Psalms 31
Douay-Rheims Bible, American Edition (1899)Translation
Douay-Rheims Bible, American Edition (1899)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1To David himself, understanding. Blessed are they whose iniquities are forgiven, and whose sins are covered.
1Voor muziekbegeleiding. Een psalm van David. Tot U neem ik mijn toevlucht, o Jahweh, Laat mij nooit beschaamd komen staan. Geef mij uitkomst door uw genade,
2Blessed is the man to whom the Lord hath not imputed sin, and in whose spirit there is no guile.
2Hoor mij aan, en red mij snel! Wees mij een veilige rots, Een veste, om mij te redden;
3Because I was silent my bones grew old; whilst I cried out all the day long.
3Want Gij zijt mijn steun en mijn sterkte, Om wille van uw Naam. Gij zijt mijn gids en mijn leider,
4For day and night thy hand was heavy upon me: I am turned in my anguish, whilst the thorn is fastened.
4En bevrijdt mij uit het net, dat men mij had gespannen; Want Gij zijt mijn toevlucht,
5I have acknowledged my sin to thee, and my injustice I have not concealed. I said I will confess against myself my injustice to the Lord: and thou hast forgiven the wickedness of my sin.
5In úw handen beveel ik mijn geest. Gij verlost mij, Jahweh, trouwe God,
6For this shall every one that is holy pray to thee in a seasonable time. And yet in a flood of many waters, they shall not come nigh unto him.
6Maar Gij haat, die op nietige afgoden hopen. Neen, ik blijf op Jahweh vertrouwen,
7Thou art my refuge from the trouble which hath encompassed me: my joy, deliver me from them that surround me.
7Wil juichen en jubelen in uw genade. Want Gij ziet mijn ellende, En kent de angst van mijn ziel.
8I will give thee understanding, and I will instruct thee in this way, in which thou shalt go: I will fix my eyes upon thee.
8Neen, Gij geeft mij niet prijs aan de macht van den vijand, Maar zet mijn voeten op veilige grond.
9Do not become like the horse and the mule, who have no understanding. With bit and bridle bind fast their jaws, who come not near unto thee.
9Ach Jahweh, ontferm U over mij, Want het is mij zo bang om het hart; Van verdriet kwijnt mijn oog, Mijn ziel en mijn lichaam.
10Many are the scourges of the sinner, but mercy shall encompass him that hopeth in the Lord.
10Mijn leven vliedt in jammer heen, In kermen mijn jaren; Mijn kracht is gebroken door mijn ellende, Mijn gebeente verdord.
11Be glad in the Lord, and rejoice, ye just, and glory, all ye right of heart.
11Voor al mijn vijanden Ben ik een spot; Voor mijn buren een afschuw, Voor bekenden een schrik. Die mij op straat ziet, Vlucht voor mij weg;
no verse 12 in this text
12Als een dode ben ik uit de harten verbannen, Weggegooid als een pot.
no verse 13 in this text
13Ik hoor ze met elkander al fluisteren; Overal schrik om mij heen! Ze steken de hoofden bijeen, En smeden plannen, om mij te doden.
no verse 14 in this text
14Maar ik blijf op U hopen, o Jahweh, En zeggen: Gij zijt mijn God!
no verse 15 in this text
15Mijn lot blijft in uw handen liggen; Verlos mij van mijn vijand en vervolgers.
no verse 16 in this text
16Laat uw aanschijn lichten over uw dienaar; Red mij door uw genade.
no verse 17 in this text
17Jahweh, laat mij toch niet beschaamd komen staan: Want U roep ik aan. Neen, laat de bozen worden beschaamd en in het dodenrijk varen;
no verse 18 in this text
18Laat de leugenlippen verstommen, Die den gerechte durven tergen Met trots en verachting.
no verse 19 in this text
19Hoe groot is uw goedheid, o Jahweh, Die Gij hebt weggelegd voor hen, die U vrezen, Die Gij bewijst aan wie tot U vluchten, Voor het oog aller mensen.
no verse 20 in this text
20Gij beschermt ze in de schuts van uw aanschijn Voor het sarren der mensen; Gij stelt ze veilig in uw tent Voor het kijven der tongen.
no verse 21 in this text
21Gezegend zij Jahweh! Want Hij heeft wonderen verricht Van zijn goedheid voor mij Ten tijde van nood.
no verse 22 in this text
22Ik had in mijn angst al gezegd: “Ik ben uit uw ogen verstoten!” Maar Gij hebt mijn smeken verhoord, Toen ik om hulp tot U riep.
no verse 23 in this text
23Hebt Jahweh dus lief Gij allen, zijn vromen; Want Jahweh behoedt de getrouwen, Maar met woeker vergeldt Hij de trotsen.
no verse 24 in this text
24Houdt moed, weest onverschrokken van hart, Gij allen, die op Jahweh hoopt!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.