Psalms 135
Douay-Rheims Bible, American Edition (1899)Translation
Douay-Rheims Bible, American Edition (1899)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Praise the Lord, for he is good: for his mercy endureth for ever.
1Halleluja! Looft Jahweh’s Naam, Looft Hem, dienaars van Jahweh:
2Praise ye the God of gods: for his mercy endureth for ever.
2Gij, die in het huis van Jahweh staat, In de voorhoven van het huis van onzen God!
3Praise ye the Lord of lords: for his mercy endureth for ever.
3Looft Jahweh: want Jahweh is goed, Verheerlijkt zijn Naam: want die is zo lieflijk;
4Who alone doth great wonders: for his mercy endureth for ever.
4Want Jahweh heeft Zich Jakob verkoren, En Israël tot zijn bezit!
5Who made the heavens in understanding: for his mercy endureth for ever.
5Ja, ik weet het: Jahweh is groot, Onze Heer boven alle goden verheven;
6Who established the earth above the waters: for his mercy endureth for ever.
6Jahweh doet wat Hij wil In hemel en aarde, in zeeën en diepten.
7Who made the great lights: for his mercy endureth for ever.
7Hij laat de wolken verrijzen Aan de kimmen der aarde; Smeedt de bliksem tot regen, Haalt de wind uit zijn schuren.
8The sun to rule over the day: for his mercy endureth for ever.
8Hij was het, die Egypte’s eerstgeborenen sloeg, Van mensen en vee;
9The moon and the stars to rule the night: for his mercy endureth for ever.
9Die tekenen en wonderen deed in uw midden, Egypte, Tegen Farao en al die hem dienden;
10Who smote Egypt with their firstborn: for his mercy endureth for ever.
10Die talrijke volken versloeg, En machtige koningen doodde:
11Who brought Israel from among them: for his mercy endureth for ever.
11Sichon, den vorst der Amorieten, En Og, den koning van Basjan. Hij was het, die alle vorsten vernielde En alle koninkrijken van Kanaän;
12With a mighty hand and a stretched out arm: for his mercy endureth for ever.
12En die hun land ten erfdeel gaf, Tot bezit aan Israël, zijn volk.
13Who divided the Red Sea into parts: for his mercy endureth for ever.
13Uw Naam duurt eeuwig, o Jahweh, Uw roem, o Jahweh, van geslacht tot geslacht;
14And brought out Israel through the midst thereof: for his mercy endureth for ever.
14Want Jahweh schaft recht aan zijn volk, En ontfermt Zich over zijn dienaars.
15And overthrew Pharao and his host in the Red Sea: for his mercy endureth for ever.
15Maar de goden der volken zijn zilver en goud, Door mensenhanden gemaakt:
16Who led his people through the desert: for his mercy endureth for ever.
16Ze hebben een mond, maar kunnen niet spreken; Ogen, maar kunnen niet zien;
17Who smote great kings: for his mercy endureth for ever.
17Oren, maar kunnen niet horen; Ze hebben geen adem in hun mond.
18And slew strong kings: for his mercy endureth for ever.
18Aan hen worden gelijk, die ze maken, En allen, die er op hopen!
19Sehon king of the Amorrhites: for his mercy endureth for ever.
19Huis van Israël, zegent dan Jahweh; Huis van Aäron, zegent dan Jahweh;
20And Og king of Basan: for his mercy endureth for ever.
20Huis van Levi, zegent dan Jahweh; Die Jahweh vrezen, zegent dan Jahweh;
21And he gave their land for an inheritance: for his mercy endureth for ever.
21Gezegend zij Jahweh uit Sion, Hij, die in Jerusalem woont!
22For an inheritance to his servant Israel: for his mercy endureth for ever.
no verse 22 in this text
23For he was mindful of us in our affliction: for his mercy endureth for ever.
no verse 23 in this text
24And he redeemed us from our enemies: for his mercy endureth for ever.
no verse 24 in this text
25Who giveth food to all flesh: for his mercy endureth for ever.
no verse 25 in this text
26Give glory to the God of heaven: for his mercy endureth for ever.
no verse 26 in this text
27Give glory to the Lord of lords: for his mercy endureth for ever.
no verse 27 in this text
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.