Луки 24
Kulish and Puluj Bible (1905)Translation
Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Первого ж дня тижня, вельми рано, прийшли вони на гріб, несучи, що наготовили, пахощі, і другі з ними.
1Maar op de eerste dag der week, zeer vroeg in de morgen, gingen ze naar het graf met de specerijen, die ze hadden bereid.
2Знайшли ж камінь відкочений від гробу.
2Ze vonden de steen van het graf op zij gerold;
3І ввійшовши не знайшли тїла Господа Ісуса.
3en toen ze er in waren gegaan, vonden ze het lichaam van den Heer Jesus niet.
4І сталось, як здумілись вони від сього, ось два чоловіки стояли перед ними в шатах ясних.
4Terwijl ze nu niet goed wisten, wat ze er van moesten denken, zie, daar stonden twee mannen bij haar in schitterend gewaad.
5Як же полякались вони й нахилили лице до землї, рекли до них: Чого шукаєте живого між мертвими?
5Toen ze hevig verschrikt het hoofd ter aarde bogen, spraken ze tot haar: Wat zoekt gij den Levende bij de doden?
6Нема Його тут, а встав. Згадайте, як Він промовляв до вас, ще бувши в Галилеї,
6Hier is Hij niet; Hij is verrezen. Herinnert u, wat Hij tot u heeft gezegd, toen Hij nog in Galilea was:
7глаголючи: Що мусить Син чоловічий бути виданим у руки чоловіків грішників, і бути розпятим, і третього дня воскреснути.
7“De Mensenzoon moet in de handen van zondaars worden overgeleverd en gekruisigd, maar de derde dag zal Hij verrijzen”.
8І згадали слова Його,
8Nu herinnerden ze zich zijn woorden.
9і, вернувшись од гробу, сповістили про се все одинайцятьох і всїх инших.
9Ze gingen heen van het graf, en vertelden dit alles aan al de elf en de overigen.
10Була ж Мария Магдалина, та Йоанна, та Мария Яковова, й инші з ними, що оповідали перед апостолами се.
10Het waren Maria Magdalena, Johanna, en Maria van Jakobus; ook de andere vrouwen, die bij haar waren, zeiden hetzelfde aan de apostelen.
11І явились перед ними яко видумка слова їх, і не поняли віри їм.
11Maar ze hielden haar woorden voor beuzelpraat, en ze geloofden haar niet.
12Петр же, вставши, побіг до гробу; й нахилившись побачив тільки полотно, що лежало, й пійшов, сам у собі дивуючись тим, що сталось.
12Toch stond Petrus op, en liep naar het graf; hij bukte zich voorover, en zag alleen de windsels liggen. Hij ging heen, verbaasd over wat er gebeurd was.
13І ось двоє з них ійшло того ж дня на село, зване Емаус, гоней з шістьдесять од Єрусалиму.
13En zie, diezelfde dag waren er twee van hen op weg naar een dorp, Emmaus genaamd, dat zestig stadiën van Jerusalem ligt.
14І розмовляли вони між собою про все те, що стало ся.
14Ze spraken met elkander over al wat er gebeurd was.
15І сталось, як розмовляли вони та перепитувались, і сам Ісус наближившись, ійшов з ними.
15Terwijl ze met elkander spraken en van gedachten wisselden, kwam ook Jesus er bij, en ging met hen mee.
16Очі ж їх були вдержані, щоб не пізнали Його.
16Maar hun ogen waren gesloten, zodat ze Hem niet erkenden.
17Рече ж до них: Що се за речі, про котрі розмовляєте між собою йдучи, та сумуєте?
17Hij zei hun: Wat bespreekt gij zo druk met elkaar onderweg? Verdrietig bleven ze staan;
18Озвав ся ж один, на ймя Клеопа й каже до Него: Хиба Ти один захожий у Єрусалимі, і не знаєш, що стало ся в йому сими днями?
18en een van hen, die Kléofas heette, gaf Hem ten antwoord: Zijt Gij dan vreemdeling in Jerusalem, dat Gij alleen niet weet, wat daar dezer dagen gebeurd is?
19І рече їм: Що ж таке? Вони ж сказали Йому: Про Ісуса Назарянина, що був муж пророк, сильний дїлом і словом перед Богом і всїм народом,
19Hij zei hun: Wat dan? Ze zeiden Hem: Het betreft Jesus van Názaret, die een profeet was, machtig in werk en in woord, voor God en voor het hele volk,
20як видали Його архиєреї та князї наші на суд смертний і розпяли Його.
20en dien onze opperpriesters en oversten ter dood hebben overgeleverd en gekruisigd.
21Ми ж уповали, що се Він, що має збавити Ізраїля; а до всього того третїй се день іде сьогоднї, як се стало ся;
21Wij zelf hadden gehoopt, dat Hij het was, die Israël zou verlossen; maar met dat al is het nu reeds de derde dag, sinds dat alles gebeurd is.
22тільки ж і жінки деякі з наших налякали нас, бувши рано при гробі,
22Toch hebben enige vrouwen, die bij ons behoren, ons doen ontstellen. Ze waren in de vroegte bij het graf gekomen,
23і, не знайшовши тїла Його, прийшли оповідуючи, що явленнє ангелів бачили, котрі глаголють, що Він живий.
23en hadden zijn lichaam niet gevonden; maar ze zijn komen zeggen, dat ze een verschijning van engelen hadden gehad, die zeiden, dat Hij leeft.
24І пійшли деякі з наших до гробу, й знайшли так, як і жінки казали; Його ж не бачили.
24Daarop zijn sommigen van ons naar het graf gegaan, en hebben alles bevonden, zoals de vrouwen het hadden verteld; maar Hemzelf hebben ze niet gezien.
25І рече Він до них: о безумні і лїниві серцем вірувати всьому, що промовили пророки!
25Nu sprak Hij tot hen: O onverstandigen en tragen van hart, dat gij niet beter gelooft aan al wat de profeten hebben gezegd.
26Чи не мусїв се терпіти Христос і ввійти в славу свою?
26Moest de Christus dit alles niet lijden, en zó zijn glorie binnengaan?
27І, почавши від Мойсея і від усїх пророків, виясняв їм у всїх писаннях про Него.
27En te beginnen met Moses en al de profeten, verklaarde Hij hun, wat in heel de Schrift over Hem was voorspeld.
28І наближились до села, куди йшли, й Він зробив, нїби хоче йти далїй.
28Toen ze bij het dorp waren gekomen, waar ze naar toe gingen, hield Hij Zich, alsof Hij verder wilde gaan.
29Вони ж удержували Його, кажучи: Зостань ся з нами; бо вже надвечір, і нахилив ся день. І ввійшов, щоб зостатись із ними.
29Maar ze drongen bij Hem aan, en zeiden: Blijf bij ons, want het wordt avond, en de dag is al voorbij. Hij ging dus naar binnen, om bij hen te blijven.
30І сталось, як сидїв Він за столом з ними, взявши хлїб, благословив, і переломивши, подав їм.
30Nadat Hij Zich met hen aan tafel had aangelegd, nam Hij het brood, sprak een dankgebed uit, brak het, en reikte het hun toe.
31Їм же відкрились очі, й пізнали вони Його; й став ся Він невидимий їм.
31Nu gingen hun de ogen open, en herkenden ze Hem. Maar Hij verdween uit hun gezicht.
32І казали вони один до одного: Хиба ж серце наше не горіло в нас, як промовляв до нас у дорозї, і як розкривав нам писання?
32Ze zeiden tot elkander: Brandde ons hart niet in ons, toen Hij onderweg tot ons sprak, en ons de Schriften verklaarde?
33І, вставши тієї ж години, вернулись у Єрусалим і знайшли згромаджених одинайцять, і тих, що були з ними,
33Onmiddellijk stonden ze op, en keerden naar Jerusalem terug. Ze vonden er alle elf met hun gezellen bijeen,
34як говорили: Що встав Господь справдї і явив ся Симонові.
34die hun zeiden: De Heer is waarachtig verrezen, en is aan Simon verschenen.
35І розповіли вони, що сталось у дорозї, і як пізнали Його в ламанню хлїба.
35Nu verhaalden ook zij, wat er onderweg was gebeurd, en hoe ze Hem hadden herkend door het breken van het brood.
36Як же се вони говорили, сам Ісус став посеред них, і рече їм: Упокій вам.
36Terwijl ze nog daarover spraken, stond Hij zelf in hun midden, en zeide hun: Vrede zij u.
37Вони ж, полякавшись і перестрашившись, думали, що духа бачять.
37Ze werden van schrik en vrees bevangen, en meenden een geest te zien.
38І рече їм: Чого стрівожились? і чого думки встають у серцях ваших?
38Maar Hij sprak tot hen: Waarom zijt gij ontsteld, en waarom komt er twijfel op in uw hart?
39Дивіть ся на руки мої і ноги мої, що се сам я. Дотикайтесь мене й вбачайте; бо дух тїла й костей не має, як бачите, що я маю.
39Beziet mijn handen en voeten: Ik ben het zelf. Betast Mij, en ziet toe; want een geest heeft geen vlees en geen beenderen, zoals gij ziet, dat Ik heb.
40І, се глаголючи, показав їм руки й ноги.
40En bij die woorden toonde Hij hun zijn handen en voeten.
41Ще ж як не поняли вони віри з радощів та дивувались, рече їм: Маєте що їсти тут?
41En toen ze van blijdschap het nog niet geloofden, maar vol verbazing waren, zeide Hij hun: Hebt gij hier iets te eten?
42Вони ж Йому подали риби печеної частину та медового стільника (крижку).
42Ze gaven Hem een stuk gebraden vis.
43І взявши, їв перед ними.
43Hij nam het, en at er van voor hun ogen.
44Рече ж їм: Оце ж слова, що глаголав я до вас, ще бувши з вами, що мусить справдити ся все, писане в законї Мойсейовому, й пророках, і псальмах про мене.
44Hij sprak tot hen: Dit is het, wat Ik tot u heb gesproken, toen Ik nog bij u was: “Alles moet worden vervuld, wat in de Wet van Moses, in Profeten en Psalmen van Mij staat geschreven”.
45Тодї розкрив їм розум розуміти писання,
45Toen verhelderden Hij hun inzicht, zodat ze de Schriften konden verstaan.
46і рече їм: Що так написано й так треба було терпіти Христу й воскреснути з мертвих третього дня;
46En Hij zeide hun: Zó staat er geschreven: dat de Christus zou lijden en op de derde dag uit de doden verrijzen;
47і проповідуватись в імя Його покаянню і відпущенню гріхів між усїма народами, почавши від Єрусалиму.
47en dat in zijn Naam bekering tot vergiffenis der zonden zou worden gepreekt aan alle volken, te beginnen bij Jerusalem.
48Ви ж сьвідки сього.
48Gij zijt de getuigen hiervan.
49І ось я посилаю обітуваннє Отця мого на вас; ви ж сидїть у городї Єрусалимі, поки одягнетесь силою звиш.
49Zie, Ik zend de belofte van mijn Vader over u neer; blijft in de stad, totdat gij bekleed zijt met kracht uit den hogen.
50І вивів їх геть аж до Витаниї, і, знявши руки свої, благословив їх.
50Toen leidde Hij hen naar Betánië, hief zijn handen op, en zegende hen.
51І сталось, як благословляв їх, одступив од них і вознїс ся на небо.
51En terwijl Hij ze zegende, scheidde Hij van hen, en werd opgenomen ten hemel.
52Вони ж, поклонившись Йому, вернулись у Єрусалим, з радощами великими;
52Ze aanbaden Hem, en keerden met grote blijdschap naar Jerusalem terug.
53і пробували раз у раз у церкві, хвалячи й благословлячи Бога. Амінь.
53En onafgebroken bleven ze God verheerlijken in de tempel.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.