Jeremia
Chapter 36
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1In het vierde jaar van Jojakim, den zoon van Josias en koning van Juda, werd dit woord van Jahweh tot Jeremias gericht:
1У четвертому роцї Йоакимовому, царя Юдейського, надійшло від Господа слово до Еремії:
2Neem een boekrol, en schrijf daarop al wat Ik over Israël en Juda en over alle volken heb gezegd, sinds Ik tot u begon te spreken van de tijd van Josias af tot heden toe.
2Возьми книговий звиток та й посписуй в йому всї слова, що я тобі говорив про Ізраїля й про Юду й про всї народи з того часу, як я почав говорити тобі, з часів Йосіїних та й по сей день;
3Misschien bekeert zich het huis van Juda nog van zijn zondige wandel, als ze alle rampen vernemen, die Ik van plan ben hun te berokkenen, zodat Ik hun schuld en hun zonde nog kan vergeven.
3Може дом Юдин, почувши про всї нещастя, які я задумав на них наслати, вернеться кожен із ледачої своєї дороги, — нехай би я простив неправедність їх, і гріхи їх.
4Jeremias liet Baruk ontbieden, den zoon van Neri-ja; en Baruk schreef op een boekrol al wat Jahweh tot Jeremias had gesproken, en Jeremias hem mondeling opgaf.
4І прикликав Еремія Варуха Нирієнка, й вписав Варух у книговий звиток, так як йому Еремія проказував всї слова Господнї, які він йому говорив.
5Daarop gaf Jeremias aan Baruk de opdracht: Men verhindert mij, naar het huis van Jahweh te gaan.
5І наказав Еремія Варухові так: Мене заперто і не можу пійти в дом Господень;
6Gij moet er dus heen gaan, en uit de boekrol, die ge geschreven hebt, zoals ik u opgaf, op de vastendag in de tempel van Jahweh het volk voorlezen wat Jahweh gezegd heeft; ook aan alle Judeërs, die uit hun steden zullen komen, moet ge het voorlezen.
6Так ійди ти, й прочитай із книгового звитка написані з уст моїх слова Господнї голосно перед народом в день посту; та й перед усїма Юдеями, що поприходять із городів своїх, прочитай їх на голос.
7Misschien leggen ze dan hun smeekbede neer voor het aanschijn van Jahweh, en bekeren allen zich nog van hun zondige wandel; want geweldig is de grimmige toorn, waarmede Jahweh dit volk heeft bedreigd.
7Може вони стануть засилати покірні молитви перед лице Господнє і кожне з них вернеться з ледачої дороги своєї; бо великий гнїв і досаду обявив (менї) Господь на сей нарід.
8Baruk, de zoon van Neri-ja, deed al wat de profeet Jeremias hem had bevolen, en ging in de tempel van Jahweh uit het boek de woorden van Jahweh voorlezen.
8І вчинив Варух Нирієнко все, що повелїв йому пророк Еремія, щоб слова Господнї, написані в звитку, прочитати в дому Господньому.
9Het was in het vijfde jaar van Jojakim, den zoon van Josias en koning van Juda, en in de negende maand, dat men al het volk van Jerusalem, en al het volk, dat uit de steden van Juda naar Jerusalem was gekomen, voor Jahweh had samengeroepen, om een vasten te houden.
9У пятому ж роцї Йоакимовому Йосієнковому, царя Юдейського, в девятому місяцї, оповіщено піст перед лицем Господнїм всьому людові в Ерусалимі й усьому народові, що поприходив із городів у Ерусалим.
10Toen las Baruk in de tempel van Jahweh, in het vertrek van den schrijver Gemarjáhoe, den zoon van Sjafan, op de bovenste voorhof en bij de ingang van de nieuwe poort van Jahweh’s tempel ten aanhoren van heel het volk de woorden van Jeremias voor uit het boek.
10І перечитав Варух перед усїм народом слова Ереміїні в дому Господньому, в сьвітлицї писаря Гемарії Сафаненка, на верхньому подвіррі, коло ввіходу в нові ворота в дому Господньому.
11Toen Mikájehoe, de zoon van Gemarjáhoe, zoon van Sjafan, al de woorden van Jahweh uit het boek had gehoord,
11А Михей Гемарієнко Сафаненко, вислухавши всї слова Господнї, написані в книзї,
12liep hij naar het koninklijk paleis beneden de kanselarij in, waar juist alle aanvoerders zitting hielden: de kanselier Elisjama, Delajáhoe de zoon van Sjemajáhoe, Elnatan de zoon van Akbor, Gemarjáhoe de zoon van Sjafan, en Sidkijáhoe de zoon van Chananjáhoe, met alle andere aanvoerders.
12Пійшов у царську палату, в будинок писарів, а там седїли всї князї: царський писарь Елисам, і Делаїя Семаїєнко, й Елнатан Ахборенко, й Гемарія Сафаненко, й Седекія Ананїєнко, й усї князї;
13En Mikájehoe vertelde hun al wat hij Baruk aan het volk uit het boek had horen voorlezen.
13І переповів їм Михей усї слова, що чув, як Варух читав звиток голосно перед народом.
14Toen stuurden alle aanvoerders Jehoedi, den zoon van Netanjáhoe, zoon van Sjelemjáhoe, zoon van Koesji naar Baruk toe met het bevel: Kom zelf hierheen, en breng de rol mee, waaruit ge het volk hebt voorgelezen. En Baruk, de zoon van Neri-ja, nam de rol met zich mee, en ging naar hen toe.
14Тодї послали всї князї до Варуха — Егудїя Натанїєнка, сина Селеміїного, сина Хусіїного, сказати йому: Возьми звиток, що читав єси людові, та й приходь. І взяв Варух Нирієнко звиток в свою руку, й прийшов до них.
15Ze zeiden tot hem: Ga zitten, en lees het ons voor. Baruk deed het.
15Вони сказали йому: Сїдай і прочитай нам на голос; і Варух прочитав їм голосно.
16En toen ze alles hadden gehoord, keken ze elkaar ontsteld aan, en zeiden tot Baruk: We moeten den koning dit alles berichten.
16Вислухавши ж вони всї слова, поглядали з переляком один на одного та й кажуть Варухові: Нам би конче переказати цареві всї оцї слова.
17Maar eerst ondervroegen ze Baruk nog: Vertel ons eens, hoe komt ge aan al wat ge hebt opgeschreven?
17І поспитали в Варуха: Розкажи ж нам, як ти списав всї слова цї з його уст?
18Baruk gaf hun ten antwoord: Jeremias heeft mij dit alles mondeling opgegeven, en ik heb het met inkt in het boek geschreven.
18І відказав їм Варух: Він промовляв менї устами всї ʼцї слова, я ж писав їх у книзї чернилом.
19Toen zeiden de aanvoerders: Ga u dan maar met Jeremias verbergen, en laat niemand weten, waar ge blijft!
19І сказали князї Варухові: Ійди й сховайся, ти й Еремія, так щоб нїхто не знав, де ви.
20Ze lieten de rol in het vertrek van den kanselier Elisjama achter, gingen in allerijl naar den koning en berichtten hem al wat er gebeurd was.
20Потім подались до царя у двір, зоставивши звиток у сьвітлицї царського писаря Елисама, та й розповіли цареві всю справу.
21De koning liet Jehoedi de rol halen; en toen Jehoedi ze uit het vertrek van den kanselier Elisjama gehaald had, las hij ze voor aan den koning en aan alle aanvoerders, die zich om den koning hadden geschaard.
21І послав царь Егудїя по книгу, і взяв її сей із будинку царського писаря Елисама; й читав її Егудїй наголос перед царем і всїма князями, що стояли навкруги царя.
22De koning bewoonde toen het winterverblijf en daar het in de negende maand was, brandde er voor hem een vuur in een pot.
22Царь же перебував під той час, — се було в девятому місяцї — в зимовому дворі, а перед ним горів жар у кітлику.
23Telkens als Jehoedi drie of vier kolommen gelezen had, liet hij ze met een schrijfmes afsnijden en in het vuur van de pot gooien, totdat de hele rol in het vuur van de pot was verteerd.
23Що разу, як Егудїй перечитав два чи три листки, одрізував він їх писарським ножиком і кидав на огонь у кітлику, аж покіль увесь звиток ізгорів на огнї.
24Noch de koning, noch een van zijn hovelingen was ontsteld, of scheurde zijn kleren bij het horen van al die woorden.
24Та не збоялись і не роздерли на собі одежі нї царь, нї всї його слуги, що вислухали всї ʼцї слова.
25Zelfs wilde de koning niet eens naar Elnatan, Delajáhoe en Gemarjáhoe luisteren, toen ze hem smeekten, de rol toch niet te verbranden.
25І хоч Елнатан і Делаїя й Гемарія царя благали не палити звитка, то він їх не послухав.
26Integendeel, de koning gaf prins Jerachmeël, Serajáhoe den zoon van Azriël, en Sjelemjáhoe den zoon van Abdeël bevel, om Baruk den schrijver en den profeet Jeremias gevangen te nemen. Maar Jahweh hield ze verborgen.
26Ба ще й повелїв царь Ерамеїлові Амелехенкові, і Сераїї Азриїленкові та Селемії Авдиїленкові спіймати Варуха, писаря, і Еремію, пророка; та Господь охоронив їх.
27Nadat dus de koning de rol had verbrand met de woorden, die Baruk volgens mondelinge opgave van Jeremias daarop had geschreven, werd het woord van Jahweh tot Jeremias gericht:
27І надійшло слово Господнє до Еремії, після того, як царь спалив звиток із тими словами, що посписував їх Варух із уст Ереміїних, і сказано йому:
28Neem een nieuwe rol, en schrijf er alles weer op, wat op de eerste rol heeft gestaan, die Jojakim, de koning van Juda, heeft verbrand.
28Возьми собі другого звитка та й спиши на йому всї слова, що були на першому звиткові, що його спалив Йоаким, царь Юдейський;
29En over Jojakim, den koning van Juda, moet ge er aan toevoegen: Zo spreekt Jahweh! Ge hebt deze rol verbrand, en gezegd: “Waarom hebt ge er op geschreven, dat de koning van Babel zal komen, het hele land zal verwoesten, en er mens en vee zal verdelgen?”
29І скажи про Йоакима, царя Юдейського, так: Ось що говорить Господь: Спалив єси того звитка, кажучи: На що ти написав в йому, що царь Вавилонський певно прийде й землю сю звоює, а люде й скотину в їй повигублює? —
30Daarom spreekt Jahweh over Jojakim, den koning van Juda: Hij zal niemand hebben, die op de troon van David zal zetelen, en zijn lijk zal worden weggesmeten, overdag in de hitte en ‘s nachts in de kou.
30Тим же то говорить Господь про Йоакима, царя Юдейського, так: Не мати ме він потомка, що седїв би на Давидовому престолї, і лежати ме труп його, кинутий на дневну спеку й на ночну холоднечу;
31Ik zal op hem en zijn kroost en op zijn dienaars hun misdaad wreken, en over hen, en over de bewoners van Jerusalem en over de mannen van Juda alle rampen uitstorten, waarmee Ik ze heb bedreigd, zonder dat ze hebben geluisterd.
31І скараю його й рід його й слуги його за їх неправедність, і пошлю на їх і на осадників Ерусалимських і на всїх мужів Юдейських усе лихо, що вирік на них, а вони того не слухали.
32Jeremias nam dus een nieuwe rol, en stelde ze Baruk den schrijver, den zoon van Neri-ja, ter hand. Deze schreef volgens mondelinge opgave van Jeremias er de hele inhoud in op van het boek, dat Jojakim, de koning van Juda, in het vuur had verbrand, en hij voegde er nog vele andere woorden aan toe van dezelfde strekking.
32І взяв Еремія другого звитка та й передав його писареві Варухові Нирієнкові, а сей списав на йому всї слова тої книги, що її спалив Йоаким, царь Юдейський, так як проказував йому Еремія, — надто ж іще добавлено до того многі такі ж слова.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.