Луки
Chapter 9
Kulish and Puluj Bible (…

Read in

Smith–Van Dyck Arabic Bible (فان دايك)Brezhoneg (Breton Gospels, 1827)Judson Burmese Bible (1840)Chamorro: Gospels, Acts and PsalmsChinese Union Version, punctuated (Simplified)Chinese Union Version, punctuated (Traditional)Coptic New TestamentCoptic New Testament (Bohairic)Kralice Bible (1613)Testamenta Marra (Dieri New Testament)Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)Asang Khongca Bible (Eastern Khumi Chin, 2019)Berean Standard BibleDouay-Rheims Bible, American Edition (1899)King James Version with ApocryphaWorld English BibleLondona Biblio (Esperanto, 1910)Louis Segond 1910Lutherbibel 1912Greek New Testament, word by word (STEPBible TAGNT)Greek New Testament: 1904 Patriarchal Text (Byzantine)Greek New Testament: Byzantine Text (Robinson–Pierpont 2018)Greek New Testament: Textus ReceptusSBL Greek New TestamentBaibala Hemolele (Hawaiian Bible, 1868 revision)Modern Hebrew BibleDiodati Bibbia 1885Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Korean Bible, 1910 (한국어 성경)Bible Mutal (Kosraean)Clementine Vulgate, 1598Baibal Olcim (Matupi Chin)Meriam Mir GospelsOld Persian Version (ترجمه قدیم)Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)Cornilescu Bible (1924), Cyrillic scriptSynodal Translation (Синодальный перевод)Daničić–Karadžić Bible (1868), CyrillicReina-Valera 1909Biblia Takatifu (Swahili): New Testament portionsFreedom Bible (Thai)Tongan Bible, Revised West VersionKulish and Puluj Bible (1905)Vietnamese Bible (1923 translation)
vs Petrus Canisius Bi…

Compare with

Smith–Van Dyck Arabic Bible (فان دايك)Brezhoneg (Breton Gospels, 1827)Judson Burmese Bible (1840)Chamorro: Gospels, Acts and PsalmsChinese Union Version, punctuated (Simplified)Chinese Union Version, punctuated (Traditional)Coptic New TestamentCoptic New Testament (Bohairic)Kralice Bible (1613)Testamenta Marra (Dieri New Testament)Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)Asang Khongca Bible (Eastern Khumi Chin, 2019)Berean Standard BibleDouay-Rheims Bible, American Edition (1899)King James Version with ApocryphaWorld English BibleLondona Biblio (Esperanto, 1910)Louis Segond 1910Lutherbibel 1912Greek New Testament, word by word (STEPBible TAGNT)Greek New Testament: 1904 Patriarchal Text (Byzantine)Greek New Testament: Byzantine Text (Robinson–Pierpont 2018)Greek New Testament: Textus ReceptusSBL Greek New TestamentBaibala Hemolele (Hawaiian Bible, 1868 revision)Modern Hebrew BibleDiodati Bibbia 1885Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Korean Bible, 1910 (한국어 성경)Bible Mutal (Kosraean)Clementine Vulgate, 1598Baibal Olcim (Matupi Chin)Meriam Mir GospelsOld Persian Version (ترجمه قدیم)Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)Cornilescu Bible (1924), Cyrillic scriptSynodal Translation (Синодальный перевод)Daničić–Karadžić Bible (1868), CyrillicReina-Valera 1909Biblia Takatifu (Swahili): New Testament portionsFreedom Bible (Thai)Tongan Bible, Revised West VersionVietnamese Bible (1923 translation)Stop comparing
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Луки 9

Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Скликавши ж дванайцятьох учеників своїх, дав їм силу й власть над усїма бісами, й недуги сцїляти.
1Nu riep Hij het twaalftal bijeen, gaf hun macht en gezag over alle duivels, en tot genezing der zieken,
2І післав їх проповідувати царство Боже та оздоровлювати недужих.
2en zond ze uit om het koninkrijk Gods te gaan preken, en zieken te genezen.
3І рече до них: Нїчого не беріть на дорогу, нї палицї, нї торбини, нї хлїба, нї срібла, анї по дві одежинї майте.
3Hij sprak tot hen: Neemt niets mee op weg; geen stok, geen reiszak, geen brood en geen geld; zelfs geen tweede onderkleed moogt gij hebben.
4І в котору господу прийдете, там пробувайте й звідтіля виходьте.
4In welk huis gij ook uw intrek neemt, blijft daar, totdat gij weer afreist.
5А хто не прийме вас, виходячи з города того, й порох з ваших ніг обтрусїть на сьвідкуваннє проти них.
5En waar men u niet ontvangt, verlaat die stad, en schudt zelfs het stof van uw voeten als een getuigenis tegen hen.
6Вийшовши ж, ходили по селах, благовіствуючи та сцїляючи всюди.
6Toen gingen ze heen, en trokken de dorpen rond; ze preekten het evangelie overal, en genazen de zieken.
7Почув то Ірод четверовластник усе, що сталось від Него, та й стуманїв: тим що деякі казали, що Йоан устав із мертвих,
7Herodes, de viervorst, vernam het gebeurde, en wist niet, wat hij er van denken moest. Want sommigen zeiden: Johannes is van de doden opgestaan;
8инші ж, що Ілия явив ся, другі ж, що один з пророків старих воскрес.
8anderen: Elias is verschenen; anderen weer: Een van de oude profeten is verrezen.
9І каже Ірод: Йоана я стяв; хто ж се той, про котрого я чую таке? І шукав видїти Його.
9Herodes zeide: Ik heb toch Johannes onthoofd; maar wie is deze dan, over wien ik dit alles hoor? En hij zocht een gelegenheid, om Hem te zien.
10І вернувшись апостоли, оповідали Йому, що чинили. І взявши їх, пійшов окроме у місце пусте города, званого Витсаїда.
10Toen de apostelen waren teruggekeerd, verhaalden ze Hem alwat ze gedaan hadden. Hij nam ze mee, en vertrok met hen alleen naar een stad, Betsáida genaamd.
11Народ же дознавшись, пійшов слїдом за Ним; і, прийнявши їх, глаголав їм про царство Боже й, кому треба було сцїлення, оздоровлював.
11Maar het volk merkte het, en ging Hem achterna. Hij ontving ze, sprak tot hen over het koninkrijk Gods, en Hij genas, wie genezing behoefde.
12День же почав нахилятись; приступивши ж дванайцять, сказали Йому: Відошли народ, щоб, пійшовши кругом по селах та хуторах, відпочили й роздобули харчі; бо ми тут у пустому місцї.
12Maar toen de avond begon te vallen, kwam het twaalftal naar Hem toe, en zeide: Zend de menigte heen; dan kunnen ze naar de omliggende dorpen en vlekken gaan, om onderkomen en voedsel te vinden; want we zijn hier in een verlaten streek.
13Рече ж до них: Дайте ви їм їсти. Вони ж сказали: Нема в нас більш, як пять хлїбів та дві риби; хиба що пійшовши купимо для всього народу сього їжі.
13Hij sprak tot hen: Geeft gij hun te eten. Ze zeiden: We hebben slechts vijf broden en twee vissen; of zouden we zelf misschien voor al dat volk eten moeten gaan kopen?
14Було бо до пяти тисяч чоловіка. Рече ж до учеників своїх: Садовіть їх купами по пятьдесятеро.
14Want er waren ongeveer vijf duizend mannen. Maar Hij zei tot zijn leerlingen: Laat hen in groepen van vijftig gaan zitten.
15І зробили так, і посадовили всїх.
15Ze deden het, en deden ze allen neerzitten.
16Узявши ж пять хлїбів та дві риби й поглянувши на небо, благословив їх, і ламав, і давав ученикам класти перед народом.
16Nu nam Hij de vijf broden en de twee vissen, zag ten hemel op, sprak er de zegen over uit, brak ze en gaf ze aan de leerlingen, om ze de menigte aan te bieden.
17І їли, й наситились усї; і назбирано остальних у них окрушин дванайцять кошів.
17Allen aten en werden verzadigd; en ze verzamelden het overschot: twaalf korven met brokken.
18І сталось, як Він молив ся на самотї, були з Ним ученики; й спитав їх, глаголючи: Хто я, каже народ?
18Toen Hij eens in de eenzaamheid aan het bidden was, en de leerlingen bij Hem waren, stelde Hij hun de vraag: Wien zegt het volk, dat Ik ben?
19Вони ж озвавшись сказали: Йоан Хреститель; другі: Ілия; инші ж: Що один пророк із старих воскрес.
19Ze antwoordden: Johannes de Doper; anderen: Elias; anderen weer: Een van de oude profeten is verrezen.
20Рече ж їм: Ви ж, хто я, кажете? Озвав ся ж Петр і сказав: Христос Божий.
20Hij zeide hun: Maar gij, wie zegt gij, dat Ik ben? Petrus antwoordde: De Christus van God.
21Він же, заказавши їм, повелїв нїкому не казати про се,
21En Hij verbood hun ten strengste, dit aan iemand te zeggen.
22глаголючи: Що мусить Син чоловічий багато терпіти, й відцурають ся Його старші, та архиєреї, та письменники, і вбють, і в третїй день воскресне Він.
22Nu zeide Hij: De Mensenzoon zal veel moeten lijden, en verworpen worden door de oudsten en opperpriesters en schriftgeleerden. Hij zal worden gedood, en op de derde dag verrijzen.
23Рече ж до всїх: Коли хто хоче за мною йти, нехай одречеть ся себе, й бере хрест свій що-дня, та й іде слїдом за мною.
23Nu sprak Hij tot allen: Zo iemand mijn volgeling wil zijn, dan moet hij zichzelf verloochenen, zijn kruis opnemen iedere dag, en Mij volgen.
24Хто бо хоче душу свою спасти, погубить її; хто ж погубить душу свою задля мене, той спасе її.
24Want wie zijn leven wil redden, zal het verliezen; maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het redden.
25Що бо за користь мати ме чоловік, здобувши сьвіт увесь, себе ж погубивши або занапастивши?
25Wat baat het den mens, zo hij de hele wereld wint, maar zichzelf prijsgeeft of schade berokkent?
26Хто бо посоромить ся мене й моїх словес, того й Син чоловічий посоромить ся, як прийде в славі своїй, і Отця, і сьвятих ангелів.
26Want wie zich schaamt over Mij en mijn woorden, over hem zal Zich ook de Mensenzoon schamen, als Hij in zijn heerlijkheid komt, en in die van zijn Vader en van de heilige engelen.
27Глаголю ж вам істино: Єсть деякі між стоячими тут, що не вкусять смертї, аж поки побачять царство Боже.
27Voorwaar, Ik zeg u: Daar zijn er onder de hier aanwezigen, die de dood niet zullen smaken, voordat ze het koninkrijk Gods hebben gezien.
28Було ж після словес тих днїв з вісїм, і взявши Петра, та Йоана, та Якова, зійшов на гору молитись.
28Ongeveer acht dagen later nam Jesus Petrus, Johannes en Jakobus met Zich mee, en ging de berg op, om te bidden.
29І, як молив ся Він, вид лиця Його став инший, і одежа Його біла, блискуча.
29En terwijl Hij bad, veranderde het uiterlijk van zijn gelaat, en zijn kleed werd schitterend wit.
30І ось два чоловіки розмовляли з Ним, котрі були Мойсей та Ілия;
30Zie, twee mannen spraken met Hem; het waren Moses en Elias,
31вони, явившись у славі, говорили про смерть Його, яку мав сповнити в Єрусалимі.
31die in heerlijkheid waren verschenen, en zijn dood bespraken, die Hij te Jerusalem zou ondergaan.
32Петр же й ті, що з Ним, були отягчені сном; пробудивши ся ж, побачили славу Його й двох чоловіків, стоячих з Ним.
32Petrus en zijn gezellen waren intussen door slaap overmand; eerst bij hun ontwaken zagen ze zijn heerlijkheid en de beide mannen, die bij Hem stonden.
33І сталось, як розлучались від Него, каже Петр до Ісуса: Наставниче, добре нам тут бути: зробимо три намети, один Тобі, й Мойсею один, а один Ілиї, не знаючи, що каже.
33Toen dezen van Hem weg wilden gaan, sprak Petrus tot Jesus: Meester, het is ons goed, hier te zijn; laat ons drie tenten opslaan, één voor U, één voor Moses en één voor Elias. Hij wist niet goed wat hij zeide.
34Як же він се говорив, постала хмара, та й отїнила їх, і полякались, як вони увійшли в хмару.
34Terwijl hij zo sprak, kwam er een wolk, die hen overschaduwde; en toen de leerlingen hen de wolk zagen ingaan, werden ze bang.
35І роздав ся голос із хмари, говорячи: Се син мій любий; слухайте Його.
35En uit de wolk klonk een stem: Deze is mijn uitverkoren Zoon; luistert naar Hem.
36А як був голос, знайдено Ісуса одного. І мовчали вони, й нїкому не оповідали в ті днї нїчого, що бачили.
36Terwijl de stem klonk, bevond Zich Jesus alleen. Ze bewaarden het stilzwijgen over wat ze hadden gezien, en vertelden het toen nog aan niemand.
37Стало ся ж другого дня, як зійшли вони з гори, зустріло Його багато народу.
37Toen ze de volgende dag van de berg afdaalden, kwam een talrijke menigte Hem tegemoet.
38І ось чоловік з народу покликнув, кажучи: Учителю, благаю Тебе, зглянь ся на сина мого; бо він єдиний у мене.
38En zie, een man uit de menigte riep hun toe, en zeide: Meester, ik bid U, zie neer op mijn zoon; want hij is mijn enig kind.
39І ось дух хапає його, і він зараз кричить; і рве його з піною, і ледві одходить од него, розбивши його.
39Zie, een geest grijpt hem aan, en plotseling gilt hij het uit; hij doet hem stuiptrekken en schuimbekken, en als hij hem heeft uitgeput, verlaat hij hem nòg bijna niet.
40І благав я учеників Твоїх, щоб вигнали його, й не здолїли.
40Ik heb uw leerlingen verzocht, hem uit te drijven, maar ze konden het niet.
41І озвавшись Ісус, рече: О кодло невірне та розвратне! доки буду з вами й терпіти му вас? Приведи сюди сина твого.
41Jesus antwoordde: O ongelovig en boos geslacht, hoe lang nog zal Ik bij u zijn, en u dulden? Breng uw zoon hier.
42Ще ж ійшов він, а біс ударив ним, та й затряс. Погрозив же Ісус духові нечистому, і оздоровив хлопця, і оддав його батькові його.
42Terwijl hij naderde, smeet de duivel hem weer tegen de grond, en deed hem stuipen krijgen. Jesus bestrafte den onreinen geest, genas den knaap, en gaf hem aan zijn vader terug.
43Зʼумляли ся ж усї величчєм Божим. Як же всї дивувались усїм, що зробив Ісус, рече Він до учеників своїх:
43En allen waren vol van ontzetting voor de majesteit Gods. Maar terwijl iedereen in verwondering was over al wat Hij deed, sprak Hij tot zijn leerlingen:
44Повкладуйте в уші ваші слова сї: Син бо чоловічий має бути виданим у руки чоловічі.
44Houdt het goed in gedachte: De Mensenzoon zal worden overgeleverd in de handen der mensen.
45Вони ж не зрозуміли слова сього, й було воно закрите від них, щоб не постерегли його; а бояли ся питати Його про слово се.
45Ze begrepen dit niet. Het bleef hun duister, en ze verstonden het niet; toch durfden ze Hem ook niet over dit woord ondervragen.
46Постала ж думка між ними, хто був би більший з них.
46Eens kwam de gedachte bij hen op, wie van hen de grootste zou zijn.
47Ісус же, знаючи думку серця їх, узявши дитину, поставив її біля себе,
47Maar Jesus, die de gedachte van hun hart kende, nam een kind, plaatste het naast Zich,
48і рече їм: Хто прийме сю дитину в імя моє, мене приймає; а хто мене прийме, приймає пославшого мене: хто бо найменший між усїма вами, той буде великий.
48en zei hun: Wie dit kind opneemt in mijn Naam, neemt Mij op; en wie Mij opneemt, neemt Hem op, die Mij heeft gezonden. Want wie de kleinste is onder u allen, hij is groot.
49І озвавшись Йоан, каже: Наставниче, ми бачили одного, що в імя Твоє виганяв біси, й заборонили йому; бо не ходить услїд з нами.
49Johannes nam het woord, en sprak: Meester, we hebben iemand duivels uit zien drijven in uw Naam; we hebben het hem verboden, omdat hij zich niet bij ons aansluit.
50І рече до него Ісус: Не боронїть, хто бо не проти нас, той з нами.
50Jesus zei hem: Verbiedt het hem niet; want wie niet tegen u is, hij is vóór u.
51І сталось, як сповнились днї взяття Його (вгору), утвердив лице своє йти в Єрусалим,
51Toen nu de tijd van zijn hemelvaart begon te naderen, besloot Hij naar Jerusalem te gaan.
52і післав посланцї перед лицем своїм; і пійшовши вони, увійшли в село Самарянське, щоб приготовити Йому.
52Hij zond boden voor Zich uit; ze gingen op reis, en kwamen in een stad der Samaritanen, om Hem een verblijf te bereiden.
53І не прийнято Його, бо лице Його було грядуще в Єрусалим.
53Maar men ontving Hem niet, omdat Hij naar Jerusalem reisde.
54Бачивши ж ученики Його Яков та Йоан, казали: Господи, хочеш, скажемо, щоб огонь зійшов з неба та й пожер їх, як Ілия зробив?
54Toen zijn leerlingen Jakobus en Johannes dit merkten, zeiden ze: Heer, wilt Gij, dat we zeggen, dat er vuur uit de hemel komt, om ze te verdelgen?
55Він же обернувшись докорив їм, і рече: Не знаєте, якого ви духа.
55Maar Hij keerde Zich om, en berispte hen. Hij zeide: Gij weet niet, wat voor geest u bezielt.
56Син бо чоловічий не прийшов душі людські погубляти, а спасати. І пійшли в инше село.
56Want de Mensenzoon is niet gekomen, om de zielen der mensen in het verderf te storten, maar om ze te redden. Ze gingen dus naar een ander dorp.
57Стало ся ж, як ійшли вони, сказав у дорозї хтось до Него: Пійду слїдом за Тобою, куди б нї пійшов, Господи.
57Terwijl zij voortreisden, zei iemand tot Hem: Ik zal U volgen, waarheen Gij ook gaat.
58І рече йому Ісус: Лисицї нори мають, і птицї небесні гнїзда; Син же чоловічий не має, де голови прихилити.
58Jesus zeide hem: De vossen hebben holen, en de vogels in de lucht hebben nesten; maar de Mensenzoon heeft niets, om er zijn hoofd op te leggen.
59Рече ж до другого: Йди слїдом за мною. Він же каже: Господи, дозволь менї пійти перш поховати батька мого.
59En tot een ander sprak Hij: Volg Mij. Deze zeide: Heer, sta me toe, eerst mijn vader te gaan begraven.
60Рече ж йому Ісус: Остав мертвим ховати своїх мерцїв, ти ж іди, проповідуй царство Боже.
60Jesus sprak tot hem: Laat de doden hun doden begraven; ga heen, en verkondig het koninkrijk Gods.
61Рече ж і другий: Пійду слїдом за Тобою, Господи; перше ж дай менї попрощатись із тими, що в дому моїм.
61Weer een ander zeide: Ik zal U volgen Heer; maar sta me toe, eerst van mijn huisgenoten afscheid te nemen.
62Рече ж до него Ісус: Нїхто, положивши руку свою на рало й позираючи назад, не спосібен до царства Божого.
62Jesus sprak tot hem: Wie zijn hand aan de ploeg slaat en achterwaarts blikt, is niet geschikt voor het koninkrijk Gods.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.