Jeremia 28
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1In hetzelfde jaar: het was in het begin der regering van Sedekias, koning van Juda, in de vijfde maand van het vierde jaar, sprak de profeet Chananja, de zoon van Azzoer uit Gibon, in de tempel van Jahweh en in tegenwoordigheid van de priesters en van heel het volk tot mij:
1У тому ж роцї, — на початку царювання Седекіїного, царя Юдейського, — у четвертому роцї, в пятому місяцї, промовив до мене пророк Ананїя Азуренко з Габану, в дому Господньому при сьвященниках й при всїх людях:
2Zo spreekt Jahweh der heirscharen, Israëls God! Ik breek het juk van den koning van Babel!
2Так говорить Господь воінства небесного, Бог Ізраїля: Розірву ярмо царя Вавилонського;
3Binnen twee jaren breng Ik alle vaten van Jahweh’s tempel, die Nabukodonosor, de koning van Babel, uit deze plaats heeft weggenomen en naar Babel gebracht, weer naar deze plaats terug.
3Через два роки верну в се місце ввесь посуд дому Господнього, що позабірав Навуходонозор, царь Вавилонський із сього місця і перенїс у Вавилон.
4Ook Jekonias, den zoon van Jojakim en koning van Juda, met alle ballingen van Juda, die naar Babel gegaan zijn, breng Ik weer terug naar deze plaats, is de godsspraak van Jahweh; want Ik breek het juk van den koning van Babel!
4Та й Ехонїю Йоакименка, царя Юдейського, й усїх полонян Юдеїв, що позаймано в Вавилон, заверну в се місце, говорить Господь; бо розірву ярмо царя Вавилонського.
5Maar de profeet Jeremias diende den profeet Chananja van antwoord in tegenwoordigheid van de priesters en van heel het volk, dat zich in de tempel van Jahweh bevond.
5І промовив пророк Еремія до пророка Ананїї при сьвященниках і при всїх людях, що стояли в храму Господньому, —
6En de profeet Jeremias zeide: Amen; zo beschikke het Jahweh! Moge Jahweh het woord, dat ge daar profeteert, in vervulling doen gaan, en de vaten van de tempel van Jahweh met alle ballingen uit Babel naar deze plaats terugbrengen.
6І сказав пророк Еремія: Нехай так станеться, нехай так учинить Господь і справдить слова твої, що прорек єси, й верне в се місце посуд дому Господнього й усїх полонян з Вавилону!
7Maar ge moet ook eens luisteren naar dit woord, dat ik ten aanhoren van u en van heel het volk heb te zeggen:
7Однакже вислухай іще се слово, що я виречу при тобі й при всїх людях:
8De oude profeten, die mij en u zijn voorafgegaan, hebben tegen machtige landen en grote rijken slechts oorlog, honger en pest voorspeld.
8Ті пророки, що виступали перше мене й перше тебе з давніх давен, пророкували многим землям і великим царствам війну, нещастє і пошесть.
9De profeet, die dus vrede voorspelt, zal eerst door de uitkomst van zijn woord als profeet worden erkend, dien Jahweh waarachtig heeft gezonden.
9Однако ж признавано тілько такого за пророка, посланого справдї від Бога, коли слово того пророка справджувалось.
10Maar nu trok de profeet Chananja het juk van de hals van den profeet Jeremias, en brak het in stukken.
10Тодї зняв пророк Ананїя деревяне ярмо з Ереміїної шиї та й поломив його;
11En in tegenwoordigheid van heel het volk voegde Chananja er aan toe: Zo spreekt Jahweh! Op dezelfde manier zal Ik het juk van Nabukodonosor, den koning van Babel, breken; binnen twee jaren is het van de nek van alle volken af! Toen ging de profeet Jeremias maar heen.
11І промовив Ананїя при всїх людях сї слова: Так говорить Господь: От як розірву за два роки ярмо Навуходонозорове, царя Вавилонського на шиях у всїх народів! І пійшов Еремія своєю дорогою.
12Maar nadat de profeet Chananja het juk had gebroken, dat de profeet Jeremias om de hals had, werd het woord van Jahweh tot Jeremias gericht.
12Та надійшло слово Господнє до Еремії послї того, як пророк Ананїя поломив деревяне ярмо з шиї в Еремії, таке:
13Ge moet Chananja gaan zeggen: Zo spreekt Jahweh! Een houten juk hebt ge stuk gebroken; een ijzeren juk maak Ik er voor in de plaats!
13Ійди й скажи Ананїї: Так говорить Господь: Ти поломав ярмо деревяне, а замість його зробиш (наведеш) ярмо залїзне.
14Want zo spreekt Jahweh der heirscharen, Israëls God: Een ijzeren juk leg ik om de nek van al deze volken, om ze dienstbaar te maken aan Nabukodonosor, den koning van Babel; ze zullen hem dienen; zelfs de wilde beesten heb Ik in zijn macht geleverd!
14Так бо говорить Господь сил небесних, Бог Ізраїля: Я наложу залїзне ярмо на шиї всїм сим народам, щоб служили Навуходонозорові, цареві Вавилонському, та й служити муть йому, я бо й зьвіррє польове передав йому.
15En tot den profeet Chananja zelf sprak de profeet Jeremias: Luister Chananja; Jahweh heeft u niet gezonden, maar gij hebt de verwachting van dit volk op leugens gegrond.
15І промовив пророк Еремія до пророка Ананїї: Слухай лишень, Ананїє: Господь не послав тебе, й ти приводиш сей нарід до віри в неправду.
16Daarom spreekt Jahweh: Ik stoot u van de aarde weg; eer het jaar voorbij is, zult ge sterven; want ge hebt opstand tegen Jahweh gepreekt.
16Тим же то говорить Господь: Ось, я викину тебе з землї; ще в сьому роцї вмреш, бо говорив єси на перекір Господеві.
17En de profeet Chananja stierf nog in hetzelfde jaar in de zevende maand.
17І вмер пророк Ананїя в тому роцї, в сьомому місяцї.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.