Луки 15
Kulish and Puluj Bible (1905)Translation
Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Приближували ся ж до Него всї митники й грішники, слухати Його.
1Intussen kwamen alle tollenaars en zondaars naar Hem toe, om Hem te horen.
2І нарекали Фарисеї та письменники, кажучи: Що сей грішників приймає і їсть із ними.
2Maar de farizeën en schriftgeleerden mopperden, en zeiden: Hij ontvangt zondaars, en eet met hen.
3Сказав же до них приповість сю, глаголючи:
3Toen sprak Hij tot hen deze gelijkenis:
4Которий чоловік з вас, мавши сотню овечок, та загубивши одну з них, не зоставить девятьдесять і девять у степу, та не пійде за загубленою, доки знайде її?
4Wie van u, die honderd schapen heeft, en er een van verliest, laat niet de negen en negentig andere achter in de woestijn, en gaat het verlorene zoeken, totdat hij het terugvindt?
5А знайшовши, положить на плечі собі, радїючи.
5En als hij het gevonden heeft, legt hij het verheugd op zijn schouders;
6І, прийшовши до дому, скликає другів та сусїд, кажучи їм: Радуйтесь зо мною, бо я знайшов овечку мою загублену.
6en thuis gekomen, roept hij vrienden en buren bijeen, en zegt hun: Verheugt u met mij; want ik heb mijn verloren schaap teruggevonden.
7Глаголю вам, що оттак радість буде на небі над одним грішником каючим ся, більше нїж над девятьдесять і девятьма праведниками, котрим не треба покаяння.
7Ik zeg u: Zó zal er meer vreugde zijn in de hemel over één zondaar die zich bekeert, dan over negen en negentig rechtvaardigen, die geen bekering behoeven.
8Або котора жінка, мавши десять драхім, коли згубить драхму одну, не сьвітить сьвітла, та не вимітає хати, та не шукає пильно, доки знайде?
8Of welke vrouw, die tien drachmen bezit, en één drachme verliest, steekt niet een lamp aan, veegt niet het huis, en zoekt niet zorgvuldig, totdat zij ze vindt?
9А знайшовши кличе подруг та сусїдок, кажучи: Радуйтесь зо мною, бо я знайшла драхму, що була згубила.
9En als zij ze gevonden heeft, roept ze vriendinnen en buren bijeen, en zegt: Verheugt u met mij, want ik heb mijn verloren drachme gevonden.
10Так, глаголю вам, радість буде перед ангелами Божими над одним грішником каючим ся.
10Zó, zeg Ik u, is er vreugde bij de engelen Gods over één zondaar, die zich bekeert.
11Рече ж: Один чоловік мав два сини,
11Nog sprak Hij: Een man had twee zonen.
12і сказав молодший з них батькові: Отче, дай менї частину маєтку, що впадає менї. І роздїлив їм прожиток.
12De jongste van beiden zei tot den vader: Vader, geef mij het deel der goederen, dat me toekomt. En hij verdeelde zijn vermogen onder hen.
13І не по многих днях, зібравши все молодший син, відʼїхав у землю далеку, та й протратив там маєток свій, живучи блудно.
13Een paar dagen later pakte de jongste zoon alles bijeen, en vertrok naar een ver land. Daar verkwistte hij zijn vermogen door een losbandig leven.
14Як же проїв усе, настала голоднеча велика в землї тій; і почав він терпіти недостаток.
14Maar toen hij er alles had doorgejaagd, kwam er een grote hongersnood in dat land, en begon hij gebrek te lijden.
15І пійшовши пристав до одного з міщан землї тієї; і післав той його на поля свої пасти свинї.
15En hij ging zich verhuren aan een der burgers van dat land; en deze stuurde hem naar zijn velden, om zwijnen te hoeden.
16І бажав він сповнити живіт свій лушпиннєм, що їли свинї, та й нїхто не давав йому.
16Nu had hij zo graag zijn buik willen vullen met de schillen, die de zwijnen aten; maar niemand, die ze hem gaf.
17Опамятавшись же, сказав: Скільки наймитів у батька мого надто мають хлїба! я ж голодом погибаю.
17Toen kwam hij tot inkeer, en sprak: Hoeveel knechten van mijn vader hebben brood in overvloed, en ik sterf hier van honger.
18Уставши, пійду до батька мого, й скажу йому: Отче, згрішив я на небо й перед тобою,
18Ik wil opstaan en naar mijn vader gaan, en hem zeggen: Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u;
19і вже недостоєн зватись сином твоїм; прийми мене як одного з наймитів твоїх.
19ik verdien niet meer, uw zoon te heten; behandel me als een van uw knechten.
20І вставши пійшов до батька свого. Ще ж він далеко був, побачив його батько його, й змилосердивсь, і побігши упав на шию йому, й поцїлував його.
20En hij stond op, en ging naar zijn vader. Nog was hij ver weg, toen zijn vader hem zag, en ten diepste ontroerd werd; hij vloog naar hem toe, viel om zijn hals, en overlaadde hem met kussen.
21Каже ж йому син: Отче, згрішив я на небо й перед тобою, і вже не достоєн зватись сином твоїм.
21De zoon sprak tot hem: Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u; ik verdien niet meer, uw zoon te heten.
22Каже ж батько до слуг своїх: принесїть шату найпершу та й одягнїть його; й дайте перстень на руку йому, й чоботи на ноги;
22Maar de vader zei tot zijn knechten: Gauw, haalt het beste kleed, en trekt het hem aan; doet hem een ring aan zijn hand, en schoenen aan zijn voeten;
23і, привівши теля годоване, заколїть і ївши веселїмось:
23vooruit, slacht het gemeste kalf, en laat ons eten en vrolijk zijn.
24бо сей син мій мертвий був, та й ожив; згинув був, та й знайшов ся. І почали веселитись.
24Want mijn zoon hier was dood en is levend geworden, hij was verloren en is teruggevonden. En ze begonnen feest te vieren.
25Був же син його старший на полї, і, як ідучи зближавсь до господи, почув сьпіви да танцї.
25Zijn oudste zoon was op het land. Maar toen hij terugkeerde, dicht bij huis kwam, en muziek hoorde en dans,
26І покликавши одного з слуг, питав, що б се було таке.
26riep hij een der knechten, en vroeg wat er gaande was.
27Той же каже йому: Що брат твій прийшов, і заколов батько твій теля годоване, що здорового його прийняв.
27Deze zei hem: Uw broer is gekomen; uw vader heeft het gemeste kalf geslacht, omdat hij hem behouden heeft teruggekregen.
28Розсердив ся ж і не схотїв увійти. Оце ж батько його вийшовши просив його.
28Toen werd hij kwaad, en wilde niet naar binnen gaan. Zijn vader ging dus naar buiten, en drong er op aan.
29Він же, озвавшись, рече батькові: Ось стільки лїт служу тобі, й нїколи заповідї твоєї не переступив, та й нїколи менї не дав єси козеняти, щоб з приятелями моїми повеселитись;
29Maar hij antwoordde, en zei tot zijn vader: Zie, zoveel jaren dien ik u reeds, en nog nooit heb ik uw gebod overtreden; toch hebt ge mij nooit een bokje gegeven, om met mijn vrienden feest te vieren.
30як же син твій сей, проївши свій прожиток з блудницями, прийшов, заколов єси йому теля годоване.
30En nu die jongen van u is teruggekomen, die uw vermogen verbrast heeft met eerloze vrouwen, nu slacht ge voor hem het gemeste kalf.
31Він же рече йому: Дитино, ти все зо мною єси, і все, що моє, твоє;
31Maar hij zei hem: Kind, gij zijt altoos bij me, en al het mijne is het uwe.
32веселити ж ся і радувати ся треба було, що брат твій сей мертвий був, та й ожив, і згинув був, та й знайшов ся.
32Neen, feest en vreugde moet er zijn; want uw broer hier was dood, en is levend geworden, hij was verloren, en is teruggevonden.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.