Евангелие от Луки 15
Synodal Translation (Синодальный перевод)Translation
Synodal Translation (Синодальный перевод)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Приближались к Нему все мытари и грешники слушать Его.
1Intussen kwamen alle tollenaars en zondaars naar Hem toe, om Hem te horen.
2Фарисеи же и книжники роптали, говоря: Он принимает грешников и ест с ними.
2Maar de farizeën en schriftgeleerden mopperden, en zeiden: Hij ontvangt zondaars, en eet met hen.
3Но Он сказал им следующую притчу:
3Toen sprak Hij tot hen deze gelijkenis:
4кто из вас, имея сто овец и потеряв одну из них, не оставит девяноста девяти в пустыне и не пойдет за пропавшею, пока не найдет ее?
4Wie van u, die honderd schapen heeft, en er een van verliest, laat niet de negen en negentig andere achter in de woestijn, en gaat het verlorene zoeken, totdat hij het terugvindt?
5А найдя, возьмет ее на плечи свои с радостью
5En als hij het gevonden heeft, legt hij het verheugd op zijn schouders;
6и, придя домой, созовет друзей и соседей и скажет им: порадуйтесь со мною: я нашел мою пропавшую овцу.
6en thuis gekomen, roept hij vrienden en buren bijeen, en zegt hun: Verheugt u met mij; want ik heb mijn verloren schaap teruggevonden.
7Сказываю вам, что так на небесах более радости будет об одном грешнике кающемся, нежели о девяноста девяти праведниках, не имеющих нужды в покаянии.
7Ik zeg u: Zó zal er meer vreugde zijn in de hemel over één zondaar die zich bekeert, dan over negen en negentig rechtvaardigen, die geen bekering behoeven.
8Или какая женщина, имея десять драхм, если потеряет одну драхму, не зажжет свечи и не станет мести комнату и искать тщательно, пока не найдет,
8Of welke vrouw, die tien drachmen bezit, en één drachme verliest, steekt niet een lamp aan, veegt niet het huis, en zoekt niet zorgvuldig, totdat zij ze vindt?
9а найдя, созовет подруг и соседок и скажет: порадуйтесь со мною: я нашла потерянную драхму.
9En als zij ze gevonden heeft, roept ze vriendinnen en buren bijeen, en zegt: Verheugt u met mij, want ik heb mijn verloren drachme gevonden.
10Так, говорю вам, бывает радость у Ангелов Божиих и об одном грешнике кающемся.
10Zó, zeg Ik u, is er vreugde bij de engelen Gods over één zondaar, die zich bekeert.
11Еще сказал: у некоторого человека было два сына;
11Nog sprak Hij: Een man had twee zonen.
12и сказал младший из них отцу: отче! дай мне следующую мне часть имения. И отец разделил им имение.
12De jongste van beiden zei tot den vader: Vader, geef mij het deel der goederen, dat me toekomt. En hij verdeelde zijn vermogen onder hen.
13По прошествии немногих дней младший сын, собрав все, пошел в дальнюю сторону и там расточил имение свое, живя распутно.
13Een paar dagen later pakte de jongste zoon alles bijeen, en vertrok naar een ver land. Daar verkwistte hij zijn vermogen door een losbandig leven.
14Когда же он прожил все, настал великий голод в той стране, и он начал нуждаться;
14Maar toen hij er alles had doorgejaagd, kwam er een grote hongersnood in dat land, en begon hij gebrek te lijden.
15и пошел, пристал к одному из жителей страны той, а тот послал его на поля свои пасти свиней;
15En hij ging zich verhuren aan een der burgers van dat land; en deze stuurde hem naar zijn velden, om zwijnen te hoeden.
16и он рад был наполнить чрево свое рожками, которые ели свиньи, но никто не давал ему.
16Nu had hij zo graag zijn buik willen vullen met de schillen, die de zwijnen aten; maar niemand, die ze hem gaf.
17Придя же в себя, сказал: сколько наемников у отца моего избыточествуют хлебом, а я умираю от голода;
17Toen kwam hij tot inkeer, en sprak: Hoeveel knechten van mijn vader hebben brood in overvloed, en ik sterf hier van honger.
18встану, пойду к отцу моему и скажу ему: отче! я согрешил против неба и пред тобою
18Ik wil opstaan en naar mijn vader gaan, en hem zeggen: Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u;
19и уже недостоин называться сыном твоим; прими меня в число наемников твоих.
19ik verdien niet meer, uw zoon te heten; behandel me als een van uw knechten.
20Встал и пошел к отцу своему. И когда он был еще далеко, увидел его отец его и сжалился; и, побежав, пал ему на шею и целовал его.
20En hij stond op, en ging naar zijn vader. Nog was hij ver weg, toen zijn vader hem zag, en ten diepste ontroerd werd; hij vloog naar hem toe, viel om zijn hals, en overlaadde hem met kussen.
21Сын же сказал ему: отче! я согрешил против неба и пред тобою и уже недостоин называться сыном твоим.
21De zoon sprak tot hem: Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u; ik verdien niet meer, uw zoon te heten.
22А отец сказал рабам своим: принесите лучшую одежду и оденьте его, и дайте перстень на руку его и обувь на ноги;
22Maar de vader zei tot zijn knechten: Gauw, haalt het beste kleed, en trekt het hem aan; doet hem een ring aan zijn hand, en schoenen aan zijn voeten;
23и приведите откормленного теленка, и заколите; станем есть и веселиться!
23vooruit, slacht het gemeste kalf, en laat ons eten en vrolijk zijn.
24ибо этот сын мой был мертв и ожил, пропадал и нашелся. И начали веселиться.
24Want mijn zoon hier was dood en is levend geworden, hij was verloren en is teruggevonden. En ze begonnen feest te vieren.
25Старший же сын его был на поле; и возвращаясь, когда приблизился к дому, услышал пение и ликование;
25Zijn oudste zoon was op het land. Maar toen hij terugkeerde, dicht bij huis kwam, en muziek hoorde en dans,
26и, призвав одного из слуг, спросил: что это такое?
26riep hij een der knechten, en vroeg wat er gaande was.
27Он сказал ему: брат твой пришел, и отец твой заколол откормленного теленка, потому что принял его здоровым.
27Deze zei hem: Uw broer is gekomen; uw vader heeft het gemeste kalf geslacht, omdat hij hem behouden heeft teruggekregen.
28Он осердился и не хотел войти. Отец же его, выйдя, звал его.
28Toen werd hij kwaad, en wilde niet naar binnen gaan. Zijn vader ging dus naar buiten, en drong er op aan.
29Но он сказал в ответ отцу: вот, я столько лет служу тебе и никогда не преступал приказания твоего, но ты никогда не дал мне и козленка, чтобы мне повеселиться с друзьями моими;
29Maar hij antwoordde, en zei tot zijn vader: Zie, zoveel jaren dien ik u reeds, en nog nooit heb ik uw gebod overtreden; toch hebt ge mij nooit een bokje gegeven, om met mijn vrienden feest te vieren.
30а когда этот сын твой, расточивший имение свое с блудницами, пришел, ты заколол для него откормленного теленка.
30En nu die jongen van u is teruggekomen, die uw vermogen verbrast heeft met eerloze vrouwen, nu slacht ge voor hem het gemeste kalf.
31Он же сказал ему: сын мой! ты всегда со мною, и все мое твое,
31Maar hij zei hem: Kind, gij zijt altoos bij me, en al het mijne is het uwe.
32а о том надобно было радоваться и веселиться, что брат твой сей был мертв и ожил, пропадал и нашелся.
32Neen, feest en vreugde moet er zijn; want uw broer hier was dood, en is levend geworden, hij was verloren, en is teruggevonden.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.