Ezechiel
Chapter 27
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Chinese Union Vers…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Simplified)
1Het woord van Jahweh werd tot mij gericht.
1耶和华的话又临到我说:
2Mensenkind, ge moet over Tyrus een klaagzang aanheffen,
2「人子啊,要为 泰尔 作起哀歌,
3en zeggen tot Tyrus, dat de toegangen der zee beheerst, en handel drijft met de volken op vele kusten: Zo spreekt Jahweh, de Heer! Tyrus, ge dacht bij u zelf: Ik ben het toppunt van schoonheid!
3说:你居住海口,是众民的商埠;你的交易通到许多的海岛。主耶和华如此说: 泰尔 啊,你曾说: 我是全然美丽的。
4Op de hoge zee lag uw domein, Uw bouwers voerden uw schoonheid ten top!
4你的境界在海中, 造你的使你全然美丽。
5Van cypressen uit Senir Hebben ze al uw ribben getimmerd; Ze kozen een Libanon-ceder, Om een mast op u te bouwen.
5他们用 示尼珥 的松树做你的一切板, 用 黎巴嫩 的香柏树做桅杆,
6Van eiken uit Basjan Maakten ze uw riemen; Uw kajuitwand van ivoor; in pijnhout gezet, Van de eilanden der Kittiërs.
6用 巴珊 的橡树做你的桨, 用象牙镶嵌 基提 海岛的黄杨木为坐板。
7Bont-gestikte damast uit Egypte Was uw zeildoek, en diende u als wimpel; Blauw en purper uit de eilanden van Elisja Kleurden uw tentdak.
7你的篷帆是用 埃及 绣花细麻布做的, 可以做你的大旗; 你的凉棚是用 以利沙岛 的蓝色、紫色 布 做的。
8Burgers van Sidon en Arwad waren uw roeiers, De wijzen van Simirra uw stuurlui;
8西顿 和 亚发 的居民作你荡桨的。 泰尔 啊,你中间的智慧人作掌舵的。
9De oudsten van Gebal met haar wijzen Stopten uw naden. Alle schepen der zee met hun matrozen waren bij u, om uw waren te ruilen:
9迦巴勒 的老者和聪明人 都在你中间作补缝的; 一切泛海的船只和水手 都在你中间经营交易的事。
10Perzen, Lydiërs en de mannen van Poet Stonden als krijgers op uw wallen; Schild en helm hingen ze aan u op, En verleenden u aanzien.
10「 波斯 人、 路德 人、 弗 人在你军营中作战士;他们在你中间悬挂盾牌和头盔,彰显你的尊荣。
11De zonen van Arwad en Chalcis stonden op uw muren, Op uw torens de mannen van Gamaäd; Hun schilden hingen ze op rond uw muren, Zij voerden uw schoonheid ten top.
11亚发 人和你的军队都在你四围的墙上,你的望楼也有勇士;他们悬挂盾牌,成全你的美丽。
12Tarsjisj was afnemer van uw grote voorraden; het leverde zilver, ijzer, tin en lood op uw markt.
12「 他施 人因你多有各类的财物,就作你的客商,拿银、铁、锡、铅兑换你的货物。
13Jawan, Toebal en Mésjek dreven handel met u: slaven en koperwaren gaven ze u in ruil.
13雅完 人、 土巴 人、 米设 人都与你交易;他们用人口和铜器兑换你的货物。
14Uit Bet-Togarma werden trekpaarden, rijpaarden en muildieren op uw markt aangevoerd.
14陀迦玛 族用马和战马并骡子兑换你的货物。
15De zonen van Dedan dreven handel met u, vele eilanden sloten met u een handelsverdrag: olifantstanden en ebbenhout gaven ze u in betaling.
15底但 人与你交易,许多海岛作你的码头;他们拿象牙、乌木与你兑换。
16Aram was afnemer van uw vele produkten: karbonkel, purper, borduursels, byssus, koralen en robijnen leverde het op uw markt.
16亚兰 人因你的工作很多,就作你的客商;他们用绿宝石、紫色 布 绣货、细麻布、珊瑚、红宝石兑换你的货物。
17Juda en het land Israël dreven handel met u: Minnit-tarwe, was, honing, olie en balsem leverden ze in ruil.
17犹大 和 以色列 地的人都与你交易;他们用 米匿 的麦子、饼、蜜、油、乳香兑换你的货物。
18Damascus was afnemer van uw vele produkten en uw grote voorraden: van wijn uit Chelbon en wol uit Sáchar voorzag het uw markt.
18大马士革 人因你的工作很多,又因你多有各类的财物,就拿 黑本 酒和白羊毛与你交易。
19Uit Oezal kwam smeedijzer, specerijen en riet in ruil.
19威但 人和 雅完 人拿纺成的线、亮铁、桂皮、菖蒲兑换你的货物。
20Dedan handelde met u in kostbare zadeldekken.
20底但 人用高贵的毯子、鞍、屉与你交易。
21Arabië en de vorsten van Kedar sloten met u een handelsverdrag: in bokken, rammen en ezelinnen handelden ze met u.
21阿拉伯 人和 基达 的一切首领都作你的客商,用羊羔、公绵羊、公山羊与你交易。
22Sjeba en Rama dreven handel met u: van de allerbeste balsem, allerlei kostbare stenen en goud voorzagen ze uw markt.
22示巴 和 拉玛 的商人与你交易,他们用各类上好的香料、各类的宝石,和黄金兑换你的货物。
23Charan, Kanne en Eden, de kooplieden van Sjeba, Assjoer en heel Medië handelden met u:
23哈兰 人、 干尼 人、 伊甸 人、 示巴 的商人,和 亚述 人、 基抹 人与你交易。
24zij verhandelden prachtgewaden en violette en bontgestikte mantels; ook in kleurige tapijten van geknoopte en duurzame draden handelden zij met u.
24这些商人以美好的货物包在绣花蓝色包袱内,又有华丽的衣服装在香柏木的箱子里,用绳捆着与你交易。
25Tarsjisj-schepen vervoerden uw waren. Ge waart bevracht en zwaar beladen Midden op de oceaan.
25他施 的船只接连成帮为你运货, 你便在海中丰富极其荣华。
26Naar diepe wateren voerden u Zij, die u roeiden. Maar een oostenwind heeft u gekraakt Midden op de oceaan;
26荡桨的已经把你荡到大水之处, 东风在海中将你打破。
27Met uw schatten, uw waren, uw lading, Uw matrozen en stuurlui. Met uw breeuwers, uw handelaars En al uw soldaten, Met heel uw bemanning, Die gij aan boord hadt. Ze zinken weg in de diepten der zee Op de dag van uw ondergang;
27你的资财、物件、货物、 水手、掌舵的、 补缝的、经营交易的, 并你中间的战士和人民, 在你破坏的日子必都沉在海中。
28Van de noodkreten van uw stuurlui Gaat de zeespiegel beven.
28你掌舵的呼号之声一发, 郊野都必震动。
29Ze verlaten hun schepen Alwie de riemen hanteren; Alle matrozen en stuurlui Stappen aan wal.
29凡荡桨的和水手, 并一切泛海掌舵的, 都必下船登岸。
30Ze heffen een gejammer over u aan, En klagen verdrietig; Ze strooien as op hun hoofden, Wentelen zich in het stof.
30他们必为你放声痛哭, 把尘土撒在头上, 在灰中打滚;
31Om u scheren ze zich kaal, Doen ze rouwkleren aan; Om u wenen ze met hartgrondige droefheid, Met bittere rouw.
31又为你使头上光秃, 用麻布束腰, 号咷痛哭, 苦苦悲哀。
32Dan heffen ze op u hun klaaglied aan, En zingen een treurzang om u: Wie was aan Tyrus gelijk Midden op de oceaan?
32他们哀号的时候, 为你作起哀歌哀哭, 说 :有何城如 泰尔 ? 有何城如她在海中成为寂寞的呢?
33Als uw waren de zeeën verlieten, Hebt ge talloze volken verzadigd; Met uw eindeloze schatten en waren Hebt ge de vorsten der aarde verrijkt.
33你由海上运出货物, 就使许多国民充足; 你以许多资财、货物 使地上的君王丰富。
34Nu ligt ge gekraakt, van de oceaan verdwenen, Op de bodem der zee! Uw waren en heel uw bemanning Zijn, binnen uw wanden, gezonken.
34你在深水中被海浪打破的时候, 你的货物和你中间的一切人民, 就都沉下去了。
35Alle bewoners der eilanden Staan star van ontzetting over u; Van hun koningen rijzen de haren ten berge, Valt het aangezicht in.
35海岛的居民为你惊奇; 他们的君王都甚恐慌, 面带愁容。
36De handeldrijvende volken Fluiten u uit; Ge zijt een spookbeeld geworden, Verdwenen voor eeuwig!
36各国民中的客商都向你发嘶声; 你令人惊恐, 不再存留于世,直到永远。」

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.