Job
Chapter 4
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Freedom Bible (フリー…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1Elifaz van Teman nam het woord, en sprak:
1そこでテマン人エリファズが答えた。
2Zullen wij het woord tot u richten, tot u, zo verslagen? Maar wie zou zijn woorden kunnen bedwingen?
2もし誰かがあえてあなたに語りかけたら、あなたは悲しむだろうか。 しかし、誰が語るのを抑えることができようか。
3Zie, zelf hebt ge velen terecht gewezen, En slappe handen gesterkt;
3見よ、あなたは多くの人を教え、 弱い手を強くしてきた。
4Uw woorden hebben struikelenden opgericht, Knikkende knieën hebt ge spierkracht verleend:
4あなたの言葉は倒れそうな者を支え、 よろめく膝をしっかりさせてきた。
5Maar nu het ú overkomt, nu zijt ge verslagen, Nu het ú treft, verbijsterd!
5しかし今、それがあなたの身に降りかかると、あなたは気落ちする。 それがあなたに触れると、あなたは思い悩む。
6Was dan uw vroomheid niet uw hoop, Uw onberispelijke wandel niet uw vertrouwen?
6あなたの敬虔さはあなたの確信ではないか。 あなたの道の誠実さはあなたの希望ではないか。
7Denk eens na: wie kwam ooit onschuldig om, Of waar ter wereld werden rechtvaardigen verdelgd?
7さあ、思い出せ。罪がないのに滅びた者がいただろうか。 あるいは、正しい人が断ち切られたことがどこにあっただろうか。
8Ik heb altijd gezien: Die onheil ploegen En rampspoed zaaien, die oogsten ze ook!
8私が見てきたところによれば、不義を耕し、 苦難を蒔く者たちは、同じものを刈り取っている。
9Door Gods adem gaan ze te gronde, Door zijn ziedende gramschap komen ze om:
9神の息によって彼らは滅び、 その怒りの風によって彼らは消え失せる。
10Het gebrul van den leeuw en het gehuil van den luipaard verstomt. De tanden der leeuwenwelpen worden stuk gebroken;
10獅子の吠え声、 猛獅子の声も、 若い獅子の歯も、折られてしまう。
11De leeuwin komt om bij gebrek aan prooi, De jongen van de leeuwinnen worden uiteen gejaagd!
11老いた獅子は獲物がなくて滅び、 雌獅子の子らは散らされる。
12Eens drong een woord in het diepste geheim tot mij door En mijn oor ving er het gefluister van op.
12さて、一つの言葉がひそかに私へ届き、 そのかすかなささやきを、私の耳は聞いた。
13Het was in een nachtgezicht, uit dromen geboren, Wanneer een diepe slaap de mensen bevangt:
13夜の幻からの思いの中で、 深い眠りが人々に落ちるとき、
14Schrik en siddering grepen mij aan, En al mijn beenderen rilden van angst;
14恐れとおののきが私に臨み、 それが私のすべての骨を震わせた。
15Een ademtocht streek langs mijn gelaat, En deed mijn haren ten berge rijzen.
15そのとき、一つの霊が私の顔の前を過ぎて行った。 身の毛がよだった。
16Daar stond er één voor mij, Wiens gelaat ik niet kon herkennen; Een gestalte zweefde voor mijn oog, En ik hoorde het fluisteren van een stem:
16それは立ち止まったが、私はその姿を見分けることができなかった。 一つの形が私の目の前にあった。 静けさの中で、私は声を聞いた。
17Is een mens ooit rechtvaardig voor God, Een mensenkind rein voor zijn Schepper?
17『死すべき人が神よりも正しいだろうか。 人がその造り主よりもきよいだろうか。
18Zie, zelfs op zijn dienaars kan Hij niet bouwen, Zelfs in zijn engelen ontdekt Hij gebreken.
18見よ、神はそのしもべたちにも信頼を置かれず、 その使いたちにさえ過ちを負わせられる。
19Hoeveel te meer in hen, die lemen hutten bewonen, Wier fundament in het stof is gelegd, En die als motten worden doodgetrapt,
19まして、土くれの家に住む者たち、 その基がちりにあり、 蛾よりもたやすく押しつぶされる者たちは、なおさらだ。
20Van ‘s morgens tot ‘s avonds te pletter gedrukt; Die zonder dat men er acht op slaat, Voor eeuwig vergaan;
20朝から夕方の間に彼らは滅ぼされ、 誰も心に留めないまま、永遠に滅び去る。
21Die, als hun tentpin wordt uitgerukt, Gaan sterven, eer zij het weten!
21その天幕の綱は内から引き抜かれ、 彼らは知恵のないまま死ぬ。』

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.