Евангелие от Луки 12
Synodal Translation (Синодальный перевод)Translation
Synodal Translation (Синодальный перевод)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Между тем, когда собрались тысячи народа, так что теснили друг друга, Он начал говорить сперва ученикам Своим: берегитесь закваски фарисейской, которая есть лицемерие.
1Toen er intussen een menigte van vele duizenden was saamgestroomd, zodat men elkander haast onder de voet liep, begon Hij tot zijn leerlingen te zeggen: Vooreerst, wacht u voor het zuurdeeg der farizeën, dat is, voor huichelarij.
2Нет ничего сокровенного, что не открылось бы, и тайного, чего не узнали бы.
2Want niets is bedekt, dat niet ontdekt, niets verborgen, dat niet bekend zal worden.
3Посему, что вы сказали в темноте, то услышится во свете; и что говорили на ухо внутри дома, то будет провозглашено на кровлях.
3Alles dus wat gij spreekt in de duisternis, zal in het licht worden gehoord; en wat gij in kelders in het oor hebt gefluisterd, zal van de daken worden verkondigd.
4Говорю же вам, друзьям Моим: не бойтесь убивающих тело и потом не могущих ничего более сделать;
4Ik zeg u, mijn vrienden: Weest niet bevreesd voor hen, die wel het lichaam doden, maar daarna niets meer kunnen doen.
5но скажу вам, кого бояться: бойтесь того, кто, по убиении, может ввергнуть в геенну: ей, говорю вам, того бойтесь.
5Ik zal u tonen, wien gij moet vrezen: Vreest Hem, die, als Hij gedood heeft, de macht nog bezit, om in de hel te werpen. Ja, Ik zeg u: Vreest Hem!
6Не пять ли малых птиц продаются за два ассария? и ни одна из них не забыта у Бога.
6Worden niet vijf mussen voor twee penningen verkocht? En geen enkele daarvan wordt vergeten door God.
7А у вас и волосы на голове все сочтены. Итак не бойтесь: вы дороже многих малых птиц.
7Welnu, zelfs al de haren van uw hoofd zijn geteld. Vreest dus niet; gij zijt meer waard dan een zwerm mussen.
8Сказываю же вам: всякого, кто исповедает Меня пред человеками, и Сын Человеческий исповедает пред Ангелами Божиими;
8Ik zeg u: Wie Mij belijdt voor de mensen, hem zal ook de Mensenzoon voor Gods engelen belijden.
9а кто отвергнется Меня пред человеками, тот отвержен будет пред Ангелами Божиими.
9Maar wie Mij verloochent voor de mensen, zal voor Gods engelen worden verloochend.
10И всякому, кто скажет слово на Сына Человеческого, прощено будет; а кто скажет хулу на Святаго Духа, тому не простится.
10Wie iets tegen den Mensenzoon zegt, het zal hem worden vergeven: maar wie lastert tegen den Heiligen Geest, het zal hem niet worden vergeven.
11Когда же приведут вас в синагоги, к начальствам и властям, не заботьтесь, как или что отвечать, или что говорить,
11En wanneer men u in de synagogen en voor vorsten en machthebbers brengt, weest dan niet bezorgd, hoe of wat gij zult antwoorden of zeggen;
12ибо Святый Дух научит вас в тот час, что должно говорить.
12want de Heilige Geest zal u leren in dat uur, wat gij moet zeggen.
13Некто из народа сказал Ему: Учитель! скажи брату моему, чтобы он разделил со мною наследство.
13Eens zei iemand uit de menigte tot Hem: Meester, zeg aan mijn broer, dat hij met mij de erfenis deelt.
14Он же сказал человеку тому: кто поставил Меня судить или делить вас?
14Maar Hij zeide hem: Man, wie heeft Mij tot rechter of verdeler over u aangesteld?
15При этом сказал им: смотрите, берегитесь любостяжания, ибо жизнь человека не зависит от изобилия его имения.
15Toen sprak Hij tot hen: Past op, en wacht u voor allerlei hebzucht; want ook al heeft iemand overvloed, zijn leven is door zijn bezit niet verzekerd.
16И сказал им притчу: у одного богатого человека был хороший урожай в поле;
16En Hij zei hun deze gelijkenis: De akker van een rijk man had overvloedige oogst gedragen.
17и он рассуждал сам с собою: что мне делать? некуда мне собрать плодов моих?
17Toen overlegde hij bij zichzelf, en sprak: Wat zal ik doen? Want ik kan mijn vruchten niet bergen.
18И сказал: вот что сделаю: сломаю житницы мои и построю большие, и соберу туда весь хлеб мой и все добро мое,
18En hij zeide: Dit zal ik doen. Ik zal mijn schuren afbreken en grotere bouwen, en daar al mijn graan en goed verzamelen.
19и скажу душе моей: душа! много добра лежит у тебя на многие годы: покойся, ешь, пей, веселись.
19Dan zal ik tot mijn ziel zeggen: Ziel, ge hebt veel goederen liggen, voor vele jaren; neem uw gemak, eet, drink, maak goede sier.
20Но Бог сказал ему: безумный! в сию ночь душу твою возьмут у тебя; кому же достанется то, что ты заготовил?
20Maar God sprak tot hem: Dwaas, deze nacht eist men uw ziel van u op; en wat ge verworven hebt, naar wien zal het heengaan?
21Так бывает с тем, кто собирает сокровища для себя, а не в Бога богатеет.
21Zó gaat het hem, die schatten voor zichzelf belegt, maar die niet rijk is voor God.
22И сказал ученикам Своим: посему говорю вам, - не заботьтесь для души вашей, что вам есть, ни для тела, во что одеться:
22En Hij sprak tot zijn leerlingen: Daarom zeg Ik u: Weest niet bezorgd voor uw leven, wat gij zult eten, noch voor het lichaam, waarmee gij u zult kleden.
23душа больше пищи, и тело - одежды.
23Want het leven is meer dan het voedsel, en het lichaam is meer dan de kleding.
24Посмотрите на воронов: они не сеют, не жнут; нет у них ни хранилищ, ни житниц, и Бог питает их; сколько же вы лучше птиц?
24Ziet de raven; ze zaaien noch oogsten, hebben geen kelder of schuur; en toch, God onderhoudt ze. Hoeveel meer zijt gij waard dan de vogels.
25Да и кто из вас, заботясь, может прибавить себе роста хотя на один локоть?
25En wie van u kan door zijn tobben een el toevoegen aan zijn levensweg?
26Итак, если и малейшего сделать не можете, что заботитесь о прочем?
26Als gij dus het minste zelfs niet kunt, wat tobt gij dan over de rest?
27Посмотрите на лилии, как они растут: не трудятся, не прядут; но говорю вам, что и Соломон во всей славе своей не одевался так, как всякая из них.
27Denkt aan de lelies, hoe ze groeien: ze werken niet en spinnen niet. En toch zeg Ik u, dat zelfs Sálomon in al zijn heerlijkheid niet gekleed was als een van deze.
28Если же траву на поле, которая сегодня есть, а завтра будет брошена в печь, Бог так одевает, то кольми паче вас, маловеры!
28Als God nu het kruid op het veld, dat vandaag nog bestaat, en morgen in de oven wordt geworpen, zó aankleedt, hoeveel te meer dan u, kleingelovigen!
29Итак, не ищите, что вам есть, или что пить, и не беспокойтесь,
29Vraagt ook gij dus niet, wat gij zult eten of drinken, en maakt u niet angstig.
30потому что всего этого ищут люди мира сего; ваш же Отец знает, что вы имеете нужду в том;
30Hiernaar vragen de heidenvolken wel; maar uw Vader weet, dat gij dit allemaal nodig hebt.
31наипаче ищите Царствия Божия, и это все приложится вам.
31Zoekt slechts zijn rijk, en dit alles zal u worden geschonken als toegift.
32Не бойся, малое стадо! ибо Отец ваш благоволил дать вам Царство.
32Wees niet bezorgd, kleine kudde; want het heeft uw Vader behaagd, u het koninkrijk te geven.
33Продавайте имения ваши и давайте милостыню. Приготовляйте себе влагалища не ветшающие, сокровище неоскудевающее на небесах, куда вор не приближается и где моль не съедает,
33Verkoopt uw bezittingen, en geeft er aalmoezen van. Maakt u beurzen die niet slijten, een onuitputtelijke schat in de hemel, waar geen dief kan bij komen, en waar geen mot hem wegvreet.
34ибо где сокровище ваше, там и сердце ваше будет.
34Want waar uw schat is, daar is ook uw hart.
35Да будут чресла ваши препоясаны и светильники горящи.
35Houdt uw lenden omgord, en brandend uw lampen.
36И вы будьте подобны людям, ожидающим возвращения господина своего с брака, дабы, когда придет и постучит, тотчас отворить ему.
36Weest als mensen, die wachten op hun heer, wanneer hij van de bruiloft komt, om als hij komt en klopt, terstond hem open te doen.
37Блаженны рабы те, которых господин, придя, найдет бодрствующими; истинно говорю вам, он препояшется и посадит их, и, подходя, станет служить им.
37Gelukkig de knechten, die de heer bij zijn komst wakker zal vinden. Voorwaar, Ik zeg u: Hij zal zich omgorden, hen aan tafel doen aanzitten, en hen de rij langs bedienen.
38И если придет во вторую стражу, и в третью стражу придет, и найдет их так, то блаженны рабы те.
38En wanneer hij hen zó aantreft, zelfs als hij in de tweede nachtwaak of in de derde komt, gelukkig zijn ze!
39Вы знаете, что если бы ведал хозяин дома, в который час придет вор, то бодрствовал бы и не допустил бы подкопать дом свой.
39Gij weet het: als de huisvader wist, op welk uur de dief zou komen, dan zou hij wakker blijven, en niet laten inbreken in zijn huis.
40Будьте же и вы готовы, ибо, в который час не думаете, приидет Сын Человеческий.
40Weest ook gij bereid; want de Mensenzoon komt op een onverwacht uur.
41Тогда сказал Ему Петр: Господи! к нам ли притчу сию говоришь, или и ко всем?
41Petrus zei Hem: Heer, zegt Gij deze gelijkenis voor ons, of voor allen?
42Господь же сказал: кто верный и благоразумный домоправитель, которого господин поставил над слугами своими раздавать им в свое время меру хлеба?
42De Heer sprak: Wie is toch de trouwe en voorzichtige hofmeester, dien de heer over zijn ondergeschikten zal stellen, om hun op tijd de maat koren te geven?
43Блажен раб тот, которого господин его, придя, найдет поступающим так.
43Gelukkig de dienaar, dien de heer bij zijn komst daarmee bezig vindt.
44Истинно говорю вам, что над всем имением своим поставит его.
44Voorwaar, Ik zeg u: Hij zal hem stellen over al zijn bezit.
45Если же раб тот скажет в сердце своем: не скоро придет господин мой, и начнет бить слуг и служанок, есть и пить и напиваться, -
45Maar als die dienaar bij zichzelf gaat denken: “Mijn heer komt nog lang niet”; als hij de knechten en dienstmeisjes begint te slaan, en gaat eten en drinken, en zich aan dronkenschap overgeeft.
46то придет господин раба того в день, в который он не ожидает, и в час, в который не думает, и рассечет его, и подвергнет его одной участи с неверными.
46dan zal de heer van dien dienaar komen op een dag, waarop hij het niet verwacht, en op een uur, dat hij niet kent. En hij zal hem streng bestraffen, en hem het lot der trouwelozen doen delen.
47Раб же тот, который знал волю господина своего, и не был готов, и не делал по воле его, бит будет много;
47De dienaar toch, die de wil van zijn meester kent, maar die zich niet volgens zijn wil heeft voorbereid of gehandeld, hij zal veel slaag krijgen;
48а который не знал, и сделал достойное наказания, бит будет меньше. И от всякого, кому дано много, много и потребуется, и кому много вверено, с того больше взыщут.
48zo hij hem echter niet kent, en dingen doet, die slaag verdienen, zal hij slechts weinig slaag krijgen. Wien veel is gegeven, hem zal veel worden gevraagd; en wien veel is toevertrouwd. van hem zal des te meer worden geëist.
49Огонь пришел Я низвести на землю, и как желал бы, чтобы он уже возгорелся!
49Ik ben gekomen, om vuur op de aarde te brengen; en hoe wens Ik, dat het reeds brandt.
50Крещением должен Я креститься; и как Я томлюсь, пока сие совершится!
50En Ik moet een doop ondergaan; en hoe smacht Ik er naar, dat hij voltrokken wordt.
51Думаете ли вы, что Я пришел дать мир земле? Нет, говорю вам, но разделение;
51Denkt gij, dat Ik vrede ben komen brengen op aarde? Neen, zeg Ik u; wel verdeeldheid.
52ибо отныне пятеро в одном доме станут разделяться, трое против двух, и двое против трех:
52Want van nu af zullen er vijf in één huis verdeeld zijn; drie tegen twee, en twee tegen drie.
53отец будет против сына, и сын против отца; мать против дочери, и дочь против матери; свекровь против невестки своей, и невестка против свекрови своей.
53De vader zal verdeeld zijn tegen den zoon, en de zoon tegen den vader; moeder tegen dochter, en dochter tegen moeder; schoonmoeder tegen haar schoondochter, en schoondochter tegen haar schoonmoeder.
54Сказал же и народу: когда вы видите облако, поднимающееся с запада, тотчас говорите: дождь будет, и бывает так;
54Nog sprak Hij tot het volk: Wanneer gij een wolk uit het westen ziet opkomen, zegt gij terstond: Er komt regen; en zo is het.
55и когда дует южный ветер, говорите: зной будет, и бывает.
55En wanneer de zuidenwind waait, zegt gij: Het zal heet worden; en het gebeurt.
56Лицемеры! лице земли и неба распознавать умеете, как же времени сего не узнаете?
56Huichelaars, het uitzicht van aarde en hemel weet gij te beoordelen, maar hoe komt het dan, dat gij deze tijd niet weet te beoordelen?
57Зачем же вы и по самим себе не судите, чему быть должно?
57En waarom oordeelt gij zelf niet wat recht is?
58Когда ты идешь с соперником своим к начальству, то на дороге постарайся освободиться от него, чтобы он не привел тебя к судье, а судья не отдал тебя истязателю, а истязатель не вверг тебя в темницу.
58Wanneer ge met uw tegenstander naar de overheid gaat, doe dan onderweg uw best, om van hem af te komen: anders sleept hij u misschien voor den rechter, en levert de rechter u aan den gerechtsdienaar over, en werpt de gerechtsdienaar u in de gevangenis.
59Сказываю тебе: не выйдешь оттуда, пока не отдашь и последней полушки.
59Ik zeg u: Ge zult daar niet uit komen, vóórdat ge de laatste penning hebt afbetaald.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.