Job 26
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1Job antwoordde, en sprak
1そこでヨブは答えた。
2Hoe goed weet ge den zwakke te helpen, De krachteloze arm te stutten?
2力のない者を、なんと見事に助けたことか。 力のない腕を、なんとよく救ったことか。
3Hoe weet ge den onwetende raad te geven, En wat wijze lessen spreidt ge ten toon?
3知恵のない者に、なんと見事に助言し、 確かな知識を豊かに宣言したことか。
4Met wiens hulp hebt ge uw woord gesproken Wiens geest is van u uitgegaan?
4あなたは誰に向かって言葉を発したのか。 誰の霊があなたから出たのか。
5De schimmen beven onder de aarde De wateren sidderen met die erin wonen;
5死者の霊たちは震える。 水の下にいる者たちも、そこに住むすべてのものも。
6Het dodenrijk ligt naakt voor zijn oog, De onderwereld zonder bedekking.
6よみ は神の御前で裸であり、 アバドン には何の覆いもない。
7Hij spant het Noorden over de baaierd, Hangt de aarde boven het niet;
7神は北を空虚な空間の上に広げ、 地を何もない所に掛けられる。
8Hij knevelt de wateren in zijn zwerk, De wolken bersten niet onder haar last;
8神はその厚い雲の中に水を包み込まれるが、 雲はその下で破れることはない。
9Hij bedekt het gelaat der volle maan, En spreidt er zijn nevel over uit.
9神はご自身の御座の面を覆い隠し、 その上に雲を広げられる。
10Hij trekt een kring langs de waterspiegel, Waar het licht aan de duisternis grenst;
10神は水の面に境界を引き、 光と暗闇の果てまでを定められた。
11De zuilen van de hemel staan te waggelen, Rillen van angst voor zijn donderende stem.
11天の柱は震え、 その叱責におののく。
12Hij zwiept de zee door zijn kracht, Ranselt Ráhab door zijn beleid;
12神はその力で海をかき立て、 その英知によってラハブを打ち砕かれる。
13Zijn adem blaast de hemel schoon, Zijn hand doorboort de vluchtende Slang!
13神の霊によって天は美しく飾られ、 その御手は逃げ走る蛇を刺し貫いた。
14Is dit nog enkel de zoom van zijn wegen Hoe weinig verstaan wij ervan, En wie begrijpt dan de kracht van zijn donder?
14見よ、これらは神の道のほんの端にすぎない。 私たちが神について聞くのは、なんと小さなささやきだろうか。 しかし、神の力の雷を誰が理解できようか。
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.