пожерають душі, забирають майно й дорогі речі, намножують у йому вдовиць.
26Zijn priesters verkrachten mijn wet, en ontwijden wat Mij heilig is; tussen heilig en profaan maken ze geen onderscheid, tussen rein en onrein leren ze geen verschil, en voor mijn sabbatten houden ze de ogen gesloten; zo word Ik in hun midden onteerd!
26Сьвященники його ломлять мій закон й поганять сьвятинї мої; не відрізняють вони сьвятого від несьвятого, й не розбірають, що нечисте, а що чисте, а від субот моїх одвернули очі свої, і я в погордї в них.
27Zijn prinsen zijn er als prooizoekende wolven op uit, om bloed te vergieten, om mensen in het verderf te storten, om zich onrechtmatig te verrijken.
27Князї його, наче хижі вовки, пориваючі здобичу свою, проливають кров, затрачують душі, щоб тілько придбати собі наживу.
28Zijn profeten bestrijken hen met kalk: loze zieners en valse voorspellers, die zeggen: “Zo spreekt Jahweh, de Heer”, terwijl Jahweh niet gesproken heeft!
28Пророки ж його замазують усе глиною, вбачають пусте та віщують свої видумки, говорячи: Так говорить Господь Бог, а Господь не говорив того.
29De burgers handelen hardvochtig, en eigenen zich andermans goed toe; zij verschoppen den misdeelde en behoeftige, onderdrukken de vreemdelingen als rechtelozen.
29Прості люде пригнїтають одно одного, ограбують і тиснуть злиденного, а приходня придавлюють без усякого права.
30Ik zocht onder hen naar een man, die de muur versperde, of tegenover Mij op de bres ging staan ten gunste van het land, opdat Ik het niet zou verwoesten, maar Ik vond er niet één.
30І шукав я між ними такого, щоб поставив себе стїною, і став проти мене в проломинї за сесю землю, щоб я не погубив її, та не знайшов.
31Nu stort Ik mijn woede over hen uit, in mijn brandende toorn reken Ik met hen af; hun gedrag zal Ik op hun hoofden doen neerkomen, zegt Jahweh, de Heer!
31Оце ж вилию на них досаду мою, огнем лютостї моєї вигублю їх, поступки їх поверну на голову їм, говорить Господь Бог.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.