Евангелие от Луки 24
Synodal Translation (Синодальный перевод)Translation
Synodal Translation (Синодальный перевод)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1В первый же день недели, очень рано, неся приготовленные ароматы, пришли они ко гробу, и вместе с ними некоторые другие;
1Maar op de eerste dag der week, zeer vroeg in de morgen, gingen ze naar het graf met de specerijen, die ze hadden bereid.
2но нашли камень отваленным от гроба.
2Ze vonden de steen van het graf op zij gerold;
3И, войдя, не нашли тела Господа Иисуса.
3en toen ze er in waren gegaan, vonden ze het lichaam van den Heer Jesus niet.
4Когда же недоумевали они о сем, вдруг предстали перед ними два мужа в одеждах блистающих
4Terwijl ze nu niet goed wisten, wat ze er van moesten denken, zie, daar stonden twee mannen bij haar in schitterend gewaad.
5И когда они были в страхе и наклонили лица свои к земле, сказали им: что вы ищете живого между мертвыми?
5Toen ze hevig verschrikt het hoofd ter aarde bogen, spraken ze tot haar: Wat zoekt gij den Levende bij de doden?
6Его нет здесь: Он воскрес; вспомните, как Он говорил вам, когда был еще в Галилее,
6Hier is Hij niet; Hij is verrezen. Herinnert u, wat Hij tot u heeft gezegd, toen Hij nog in Galilea was:
7сказывая, что Сыну Человеческому надлежит быть предану в руки человеков грешников, и быть распяту, и в третий день воскреснуть.
7“De Mensenzoon moet in de handen van zondaars worden overgeleverd en gekruisigd, maar de derde dag zal Hij verrijzen”.
8И вспомнили они слова Его;
8Nu herinnerden ze zich zijn woorden.
9и, возвратившись от гроба, возвестили все это одиннадцати и всем прочим.
9Ze gingen heen van het graf, en vertelden dit alles aan al de elf en de overigen.
10То были Магдалина Мария, и Иоанна, и Мария, мать Иакова, и другие с ними, которые сказали о сем Апостолам.
10Het waren Maria Magdalena, Johanna, en Maria van Jakobus; ook de andere vrouwen, die bij haar waren, zeiden hetzelfde aan de apostelen.
11И показались им слова их пустыми, и не поверили им.
11Maar ze hielden haar woorden voor beuzelpraat, en ze geloofden haar niet.
12Но Петр, встав, побежал ко гробу и, наклонившись, увидел только пелены лежащие, и пошел назад, дивясь сам в себе происшедшему.
12Toch stond Petrus op, en liep naar het graf; hij bukte zich voorover, en zag alleen de windsels liggen. Hij ging heen, verbaasd over wat er gebeurd was.
13В тот же день двое из них шли в селение, отстоящее стадий на шестьдесят от Иерусалима, называемое Эммаус;
13En zie, diezelfde dag waren er twee van hen op weg naar een dorp, Emmaus genaamd, dat zestig stadiën van Jerusalem ligt.
14и разговаривали между собою о всех сих событиях.
14Ze spraken met elkander over al wat er gebeurd was.
15И когда они разговаривали и рассуждали между собою, и Сам Иисус, приблизившись, пошел с ними.
15Terwijl ze met elkander spraken en van gedachten wisselden, kwam ook Jesus er bij, en ging met hen mee.
16Но глаза их были удержаны, так что они не узнали Его.
16Maar hun ogen waren gesloten, zodat ze Hem niet erkenden.
17Он же сказал им: о чем это вы, идя, рассуждаете между собою, и отчего вы печальны?
17Hij zei hun: Wat bespreekt gij zo druk met elkaar onderweg? Verdrietig bleven ze staan;
18Один из них, именем Клеопа, сказал Ему в ответ: неужели Ты один из пришедших в Иерусалим не знаешь о происшедшем в нем в эти дни?
18en een van hen, die Kléofas heette, gaf Hem ten antwoord: Zijt Gij dan vreemdeling in Jerusalem, dat Gij alleen niet weet, wat daar dezer dagen gebeurd is?
19И сказал им: о чем? Они сказали Ему: что было с Иисусом Назарянином, Который был пророк, сильный в деле и слове пред Богом и всем народом;
19Hij zei hun: Wat dan? Ze zeiden Hem: Het betreft Jesus van Názaret, die een profeet was, machtig in werk en in woord, voor God en voor het hele volk,
20как предали Его первосвященники и начальники наши для осуждения на смерть и распяли Его.
20en dien onze opperpriesters en oversten ter dood hebben overgeleverd en gekruisigd.
21А мы надеялись было, что Он есть Тот, Который должен избавить Израиля; но со всем тем, уже третий день ныне, как это произошло.
21Wij zelf hadden gehoopt, dat Hij het was, die Israël zou verlossen; maar met dat al is het nu reeds de derde dag, sinds dat alles gebeurd is.
22Но и некоторые женщины из наших изумили нас: они были рано у гроба
22Toch hebben enige vrouwen, die bij ons behoren, ons doen ontstellen. Ze waren in de vroegte bij het graf gekomen,
23и не нашли тела Его и, придя, сказывали, что они видели и явление Ангелов, которые говорят, что Он жив.
23en hadden zijn lichaam niet gevonden; maar ze zijn komen zeggen, dat ze een verschijning van engelen hadden gehad, die zeiden, dat Hij leeft.
24И пошли некоторые из наших ко гробу и нашли так, как и женщины говорили, но Его не видели.
24Daarop zijn sommigen van ons naar het graf gegaan, en hebben alles bevonden, zoals de vrouwen het hadden verteld; maar Hemzelf hebben ze niet gezien.
25Тогда Он сказал им: о, несмысленные и медлительные сердцем, чтобы веровать всему, что предсказывали пророки!
25Nu sprak Hij tot hen: O onverstandigen en tragen van hart, dat gij niet beter gelooft aan al wat de profeten hebben gezegd.
26Не так ли надлежало пострадать Христу и войти в славу Свою?
26Moest de Christus dit alles niet lijden, en zó zijn glorie binnengaan?
27И, начав от Моисея, из всех пророков изъяснял им сказанное о Нем во всем Писании.
27En te beginnen met Moses en al de profeten, verklaarde Hij hun, wat in heel de Schrift over Hem was voorspeld.
28И приблизились они к тому селению, в которое шли; и Он показывал им вид, что хочет идти далее.
28Toen ze bij het dorp waren gekomen, waar ze naar toe gingen, hield Hij Zich, alsof Hij verder wilde gaan.
29Но они удерживали Его, говоря: останься с нами, потому что день уже склонился к вечеру. И Он вошел и остался с ними.
29Maar ze drongen bij Hem aan, en zeiden: Blijf bij ons, want het wordt avond, en de dag is al voorbij. Hij ging dus naar binnen, om bij hen te blijven.
30И когда Он возлежал с ними, то, взяв хлеб, благословил, преломил и подал им.
30Nadat Hij Zich met hen aan tafel had aangelegd, nam Hij het brood, sprak een dankgebed uit, brak het, en reikte het hun toe.
31Тогда открылись у них глаза, и они узнали Его. Но Он стал невидим для них.
31Nu gingen hun de ogen open, en herkenden ze Hem. Maar Hij verdween uit hun gezicht.
32И они сказали друг другу: не горело ли в нас сердце наше, когда Он говорил нам на дороге и когда изъяснял нам Писание?
32Ze zeiden tot elkander: Brandde ons hart niet in ons, toen Hij onderweg tot ons sprak, en ons de Schriften verklaarde?
33И, встав в тот же час, возвратились в Иерусалим и нашли вместе одиннадцать Апостолов и бывших с ними,
33Onmiddellijk stonden ze op, en keerden naar Jerusalem terug. Ze vonden er alle elf met hun gezellen bijeen,
34которые говорили, что Господь истинно воскрес и явился Симону.
34die hun zeiden: De Heer is waarachtig verrezen, en is aan Simon verschenen.
35И они рассказывали о происшедшем на пути, и как Он был узнан ими в преломлении хлеба.
35Nu verhaalden ook zij, wat er onderweg was gebeurd, en hoe ze Hem hadden herkend door het breken van het brood.
36Когда они говорили о сем, Сам Иисус стал посреди них и сказал им: мир вам.
36Terwijl ze nog daarover spraken, stond Hij zelf in hun midden, en zeide hun: Vrede zij u.
37Они, смутившись и испугавшись, подумали, что видят духа.
37Ze werden van schrik en vrees bevangen, en meenden een geest te zien.
38Но Он сказал им: что смущаетесь, и для чего такие мысли входят в сердца ваши?
38Maar Hij sprak tot hen: Waarom zijt gij ontsteld, en waarom komt er twijfel op in uw hart?
39Посмотрите на руки Мои и на ноги Мои; это Я Сам; осяжите Меня и рассмотрите; ибо дух плоти и костей не имеет, как видите у Меня.
39Beziet mijn handen en voeten: Ik ben het zelf. Betast Mij, en ziet toe; want een geest heeft geen vlees en geen beenderen, zoals gij ziet, dat Ik heb.
40И, сказав это, показал им руки и ноги.
40En bij die woorden toonde Hij hun zijn handen en voeten.
41Когда же они от радости еще не верили и дивились, Он сказал им: есть ли у вас здесь какая пища?
41En toen ze van blijdschap het nog niet geloofden, maar vol verbazing waren, zeide Hij hun: Hebt gij hier iets te eten?
42Они подали Ему часть печеной рыбы и сотового меда.
42Ze gaven Hem een stuk gebraden vis.
43И, взяв, ел пред ними.
43Hij nam het, en at er van voor hun ogen.
44И сказал им: вот то, о чем Я вам говорил, еще быв с вами, что надлежит исполниться всему, написанному о Мне в законе Моисеевом и в пророках и псалмах.
44Hij sprak tot hen: Dit is het, wat Ik tot u heb gesproken, toen Ik nog bij u was: “Alles moet worden vervuld, wat in de Wet van Moses, in Profeten en Psalmen van Mij staat geschreven”.
45Тогда отверз им ум к уразумению Писаний.
45Toen verhelderden Hij hun inzicht, zodat ze de Schriften konden verstaan.
46И сказал им: так написано, и так надлежало пострадать Христу, и воскреснуть из мертвых в третий день,
46En Hij zeide hun: Zó staat er geschreven: dat de Christus zou lijden en op de derde dag uit de doden verrijzen;
47и проповедану быть во имя Его покаянию и прощению грехов во всех народах, начиная с Иерусалима.
47en dat in zijn Naam bekering tot vergiffenis der zonden zou worden gepreekt aan alle volken, te beginnen bij Jerusalem.
48Вы же свидетели сему.
48Gij zijt de getuigen hiervan.
49И Я пошлю обетование Отца Моего на вас; вы же оставайтесь в городе Иерусалиме, доколе не облечетесь силою свыше.
49Zie, Ik zend de belofte van mijn Vader over u neer; blijft in de stad, totdat gij bekleed zijt met kracht uit den hogen.
50И вывел их вон из города до Вифании и, подняв руки Свои, благословил их.
50Toen leidde Hij hen naar Betánië, hief zijn handen op, en zegende hen.
51И, когда благословлял их, стал отдаляться от них и возноситься на небо.
51En terwijl Hij ze zegende, scheidde Hij van hen, en werd opgenomen ten hemel.
52Они поклонились Ему и возвратились в Иерусалим с великою радостью.
52Ze aanbaden Hem, en keerden met grote blijdschap naar Jerusalem terug.
53И пребывали всегда в храме, прославляя и благословляя Бога. Аминь
53En onafgebroken bleven ze God verheerlijken in de tempel.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.