Ezechiel
Chapter 37
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1De hand van Jahweh raakte mij aan; in de geest van Jahweh voerde Hij mij weg, en liet mij neer midden in de vallei: en die lag vol beenderen!
1Спочила ж на менї рука Господня, й вивів мене Господь в дусї та й зʼупинив мене посеред поля, і було там повно кістяків.
2Aan alle kanten leidde Hij mij er langs; en ik zag, dat ze over de gehele uitgestrektheid van het dal zeer talrijk waren en zeer dor.
2І обвів мене навкруги, й оце лежало їх дуже багато по полі, а всї були дуже сухі.
3Toen vroeg Hij mij: Mensenkind, zullen deze beenderen weer levend worden? Ik antwoordde: Heer Jahweh, Gij weet het.
3І промовив до мене: Сину чоловічий! чи сї костї ожиють? А я відказав: Господи Боже, ти один знаєш се.
4En Hij sprak tot mij: Ge moet over deze beenderen profeteren en zeggen: Dorre beenderen, luistert naar het woord van Jahweh!
4І промовив до мене: Вискажи пророцтво про сї кістяки й скажи їм: Ви, кістяки сухі, вислухайте слово Господнє!
5Dit zegt Jahweh tot deze beenderen: Waarachtig, Ik ga een geest in u brengen, opdat ge weer levend wordt.
5Та к говорить Господь Бог до сих костей: Ось, я вдихну в вас духа, щоб ви поробились ізнов живими.
6Ik zal u spieren opleggen, vlees over u laten groeien, een huid over u heen trekken en een geest in u storten, opdat ge levend wordt. Zo zult ge erkennen, dat Ik Jahweh ben!
6І обложу вас жилами й поростете тїлом і покрию вас скірою, й повдихаю дух у вас, і станете живими, та й зрозумієте, що я — Господь.
7Ik profeteerde, zoals mij bevolen was. En terwijl ik profeteerde, hoorde ik een geluid; er ontstond een gedruis, doordat de beenderen zich naar elkander toe bewogen, het ene been naar het andere.
7Я виповів пророцтво, як менї заповіджено; й ось, як я ще пророкував, постав шелест, і почали кістки рухатись і кістка до кістки приставати.
8En terwijl ik toekeek, kwamen er spieren op en vlees, en trok er een huid overheen; maar nog waren ze levenloos.
8І постеріг я, аж ось на них жили, й поросли вони тїлом, а зверхи покрила їх кожа, тілько не було ще дихання в них.
9Toen sprak Hij tot mij: Ge moet tot de geest profeteren. Profeteer mensenkind, en zeg tot de geest: Zo spreekt Jahweh, de Heer! Kom, o geest, van de vier windstreken, en blaas in deze doden, opdat ze levend worden!
9Тодї сказав він менї: Вискажи пророцтво духові, вискажи пророцтво, сину чоловічий, та й промов до духа: Так говорить Господь Бог: Із чотирьох вітрів прийди, духу, та й подихни на сї повбивані, а вони ожиють.
10Ik profeteerde, zoals Hij Mij bevolen had; en de geest kwam erin, zodat ze begonnen te leven en recht overeind gingen staan: een indrukwekkende menigte!
10Я виповів пророцтво, як він заповів менї, аж ось, повходив у них дух, і вони ожили та повставали на ноги — дуже, дуже багато люда.
11Daarna verklaarde Hij mij: Mensenkind, deze beenderen betekenen het gehele huis van Israël. Zie, zij zuchten: Verdord zijn onze beenderen, vervlogen is onze hoop, het is met ons gedaan!
11І сказав він до мене: Сину чоловічий! Отті костї — се все дом Ізраїля. Вони мовляють: Костї наші висхли, надїя наша зникла; ми бо відорвані від кореня.
12Daarom moet ge profeteren en zeggen: Zo spreekt Jahweh, de Heer! Waarachtig, Ik ga uw graven openen, u opwekken uit uw graven, o mijn volk, en u terugbrengen naar Israëls grond.
12Тим же то вискажи пророцтво й скажи їм: Так говорить Господь Бог: Ось, я поодчиняю гроби ваші, й виведу вас, мій народе, з гробів ваших, та й заведу вас у землю Ізрайлеву.
13Zo zult ge erkennen, dat Ik Jahweh ben! En als Ik uw graven heb geopend, en u heb opgewekt uit uw graven, o mijn volk,
13І зрозумієте, що я — Господь, як повідчиняю ваші гроби й повиводжу вас, мій народе, з гробів ваших,
14dan stort Ik u mijn geest in, zodat ge levend wordt, en vestig Ik u op uw eigen grond. Zo zult ge erkennen, dat Ik, Jahweh, het gezegd en gedaan heb, spreekt Jahweh!
14І дам вам духа мого, й ви знов ожиєте, й розміщу вас по землї вашій, а тодї взнаєте, що я, Господь, сказав се — й справдив, говорить Господь.
15Het woord van Jahweh werd tot mij gericht:
15І надійшло до мене слово Господнє:
16Mensenkind, ge moet een stok nemen en daarop schrijven: “Juda en de Israëlieten, die daarbij horen”. Neem dan een andere stok, en schrijf daarop: “Josef en het hele huis van Israël, dat daarbij hoort.”
16Сину чоловічий! возьми одну палицю та й напиши на їй: Юдї й зʼєднаним із ним синам Ізрайлевим; та й возьми ще другу палицю, та й напиши на їй: Йосифові — а се палиця Ефраїмова й всего зʼєднаного з ним дому Ізрайлевого.
17Leg ze dan over elkaar, de een over de ander, zodat ze in uw hand een eenheid vormen.
17І склади їх одну з другою в одну палицю, щоб вони в руцї твоїй були одно.
18Als dan uw volksgenoten tegen u zeggen: Wilt ge ons niet uitleggen, wat ge daarmee bedoelt,
18І як питати муть у тебе земляки твої: Чи не зʼясуєш нам, що се має значити?
19antwoord hun dan: Dit zegt Jahweh, de Heer! Waarachtig, Ik neem de stok van Josef en van de stammen Israëls, die daarbij behoren, en voeg ze bij de stok van Juda, om er één stok van te maken, dat ze in mijn hand een eenheid vormen.
19То скажи їм: Так говорить Господь Бог: Ось, я возьму жезло Йосифове, що в руцї Ефраїмовій й зʼєдинених із ним поколїнь Ізраїлських, та й притулю його до жезла Юдиного, й зроблю їх одним жезлом в руцї в Юди.
20Terwijl ge de stokken, waarop ge geschreven hebt, voor hun ogen in uw hand houdt,
20Коли ж обидві палицї, що на них понаписуєш, будуть у твоїй руцї перед очима в них,
21moet ge tot hen zeggen: Zo spreekt Jahweh, de Heer! Zie, Ik haal de zonen Israëls weg uit de volken, waarheen ze zich begeven moesten, en ga ze bijeenbrengen van alle kanten. Dan breng Ik ze terug op hun eigen grond,
21Тодї промов до них: Так говорить Господь Бог: Ось, я заберу синів Ізрайлевих зпроміж народів, де вони находяться, й позбіраю їх звідусїль та й приведу їх у їх землю.
22maak ze tot één volk in het land, op de bergen van Israël. Eén koning zal over hen allen heersen; nimmermeer zullen ze twee volken vormen, of in twee koninkrijken verdeeld zijn.
22А в тій землї, на горах Ізраїля, зʼєдиню їх ув один нарід, та й один царь буде над ними всїма, й не будуть вони вже двома народами та й не будуть дїлитись на два царства.
23Nimmermeer zullen ze zich verontreinigen door hun schandgoden, hun gruwelbeelden en al hun afdwalingen. Ik zal ze bevrijden van al de gruwelen, waaraan ze zich bezondigd hebben; Ik zal ze reinigen, en ze zullen voor Mij een volk, en Ik zal een God voor hen zijn.
23І не будуть уже поганити себе ідолами своїми й гидотами своїми й усякими неправедностями своїми; й відверну їх від усїх місць у їх пробутках, де вони грішили, й очищу їх, і будуть вони моїм людом, а я — їх Богом.
24Dan zal mijn dienaar David over hen als koning heersen: één herder voor hen allen. Ze zullen leven naar mijn geboden, en mijn wetten nauwkeurig onderhouden.
24І буде слуга мій Давид царем над ними, й пастирем усїх їх, і ходити муть вони в заповідях моїх, та й будуть певнити постанови мої і їх виповняти.
25Dan zullen ze wonen in het land, dat Ik aan mijn dienaar Jakob heb gegeven, en waar hun voorvaderen hebben gewoond. Dan zullen zij het zelf bewonen, zij en hun kinderen en hun kleinkinderen tot in eeuwigheid toe, en mijn dienaar David zal hun vorst zijn tot in eeuwigheid.
25І жити муть вони в землї, що я надїлив слузї мойму Яковові, де жили їх батьки; там будуть жити вони й дїти їх та дїти дїтей їх по віки; а слуга мій Давид буде князем над ними по віки.
26Dan zal Ik met hen een vredesbond sluiten: een eeuwigdurend verbond, en hun mijn genade en zegen schenken. Ik zal mijn heiligdom in hun midden plaatsen tot in eeuwigheid,
26І зложу з ними завіт мира, — се буде завіт вічний з ними. І впорядкую їх і намножу їх та й поставлю сьвятиню мою серед них по всї вічні віки.
27en mijn woning zal onder hen gevestigd zijn: Ik zal hun een God, zij Mij een volk zijn!
27І буде пробуток мій посеред них, і буду я їх Богом, а вони будуть моїм народом.
28Dan zullen de volken erkennen, dat Ik, Jahweh, Israël heb geheiligd, als mijn heiligdom onder hen gevestigd blijft voor eeuwig!
28І взнають невірні, що я — Господь, осьвячуючий Ізраїля, як буде сьвятиня моя серед них по віки.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.