Ezechiel 43
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Simplified)
1Daarna bracht hij mij naar de poort, die op het oosten ligt,
1以后,他带我到一座门,就是朝东的门。
2en daar zag ik de heerlijkheid van Israëls God van het oosten komen. Het klonk als het ruisen van machtige wateren, en de aarde schitterde van zijn heerlijkheid.
2以色列 神的荣光从东而来。他的声音如同多水的声音;地就因他的荣耀发光。
3De verschijning, die ik zag, geleek op de verschijning, die ik aanschouwd had, toen Jahweh de stad kwam verwoesten, en op de verschijning, die ik aan de Kebar-rivier had gezien. Ik viel plat ter aarde.
3其状如从前他来灭城的时候我所见的异象,那异象如我在 迦巴鲁河 边所见的异象,我就俯伏在地。
4De heerlijkheid van Jahweh ging door de poort, die op het oosten ligt, de tempel binnen.
4耶和华的荣光从朝东的门照入殿中。
5Een geest hief mij omhoog, en bracht mij naar de binnen-voorhof; daar zag ik, hoe de tempel vol was van Jahweh’s heerlijkheid.
5灵将我举起,带入内院,不料,耶和华的荣光充满了殿。
6Toen hoorde ik iemand mij uit de tempel toespreken, terwijl de man nog altijd naast mij stond.
6我听见有一位从殿中对我说话。有一人站在我旁边。
7Hij sprak tot mij: Mensenkind, hier ziet ge de plaats van mijn troon en de plaats van mijn voetzolen, waar Ik voor altijd te midden van Israëls zonen zal wonen. Het zal niet meer voorkomen, dat het huis van Israël, het volk en zijn koningen, mijn heilige Naam met hun ontucht en met de lijken van hun dode koningen zullen ontwijden.
7他对我说:「人子啊,这是我宝座之地,是我脚掌所踏之地。我要在这里住,在 以色列 人中直到永远。 以色列 家和他们的君王必不再玷污我的圣名,就是行邪淫、在 锡安 的 高处 葬埋 他们君王的尸首,
8Want ze hadden hun drempel bij mijn drempel, en hun deurpost naast mijn deurpost geplaatst, zodat er slechts een wand was tussen Mij en hen; en zij hebben mijn heilige Naam ontwijd door de gruwelen die ze bedreven, zodat Ik hen in mijn toorn verteerde.
8使他们的门槛挨近我的门槛,他们的门框挨近我的门框;他们与我中间仅隔一墙,并且行可憎的事,玷污了我的圣名,所以我发怒灭绝他们。
9Maar voortaan zullen ze hun ontucht en de lijken hunner koningen ver van Mij houden, en zal Ik voor eeuwig in hun midden wonen.
9现在他们当从我面前远除邪淫和他们君王的尸首,我就住在他们中间直到永远。
10Mensenkind, gij moet het huis van Israël over de tempel, zijn afmetingen en zijn model gaan spreken, opdat ze zich schamen over hun misdaden.
10「人子啊,你要将这殿指示 以色列 家,使他们因自己的罪孽惭愧,也要他们量殿的尺寸。
11En als ze dan beschaamd staan over alles wat ze misdreven hebben, moet ge hen over de vorm van het huis, zijn inrichting, zijn uitgangen en ingangen, geheel zijn vorm en al zijn voorschriften en al zijn regels inlichten, en die in hun bijzijn beschrijven: opdat ze zich nauwkeurig houden aan alles, wat op de vorm en de voorschriften betrekking heeft.
11他们若因自己所行的一切事惭愧,你就将殿的规模、样式、出入之处,和一切形状、典章、礼仪、法则指示他们,在他们眼前写上,使他们遵照殿的一切规模典章去做。
12Dit is het voorschrift omtrent de tempel: heel zijn terrein op de top van de berg is overal hoogheilig; dit is dus voorschrift omtrent de tempel.
12殿的法则乃是如此:殿在山顶上,四围的全界要称为至圣。这就是殿的法则。」
13Hier volgen de afmetingen van het altaar in ellen: ellen van één el en één handbreedte. Zijn sokkel is een el hoog en een el breed; aan de rand daarvan loopt aan alle kanten een richel ter hoogte van een span; dit is de onderbouw van het altaar.
13以下量祭坛,是以肘为度(这肘是一肘零一掌)。底座高一肘,边宽一肘,四围起边高一掌,这是坛的座。
14Van de sokkel in de grond tot aan de benedenste omloop is het twee el, en de breedte daarvan bedraagt een el; van de kleine omloop tot de grote omloop is het vier el, en de breedte daarvan bedraagt één el.
14从底座到下层磴台,高二肘,边宽一肘。从小磴台到大磴台,高四肘,边宽一肘。
15De offerhaard is vier el hoog, en boven de offerhaard steken vier horens uit.
15坛上的供台,高四肘。供台的四拐角上都有角。
16De offerhaard is twaalf el lang en twaalf breed, zodat zijn vier zijden een vierkant vormen.
16供台长十二 肘 ,宽十二肘,四面见方。
17De omloop is veertien el lang en veertien breed, dus aan alle vier de kanten gelijk. De richel, die er omheen loopt, is een halve el breed, en de goot ervan aan alle kanten eveneens een halve el. Aan de oostzijde staat een trap.
17磴台长十四 肘 ,宽十四肘,四面见方。四围起边高半肘,底座四围的边宽一肘。台阶朝东。
18Hij sprak tot mij: Mensenkind, zegt Jahweh, de Heer: hier volgen de voorschriften omtrent het altaar. De dag dat het gereed is, om er brandoffers op te offeren en er bloed op te sprenkelen,
18他对我说:「人子啊,主耶和华如此说:建造祭坛,为要在其上献燔祭洒血,造成的时候典章如下:
19moet ge aan de levitische priesters die van Sadok afstammen en tot Mij mogen naderen, om mijn dienst waar te nemen, zegt Jahweh, de Heer, een jonge stier als zonde-offer geven.
19主耶和华说,你要将一只公牛犊作为赎罪祭,给祭司 利未 人 撒督 的后裔,就是那亲近我、事奉我的。
20Ge moet er het bloed van nemen, en het strijken aan de vier horens, op de vier hoeken van de omloop en aan de richel, die rondom het altaar loopt; zo moet ge het ontsmetten en zuiveren.
20你要取些公牛的血,抹在坛的四角和磴台的四拐角,并四围所起的边上。你这样洁净坛,坛就洁净了。
21Neem dan den jongen stier, het zonde-offer, en verbrand hem op de daartoe bestemde plaats in de tempel, buiten het heiligdom.
21你又要将那作赎罪祭的公牛 犊 烧在殿外、圣地之外预定之处。
22Op de tweede dag moet ge een gaven geitebok als zonde-offer brengen, en moet men het altaar ontsmetten op dezelfde wijze als met den jongen stier.
22次日,要将无残疾的公山羊献为赎罪祭;要洁净坛,像用公牛 犊 洁净的一样。
23Zijt ge met het ontsmetten klaar, dan moet ge een gaven jongen stier en een gaven ram uit de kudde brengen.
23洁净了坛,就要将一只无残疾的公牛犊和羊群中一只无残疾的公绵羊
24Ge moet ze vóór Jahweh ‘s aanschijn brengen, en de priesters moeten er zout op strooien, en ze als brandoffer aan Jahweh opdragen.
24奉到耶和华前。祭司要撒盐在其上,献与耶和华为燔祭。
25Zeven dagen lang moet ge dagelijks een bok als zonde-offer brengen, en een gaven jongen stier en een gaven bok uit de kudde opdragen.
25七日内,每日要预备一只公山羊为赎罪祭,也要预备一只公牛犊和羊群中的一只公绵羊,都要没有残疾的。
26Zeven dagen lang moet men het altaar zuiveren, reinigen en inwijden.
26七日祭司洁净坛,坛就洁净了;要这样把坛分别为圣。
27Na afloop van die dagen, dus op de achtste dag en verder, zullen de priesters op het altaar uw brandoffers en uw dankoffers brengen, en Ik zal u genadig aannemen, zegt Jahweh, de Heer.
27满了七日,自八日以后,祭司要在坛上献你们的燔祭和平安祭;我必悦纳你们。这是主耶和华说的。」
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.