Ezechiel 30
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Simplified)
1Het woord van Jahweh werd tot mij gericht.
1耶和华的话又临到我说:
2Mensenkind, ge moet profeteren en zeggen: Zo spreekt Jahweh, de Heer! Roep jammerend: Wee, die dag!
2「人子啊,你要发预言说,主耶和华如此说: 哀哉这日!你们应当哭号。
3Want nabij is de dag, de dag van Jahweh! Een dag van wolken zal hij zijn, Het eind der volken!
3因为耶和华的日子临近, 就是密云之日, 列国 受罚 之期。
4Er zal een zwaard in Egypte komen, Ethiopië zal doodsangsten uitstaan: Als er doden in Egypte vallen, Men zijn rijkdom wegsleept, zijn fundamenten omverhaalt.
4必有刀剑临到 埃及 ; 在 埃及 被杀之人仆倒的时候, 古实 人就有痛苦, 人民必被掳掠, 基址必被拆毁。
5Ethiopië, Poet en Loet, Alle bastaarden en Lybiërs En de zonen van Kreta Worden met hen neergesabeld.
5古实 人、 弗 人、 路德 人、杂族的人民,并 古巴 人,以及同盟之地的人都要与 埃及 人一同倒在刀下。」
6Egypte’s schragen zullen vallen, Zijn trotse overmoed zal zinken; Van Migdol tot Syene zullen ze vallen door het zwaard: Is de godsspraak van Jahweh, den Heer!
6耶和华如此说: 扶助 埃及 的也必倾倒。 埃及 因势力而有的骄傲必降低微; 其中的人民,从 色弗尼 塔起必倒在刀下。 这是主耶和华说的。
7Braak zal het liggen tussen geteisterde landen, Zijn steden tussen verwoeste plaatsen;
7埃及 地在荒凉的国中必成为荒凉; 埃及 城在荒废的城中也变为荒废。
8Als Ik Egypte in brand heb gestoken, En al zijn helpers zijn verlamd.
8我在 埃及 中使火着起; 帮助 埃及 的,都被灭绝。 那时,他们就知道我是耶和华。
9Die dag zullen zijn ijlboden uitgaan, Om het onbezorgde Ethiopië schrik aan te jagen; Doodsangsten zullen ze uitstaan Op de dag van Egypte, want zie: het komt!
9「到那日,必有使者坐船,从我面前出去,使安逸无虑的 古实 人惊惧;必有痛苦临到他们,好像 埃及 遭灾 的日子一样。看哪,这事临近了!
10Dit zegt Jahweh, de Heer: Ik zal een eind maken aan Egypte’s drommen, Door Nabukodonosor, Den koning van Babel!
10主耶和华如此说: 我必借 巴比伦 王 尼布甲尼撒 的手, 除灭 埃及 众人。
11Hij met zijn volk, een volk van barbaren, Worden uitgestuurd, om het land te vernielen; Ze zullen hun zwaard tegen Egypte ontbloten, Het land met doden bedekken.
11他和随从他的人, 就是列国中强暴的, 必进来毁灭这地。 他们必拔刀攻击 埃及 , 使遍地有被杀的人。
12Ik zal de stromen droogleggen, Het land aan herders verkopen, Het land met zijn rijkdom door vreemden verwoesten: Ik, Jahweh, heb het gezegd!
12我必使江河干涸, 将地卖在恶人的手中; 我必借外邦人的手, 使这地和其中所有的变为凄凉。 这是我—耶和华说的。
13Zo spreekt Jahweh, de Heer: Ik sla de gruwelbeelden stuk, Verwijder de prulgoden uit Nof, En de vorst van Egypte komt nooit meer terug!
13主耶和华如此说: 我必毁灭偶像, 从 挪弗 除灭神像; 必不再有君王出自 埃及 地。 我要使 埃及 地的人惧怕。
14Ik sla Egypte met schrik, En Patros met verwoesting; Steek Sóan in brand, Voltrek het vonnis in No.
14我必使 巴忒罗 荒凉, 在 琐安 中使火着起, 向 挪 施行审判。
15Ik stort mijn toorn over Syene uit, Het bolwerk van Egypte; En vaag de drommen weg Van No-Ammon.
15我必将我的忿怒倒在 埃及 的保障上, 就是 训 上, 并要剪除 挪 的众人。
16Ik steek Egypte in brand, En Syene krimpt ineen van pijn; No wordt een gerammeide stad, In haar muren worden bressen geslagen.
16我必在 埃及 中使火着起; 训 必大大痛苦; 挪 必被攻破; 挪弗 白日见仇敌。
17De knapen van On en Bubastis worden neergesabeld, Hun dochters gaan de ballingschap in;
17亚文 和 比伯实 的少年人必倒在刀下; 这些 城的人 必被掳掠。
18In Tachpanches wordt de dag verduisterd, Als Ik Egypte’s schepter daar breek.
18我在 答比匿 折断 埃及 的诸轭, 使她因势力而有的骄傲在其中止息。 那时,日光必退去; 至于这城,必有密云遮蔽, 其中的女子必被掳掠。
19Dan komt er een einde aan zijn overmoedige trots, En wordt het bedekt door een wolk! Zo zal Ik in Egypte vonnis vellen, En zullen zij erkennen, dat Ik Jahweh ben!
19我必这样向 埃及 施行审判, 他们就知道我是耶和华。」
20In het elfde jaar, de zevende van de eerste maand, werd het woord van Jahweh tot mij gericht:
20十一年正 月 初七 日 ,耶和华的话临到我说:
21Mensenkind, Ik heb de arm van Farao, den koning van Egypte, gebroken. Waarachtig, hij wordt niet verbonden om genezing te brengen, er wordt geen verband opgelegd, om hem te verbinden, opdat hij na herwonnen kracht het zwaard zou kunnen hanteren.
21「人子啊,我已打折 埃及 王法老的膀臂;没有敷药,也没有用布缠好,使他有力持刀。
22Daarom zegt Jahweh, de Heer: Ik kom op Farao, den koning van Egypte, af en ga zijn beide armen breken, de gezonde en de gebroken arm, om hem het zwaard uit zijn vuist te slaan.
22所以主耶和华如此说:看哪,我与 埃及 王法老为敌,必将他有力的膀臂和已打折的膀臂全行打断,使刀从他手中坠落。
23De Egyptenaren zal Ik onder de volken verstrooien, en ze over de landen verspreiden.
23我必将 埃及 人分散在列国,四散在列邦。
24Maar de armen van Babels koning zal Ik krachtig maken, en hem mijn zwaard in de vuist drukken; de armen van Farao zal Ik breken, zodat hij als een getroffene voor hem zal kermen.
24我必使 巴比伦 王的膀臂有力,将我的刀交在他手中;却要打断法老的膀臂,他就在 巴比伦 王面前唉哼,如同受死伤的人一样。
25Ja, de armen van Babels koning maak Ik krachtig, maar de armen van Farao hangen slap neer. Zo zullen zij erkennen, dat Ik Jahweh ben, als Ik mijn zwaard in de vuist van Babels koning druk, en hij het over Egypte zwaait.
25我必扶持 巴比伦 王的膀臂,法老的膀臂却要下垂;我将我的刀交在 巴比伦 王手中,他必举刀攻击 埃及 地,他们就知道我是耶和华。
26En de Egyptenaren zal Ik onder de volken verstrooien, en ze over de landen verspreiden. Zo zullen ze erkennen, dat Ik Jahweh ben!
26我必将 埃及 人分散在列国,四散在列邦;他们就知道我是耶和华。」
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.