Луки 2
Kulish and Puluj Bible (1905)Translation
Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Стало ся ж тими днями, вийшло повелїннє від кесаря Августа переписати всю вселенну.
1In die dagen nu verscheen er een besluit van keizer Augustus, om een volkstelling over heel de wereld te houden.
2Ся перепись була перва за правлення Киринея в Сириї.
2Deze volkstelling had plaats, eer Quirinius landvoogd van Syrië was.
3Ійшли всї вписуватись, кожен у свій город.
3Allen gingen op reis, om zich aan te geven, ieder naar zijn eigen stad.
4Пійшов же й Йосиф із Галилеї, з города Назарета, в Юдею, в город Давидів, що зветь ся Витлеєм: (був бо він з дому й роду Давидового)
4En daar Josef uit het huis en het geslacht van David was, vertrok ook hij uit Galilea, uit de stad Názaret, naar Judea naar de stad van David, Bétlehem geheten,
5вписатись із Мариєю, зарученою йому жінкою, що була тяжка.
5om zich aan te geven met Maria, zijn verloofde vrouw, die in gezegende omstandigheden was.
6Стало ж ся, як були вони там, сповнились днї родити їй.
6Terwijl ze daar waren, brak de tijd van haar moederschap aan;
7І вродила Сина свого перворідня, і сповила Його, й положила Його в ясла, бо не було їм місця в гостинницї.
7ze baarde haar eerstgeboren Zoon, wikkelde Hem in doeken, en legde Hem neer in een kribbe; want in het nachtverblijf was voor hen geen plaats.
8І були пастухи в сторонї тій, що ночлїгували та стерегли сторожею в ночі отари своєї.
8Nu waren er herders in die streek, die in het open veld overnachtten, en hun kudde bewaakten.
9І ось ангел Господень став коло них, і слава Господня осияла їх; і полякались страхом великим.
9Eensklaps stond er voor hen een engel des Heren, en de glorie des Heren omstraalde hen; een hevige vrees greep hen aan.
10І рече їм ангел: Не бійтесь, ось бо благовіщу вам радість велику, що буде всїм людям.
10Maar de engel sprak tot hen: Vreest niet; want zie, ik verkondig u een grote vreugde, die voor het hele volk is bestemd.
11Бо народивсь вам сьогоднї Спас, що єсть Христос Господь, у городї Давидовому.
11Heden is u in de stad van David een Verlosser geboren, Christus de Heer!
12І се вам ознака: Знайдете дитинку сповиту, лежачу в яслах.
12Dit zal u het teken zijn: ge zult een Kindje vinden, dat in doeken is gewikkeld, en in een kribbe ligt.
13І зараз явилось із ангелом множество воїнства небесного, хвалячи Бога й глаголючи:
13En plotseling was de engel door een hemelse legerschare omringd; ze loofden God, en zeiden:
14Слава на вишинах Богу, а на землї впокій, між людьми благоволеннє.
14Glorie aan God in den hogen, En vrede op aarde Onder de mensen van goede wil!
15І сталось, як пійшли від них на небо ангели, пастухи казали один до одного: Ходїмо ж аж у Витлеєм, та побачимо слово се, що сталось, що Господь обявив нам.
15Toen de engelen weer naar de hemel waren gevaren, spraken de herders tot elkander: Laten we naar Bétlehem gaan, om te zien wat er gebeurd is, en wat de Heer ons bekend heeft gemaakt.
16І пійшли з поспіхом, та й знайшли Марию і Йосифа, й дитинку лежачу в яслах.
16Ze snelden er heen, en vonden Maria en Josef met het Kindje, dat in de kribbe lag.
17І побачивши, обявили слово, сказане їм про хлопятко се.
17Toen ze Het zagen, verhaalden ze, wat hun over dit Kind was gezegd.
18І всї, слухаючи, дивувались тим, що розказували пастухи перед ними.
18Allen, die het hoorden, stonden verbaasd over het verhaal van de herders;
19Мария ж ховала всї слова сї, роздумуючи в серцї своїм.
19maar Maria bewaarde dit alles in haar hart, en overwoog het bij zichzelf.
20І вернулись пастухи, прославляючи та хвалячи Бога за все, що чули й бачили, як казано до них.
20Nu keerden de herders weer terug; ze loofden God, en zongen Hem lof, om al wat ze hadden gehoord en gezien, juist zoals het hun was gezegd.
21І як сповнилось вісїм днїв, щоб обрізати хлопятко, наречено Йому імя Ісус, наречене від ангела, перш нїж зачавсь Він в утробі.
21Toen de acht dagen voorbij waren, die zijn besnijdenis vooraf moesten gaan, ontving Hij de naam Jesus, die de engel Hem reeds had gegeven, eer Hij in de moederschoot was ontvangen.
22І, як сповнились днї очищення її по закону Мойсейовому, понесли Його в Єрусалим, поставити перед Господом,
22En toen de tijd was gekomen voor hun reiniging volgens de Wet van Moses, brachten ze Hem naar Jerusalem, om Hem op te dragen aan den Heer,
23як написано в законї Господньому: Що всяке мужеське, відчинивши утробу, сьвяте Господеві звати меть ся;
23zoals er geschreven staat in de Wet des Heren: “Ieder kind van het mannelijk geslacht, dat de moederschoot opent, moet den Heer worden toegewijd”,
24і принесли жертву, по сказаному в законї Господньому: Пару горлиць або двоє голубенят.
24en ook om een offer te brengen, naar het bevel van ‘s Heren Wet: een paar tortels of twee jonge duiven.
25І ось був чоловік у Єрусалимі на ймя Симеон; і чоловік сей праведний та побожний сподївавсь потїхи Ізраїлеві; й Дух сьвятий був на йому.
25Zie, nu was er te Jerusalem een man, Simeon genaamd; hij was een rechtvaardig en godvrezend man, die verlangend uitzag naar de vertroosting van Israël, en over wien de Heilige Geest was gekomen.
26І було йому сповіщено від Духа сьвятого, що не бачити ме він смерти, перш нїж побачить Христа Господнього.
26De Heilige Geest had hem geopenbaard, dat hij de dood niet zou zien, voordat hij den Gezalfde des Heren had aanschouwd.
27І прийшов він Духом у церкву; й, як принесли батько-мати хлопятко Ісуса, щоб зробити їм, що треба, по звичаю законному для Него,
27Nu kwam hij naar de tempel, geleid door den Geest. En toen de ouders het Kind Jesus binnenbrachten, om voor Hem de voorschriften der Wet te volbrengen,
28узяв він Його на руки свої, і благословив Бога, і сказав:
28nam ook hij Het in zijn armen, zegende God, en sprak:
29Нинї відпускаєш раба твого, Владико, по глаголу твоєму, з упокоєм:
29Nu laat Gij, o Heer, uw dienaar gaan, In vrede naar uw woord.
30бо видїли очі мої спасеннє твоє,
30Want mijn ogen hebben uw heil aanschouwd,
31що приготовив єси перед лицем усїх людей,
31Dat Gij bereid hebt voor het oog aller volken:
32сьвітло на одкриттє поганам, і славу народа Твого Ізраїля.
32Een licht, tot verlichting der heidenen, En tot luister van Israël, uw volk.
33І дивувавсь Йосиф і мати Його тим, що сказано про Него.
33Zijn vader en moeder stonden verbaasd over wat er van Hem werd gezegd.
34І благословив їх Симеон, і рече до Мариї, матери Його: Ось Сей лежить на паданнє і вставаннє многих в Ізраїлї і на ознаку, проти котрої говорити муть,
34Simeon zegende hen, en sprak tot Maria, zijn moeder: Zie, Hij is bestemd tot val en opstanding van velen in Israël, en tot een teken van tegenspraak;
35(і тобі самій перейде душу меч,) щоб відкрились многих сердець думки.
35en een zwaard zal ook uw eigen ziel doorboren. Zo moeten de gedachten van veler harten worden ontsluierd.
36І була Анна пророчиця, дочка Фануїлова, з роду Асирового; ся зістарілась у днях многих, живши з чоловіком сїм років од дївування свого;
36Ook was er een profetes, Anna, de dochter van Fanoeél, uit de stam van Aser. Ze was hoogbejaard. Na haar jeugd was ze zeven jaar gehuwd geweest;
37і ся вдова до восьмидесяти й чотирох років, що не відходила від церкви, постом та молитвою служила ніч і день.
37nu was ze een weduwe van vier en tachtig jaar. Nooit verliet ze de tempel, maar diende God dag en nacht onder vasten en bidden.
38І вона тієї ж години прийшовши, оддала хвалу Господеві, й говорила про Него всїм, що сподївали ся збавлення в Єрусалимі.
38Juist op dat ogenblik kwam ook zij naderbij; ook zij loofde God, en sprak over het Kind met allen, die Jerusalems verlossing verwachtten.
39І, як скінчили все по закону Господньому, вернулись у Галилею, у город свій Назарет.
39En toen ze alles volgens de Wet des Heren hadden volbracht, keerden ze naar Galilea terug, en naar Názaret, hun woonplaats.
40Хлопятко ж росло й міцнїло духом, сповняючись премудростю; і благодать Божа була на Ньому.
40Het Kind groeide op, en nam in krachten toe; Het werd van wijsheid vervuld, en Gods genade rustte op Hem.
41І ходили батько-мати Його щороку в Єрусалим у сьвято пасхи.
41Ieder jaar reisden zijn ouders tegen het paasfeest naar Jerusalem.
42І як було Йому дванайцять років, пійшли вони в Єрусалим сьвятковим звичаєм,
42En toen Hij twaalf jaar oud was geworden, trokken zij weer naar Jerusalem op, zoals dit voor het feest gebruikelijk was.
43і, сповнивши днї, як вертались, зостав ся хлопчик Ісус у Єрусалимі; й не знав Йосиф і мати Його,
43Maar toen ze na afloop der feestdagen terugkeerden, bleef het Kind Jesus te Jerusalem achter. Zijn ouders bemerkten het niet,
44а думаючи, що Він між товариством, увійшли на день ходи; й шукали Його між родиною та знакомими.
44maar meenden, dat Hij Zich onder het reisgezelschap bevond; ze reisden dus de hele dag voort, en zochten Hem toen onder familie en bekenden.
45І, не знайшовши Його, вернулись у Єрусалим, шукаючи Його.
45Maar toen ze Hem niet vonden, gingen ze Hem zoeken, en keerden naar Jerusalem terug.
46І сталось, через три днї знайшли Його в церкві, сидячого серед учителїв, і слухаючого їх, і питаючого.
46Na drie dagen vonden ze Hem in de tempel, terwijl Hij te midden der leraars zat, naar hen luisterde en hen ondervroeg;
47Дивували ся ж усї, хто слухав Його, розумом і відповідями Його.
47allen, die Hem hoorden, waren verbaasd over zijn schranderheid en over zijn antwoorden.
48І, побачивши Його, здивувались вони, й сказала мати Його до Него: Дитино, що се зробив єси з нами? ось батько Твій і я, болїючи, шукали Тебе.
48Ze stonden versteld van dat schouwspel. Maar zijn moeder zei tot Hem: Mijn Kind, waarom hebt Gij ons dit aangedaan? Zie, uw vader en ik zoeken in doodsangst naar U.
49І рече Він до них: Чого ж шукали мене? хиба ж не знали, що в тому, що єсть Отця мого, треба бути менї?
49Hij sprak tot hen: Waarom hebt gij Mij gezocht? Wist gij dan niet, dat Ik in het huis van mijn Vader moet zijn?
50Та й вони не зрозуміли слова, що промовив їм.
50Maar ze begrepen niet, wat Hij tot hen sprak.
51І пійшов з ними, й прийшов у Назарет, і був слухняний їм; і мати Його ховала всї слова тиї в серцї своїм.
51Nu ging Hij met hen naar Názaret terug. En Hij was hun onderdanig. Zijn moeder bewaarde dit alles in haar hart.
52І виростав Ісус премудростю й станом, у ласцї в Бога і в людей.
52En Jesus nam toe in wijsheid en jaren, en in welgevallen bij God en de mensen.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.