Jeremia 28
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Modern Hebrew Bible
1In hetzelfde jaar: het was in het begin der regering van Sedekias, koning van Juda, in de vijfde maand van het vierde jaar, sprak de profeet Chananja, de zoon van Azzoer uit Gibon, in de tempel van Jahweh en in tegenwoordigheid van de priesters en van heel het volk tot mij:
1ויהי בשנה ההיא בראשית ממלכת צדקיה מלך יהודה בשנת הרבעית בחדש החמישי אמר אלי חנניה בן עזור הנביא אשר מגבעון בבית יהוה לעיני הכהנים וכל העם לאמר׃
2Zo spreekt Jahweh der heirscharen, Israëls God! Ik breek het juk van den koning van Babel!
2כה אמר יהוה צבאות אלהי ישראל לאמר שברתי את על מלך בבל׃
3Binnen twee jaren breng Ik alle vaten van Jahweh’s tempel, die Nabukodonosor, de koning van Babel, uit deze plaats heeft weggenomen en naar Babel gebracht, weer naar deze plaats terug.
3בעוד שנתים ימים אני משיב אל המקום הזה את כל כלי בית יהוה אשר לקח נבוכדנאצר מלך בבל מן המקום הזה ויביאם בבל׃
4Ook Jekonias, den zoon van Jojakim en koning van Juda, met alle ballingen van Juda, die naar Babel gegaan zijn, breng Ik weer terug naar deze plaats, is de godsspraak van Jahweh; want Ik breek het juk van den koning van Babel!
4ואת יכניה בן יהויקים מלך יהודה ואת כל גלות יהודה הבאים בבלה אני משיב אל המקום הזה נאם יהוה כי אשבר את על מלך בבל׃
5Maar de profeet Jeremias diende den profeet Chananja van antwoord in tegenwoordigheid van de priesters en van heel het volk, dat zich in de tempel van Jahweh bevond.
5ויאמר ירמיה הנביא אל חנניה הנביא לעיני הכהנים ולעיני כל העם העמדים בבית יהוה׃
6En de profeet Jeremias zeide: Amen; zo beschikke het Jahweh! Moge Jahweh het woord, dat ge daar profeteert, in vervulling doen gaan, en de vaten van de tempel van Jahweh met alle ballingen uit Babel naar deze plaats terugbrengen.
6ויאמר ירמיה הנביא אמן כן יעשה יהוה יקם יהוה את דבריך אשר נבאת להשיב כלי בית יהוה וכל הגולה מבבל אל המקום הזה׃
7Maar ge moet ook eens luisteren naar dit woord, dat ik ten aanhoren van u en van heel het volk heb te zeggen:
7אך שמע נא הדבר הזה אשר אנכי דבר באזניך ובאזני כל העם׃
8De oude profeten, die mij en u zijn voorafgegaan, hebben tegen machtige landen en grote rijken slechts oorlog, honger en pest voorspeld.
8הנביאים אשר היו לפני ולפניך מן העולם וינבאו אל ארצות רבות ועל ממלכות גדלות למלחמה ולרעה ולדבר׃
9De profeet, die dus vrede voorspelt, zal eerst door de uitkomst van zijn woord als profeet worden erkend, dien Jahweh waarachtig heeft gezonden.
9הנביא אשר ינבא לשלום בבא דבר הנביא יודע הנביא אשר שלחו יהוה באמת׃
10Maar nu trok de profeet Chananja het juk van de hals van den profeet Jeremias, en brak het in stukken.
10ויקח חנניה הנביא את המוטה מעל צואר ירמיה הנביא וישברהו׃
11En in tegenwoordigheid van heel het volk voegde Chananja er aan toe: Zo spreekt Jahweh! Op dezelfde manier zal Ik het juk van Nabukodonosor, den koning van Babel, breken; binnen twee jaren is het van de nek van alle volken af! Toen ging de profeet Jeremias maar heen.
11ויאמר חנניה לעיני כל העם לאמר כה אמר יהוה ככה אשבר את על נבכדנאצר מלך בבל בעוד שנתים ימים מעל צואר כל הגוים וילך ירמיה הנביא לדרכו׃
12Maar nadat de profeet Chananja het juk had gebroken, dat de profeet Jeremias om de hals had, werd het woord van Jahweh tot Jeremias gericht.
12ויהי דבר יהוה אל ירמיה אחרי שבור חנניה הנביא את המוטה מעל צואר ירמיה הנביא לאמר׃
13Ge moet Chananja gaan zeggen: Zo spreekt Jahweh! Een houten juk hebt ge stuk gebroken; een ijzeren juk maak Ik er voor in de plaats!
13הלוך ואמרת אל חנניה לאמר כה אמר יהוה מוטת עץ שברת ועשית תחתיהן מטות ברזל׃
14Want zo spreekt Jahweh der heirscharen, Israëls God: Een ijzeren juk leg ik om de nek van al deze volken, om ze dienstbaar te maken aan Nabukodonosor, den koning van Babel; ze zullen hem dienen; zelfs de wilde beesten heb Ik in zijn macht geleverd!
14כי כה אמר יהוה צבאות אלהי ישראל על ברזל נתתי על צואר כל הגוים האלה לעבד את נבכדנאצר מלך בבל ועבדהו וגם את חית השדה נתתי לו׃
15En tot den profeet Chananja zelf sprak de profeet Jeremias: Luister Chananja; Jahweh heeft u niet gezonden, maar gij hebt de verwachting van dit volk op leugens gegrond.
15ויאמר ירמיה הנביא אל חנניה הנביא שמע נא חנניה לא שלחך יהוה ואתה הבטחת את העם הזה על שקר׃
16Daarom spreekt Jahweh: Ik stoot u van de aarde weg; eer het jaar voorbij is, zult ge sterven; want ge hebt opstand tegen Jahweh gepreekt.
16לכן כה אמר יהוה הנני משלחך מעל פני האדמה השנה אתה מת כי סרה דברת אל יהוה׃
17En de profeet Chananja stierf nog in hetzelfde jaar in de zevende maand.
17וימת חנניה הנביא בשנה ההיא בחדש השביעי׃
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.