Job 5
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1Roep maar: er is niemand, die u antwoord geeft; Tot wien van de heiligen wilt ge u wenden?
1さあ、呼んでみよ。あなたに答える者がいるだろうか。 聖なる者たちのうち、あなたは誰に向かって行くのか。
2Het is dus de wrevel, die den dwaas vermoordt, De gramschap doodt dus den zot.
2憤りは愚かな者を殺し、 妬みは浅はかな者を殺すからだ。
3Ik heb den dwaas wel wortel zien schieten, Maar plotseling verrotte zijn akker;
3私は愚かな者が根を張るのを見たが、 突然、その住まいを呪った。
4Zijn kinderen werden van hulp verstoken, Reddeloos vertrapt in de poort;
4彼の子らは安全から遠く離れている。 彼らは門のところで押しつぶされる。 彼らを救い出す者は誰もいない。
5Wat zij hebben geoogst, eet een hongerige op, En de dorstige rooft en drinkt de melk van hun kudde
5飢えた者が彼らの収穫を食い尽くし、 いばらの中からでもそれを奪い取る。 罠が彼らの財産を飲み込もうと口を開けている。
6Want het kwaad schiet niet op uit het stof, En de rampspoed ontspruit uit de aarde niet:
6苦難はちりから生じるのではなく、 悩みは土から生え出るのでもない。
7Maar het is de mens, die zichzelf de rampspoed verwekt, Zoals de vonken naar boven spatten!
7人は悩むために生まれる。 火花が上に向かって飛ぶように。
8Ik, ik wend mij tot God, En leg mijn zaak aan de Godheid voor:
8しかし私なら、神に尋ね求める。 私の訴えを神に委ねる。
9Hij, die grootse en ondoorgrondelijke dingen wrocht En ontelbare wonderen;
9神は測り知れない大いなること、 数え切れない不思議を行う。
10Die regen over de aarde zendt, En water over de velden giet;
10神は地に雨を降らせ、 野に水を送る。
11Die de nederigen op de hoogte verheft, En treurenden het hoogste geluk doet smaken.
11こうして、低い者を高く上げ、 悲しむ者を安全な所へ引き上げる。
12Die de plannen der sluwen verijdelt, Zodat hun handen de ontwerpen niet ten uitvoer brengen;
12神は悪賢い者たちの企てをくじき、 その手に何も成し遂げさせない。
13Die de wijzen vangt in hun eigen list, Zodat de toeleg der slimmen mislukt,
13神は知恵ある者をその悪賢さで捕らえ、 狡猾な者の企みを覆す。
14En midden op de dag zij op duisternis stuiten, En rondtasten op klaarlichte dag, zoals in de nacht;
14彼らは昼間でも闇にぶつかり、 真昼でも夜のように手探りする。
15Maar die de geplaagden redt uit hun hand, Den arme uit de greep van den sterke:
15しかし神は、彼らの口の剣から、 力ある者の手から、貧しい者を救う。
16Zodat er weer hoop voor den zwakke is, En het onrecht de mond sluit.
16こうして、貧しい者には希望があり、 不正はその口を閉ざす。
17Gelukkig, gij mens, dien God kastijdt: Versmaad dus de straf van den Almachtige niet!
17見よ、神に懲らしめられる人は幸いである。 それゆえ、全能者の懲らしめを軽んじてはならない。
18Want Hij wondt, maar verbindt, Hij kwetst, maar zijn handen genezen.
18神は傷つけるが、包み、 打つが、その御手で癒やす。
19Uit zes noden zal Hij u redden, En in de zevende treft u geen kwaad:
19六つの苦難から神はあなたを救い出し、 七つ目でも災いはあなたに触れない。
20In hongersnood redt Hij u van de dood, In de oorlog uit de greep van het zwaard;
20飢饉のときにはあなたを死から贖い出し、 戦いのときには剣の力から救い出す。
21Gij zijt veilig voor de gesel der tong, Zonder vrees voor het dreigend geweld.
21あなたは舌のむちから隠され、 滅びが来ても恐れることはない。
22Met geweld en gebrek zult ge lachen, Voor wilde beesten niet vrezen:
22あなたは滅びと飢饉を笑い、 地の獣を恐れることはない。
23Want ge hebt een verbond met de stenen op het veld, En het wild gedierte leeft in vriendschap met u
23あなたは野の石と契りを結び、 野の獣はあなたと平和を保つからだ。
24Dan weet ge, dat uw tent in vrede is, Ge niets vermist, als ge uw woning doorzoekt;
24あなたは自分の天幕が平和であることを知り、 自分の牧場を見回っても、何も失われていない。
25Dan weet ge, dat uw nageslacht talrijk zal zijn, Uw spruiten als het gras op het veld.
25あなたはまた、自分の子孫 が数多くなり、 あなたの子孫が地の草のようになるのを知る。
26Eerst in uw ouderdom daalt ge ten grave, Zoals de schoof wordt binnengehaald, als het tijd is!
26あなたは満ち足りた齢で墓に行き着く。 穀物の束がその季節に運び込まれるように。
27Zie, dit hebben we nagespeurd, en zó is het; Luister er naar, en neem het ter harte!
27見よ、私たちはこれを調べた。これはその通りである。 これを聞いて、自分のために悟れ。
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.