Jeremia 29
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Dit is de inhoud van de brief, die de profeet Jeremias uit Jerusalem zond aan de nog levende oudsten onder de ballingen, en aan de priesters, profeten en heel het volk, dat Nabukodonosor van Jerusalem naar Babel had overgebracht,
1А се слова того письма, яке послав був пророк Еремія з Ерусалиму до останку найзначнїйших між полонянами й до сьвященників й пророків та до всього люду, що їх перевів Навуходонозор, царь Вавилонський, із Ерусалиму в Вавилон, —
2nadat koning Jekonias met de gebiedster, de hovelingen en de magistraten van Juda en Jerusalem, met de smeden en bankwerkers Jerusalem hadden moeten verlaten.
2Після того, як пійшли туди з Ерусалиму царь Ехонїя й цариця й скопцї, князї Юдейські й Ерусалимські, та теслї й ковалї, —
3Hij gaf hem mee aan Elasa, den zoon van Sjafan, en Gemarja, den zoon van Chilki-ja, die Sedekias, de koning van Juda, naar Babel zond tot Nabukodonosor, den koning van Babel. Hij luidde:
3А послав через Елеасу Сафаненка та Гемарію Хелкієнка, що їх Седекія, царь Юдейський, посилав до Навуходонозора, царя Вавилонського:
4Zo spreekt Jahweh der heirscharen, Israëls God, tot alle ballingen, die Ik van Jerusalem naar Babel heb overgebracht!
4Так говорить Господь сил небесних, Бог Ізраїля, до всїх полонян, що їх повиводив із Ерусалиму в Вавилон:
5Bouwt huizen, en gaat er in wonen; legt tuinen aan, en geniet van hun vruchten.
5Будуйте доми та й живіть у них; насаджуйте сади та й поживайте їх плоди;
6Neemt vrouwen, en verwekt zonen en dochters; kiest vrouwen ook voor uw zonen, en huwt eveneens uw dochters uit, opdat zij zonen en dochters baren; vermeerdert u daar, in plaats van in getal te verminderen.
6Беріте жени й появлюйте синів та дочок; та й синам вашим беріть жени, а дочки ваші оддавайте заміж, щоб роджали сини й дочки, щоб вас там намножувалось, а не меншало;
7Werkt voor de welvaart der stad, waarheen Ik u heb verbannen, en bidt Jahweh voor haar; want van haar welvaart hangt de uwe af.
7Дбайте про добро того міста, куди я вас позасилав, і молїтесь за його Господеві, бо його гаразд — і ваш гаразд.
8Want zo spreekt Jahweh, Israëls God: Laat u door de profeten, die in uw midden vertoeven, en door uw waarzeggers niet misleiden, en luistert niet naar uw dromers, die ge maar moet laten dromen.
8Так бо говорить Господь Саваот, Бог Ізрайлїв: Не давайте себе ошуковати вашим пророкам, що між вами, та вашим віщунам, і не діймайте віри снам, що вам сняться;
9Want ze profeteren u leugens in mijn Naam; Ik heb ze niet gezonden, is de godsspraak van Jahweh.
9Неправду пророкують вони вам в імя моє; не посилав я їх, — говорить Господь.
10Want zo spreekt Jahweh: Eerst als de zeventig jaren van Babel voorbij zijn, zal Ik weer naar u omzien, en u mijn belofte gestand doen, om u terug te brengen naar deze plaats.
10Так бо говорить Господь: Аж як упливе вам повних сїмдесять років у Вавилонї, аж тодї я навідаюсь до вас і справджу моє прихильне про вас слово, завернути вас у се місце.
11Ik ken toch zelf wel de plannen, die Ik over u heb gemaakt, is de godsspraak van Jahweh! Het zijn plannen van heil en niet van rampen; plannen, om u een hoopvolle toekomst te schenken.
11Бо тілько я самий знаю задуми мої про вас, говорить Господь, — задуми на добро, а не на лихо, щоб забезпечити вам будущину й надїю.
12Als ge dan tot Mij roept en tot Mij komt bidden, dan zal Ik u horen;
12Ви покликнете до мене, й вернетесь; помолитесь, і я почую вас;
13als ge Mij zoekt, met heel uw hart zoekt, dan zult ge Mij vinden.
13І шукати мете мене та й знайдете, як тілько шукати мете мене всїм серцем вашим.
14Ja, dan zal Ik Mij door u laten vinden, is de godsspraak van Jahweh: aan uw ballingschap een einde maken, u verzamelen uit alle volken en plaatsen, waarheen Ik u heb verstrooid, is de godsspraak van Jahweh, en u terugvoeren naar de plaats, waaruit Ik u heb verbannen.
14І я дам вам ізнайти мене, говорить Господь, і поверну вас із неволї й позбіраю вас із усїх народів і з усїх місць, куди вас був повиганяв, говорить Господь, приведу вас назад у те місце, звідки вас вивів.
15Waarachtig, dan zult ge zeggen: Jahweh heeft ons in Babel profeten verwekt!
15Ви кажете: Господь збудив нам пророків й в Вавилонї.
16Maar zo spreekt Jahweh over den koning, die op Davids troon is gezeten, en over heel het volk, dat in deze stad is blijven wonen, over uw broeders, die niet met u in ballingschap zijn gegaan:
16Ось же як Господь говорить найперш про царя, що седить на Давидовому престолї, й про всї люде, що живуть у сьому городї, — про ваше браттє, що не позаймано в полонь, —
17Zo spreekt Jahweh der heirscharen! Zie, Ik laat het zwaard, de honger en de pest op hen los, en zal er mee doen als met rotte vijgen, te slecht om te eten.
17Так говорить Господь Саваот: Се я наведу на них меча, голоднечу й помір, і зроблю їх такими, як та кисла смоква, така погана, що неможна й їсти,
18Ik zal ze vervolgen met het zwaard, met honger en pest, en zal ze ten afschrik maken voor alle koninkrijken der aarde, tot een vloek en ontzetting, tot spot en hoon onder alle volken, waaronder Ik ze zal verstrooien.
18І гонити му за ними з мечем, голоднечею й мором, і подам їх у зневагу всїм царствам на землї, в прокляттє й дивовижу, в посьміх і поругу між усїма народами, куди їх повиганяю, —
19Want ze hebben niet naar mijn woorden geluisterd, spreekt Jahweh; niet geluisterd naar de profeten, mijn dienaars, die Ik hun ‘s morgens vroeg en ‘s avonds laat heb gezonden, is de godsspraak van Jahweh.
19За те, що вони слів моїх не слухали, говорить Господь, із якими я заздалегідь раз-пораз посилав рабів моїх, пророків, а вони не слухали, говорить Господь.
20Luistert gij dan, ballingen, naar het woord van Jahweh, gij allen, die Ik van Jerusalem naar Babel zond.
20А тепер ви, всї полоняне, що я позасилав вас із Ерусалиму в Вавилон, почуйте слово Господнє:
21Zo spreekt Jahweh der heirscharen, Israëls God, over Achab, den zoon van Kolaja en Sidki-jáhoe, den zoon van Maäseja, die u leugens profeteren in mijn Naam: Zie, Ik lever ze uit aan Nabukodonosor, den koning van Babel, die ze voor uw ogen zal doden.
21Так говорить Господь сил небесних, Бог Ізраїля, про Ахава Колїєнка й про Седекію Маасеєнка, що пророкують вам лож в імя моє: Я подам їх на поталу Навуходонозорові, цареві Вавилонському, а сей зробить їм смерть перед очима в вас.
22Men zal een vloek van hen maken bij alle ballingen van Juda, die zich in Babel bevinden: “Jahweh doe met u als met Sidki-jáhoe en Achab, die de koning van Babel in het vuur heeft geroosterd!”
22І ввійде по них звичай у всїх полонян Юдейських у Вавилонї, ось як проклинати: Нехай тобі Господь так зробить, як Седекії й Ахавові, що їх Навуходонозор, царь Вавилонський, на огнї пожарив!
23Want ze hebben een schanddaad in Israël bedreven, door overspel te begaan met vrouwen van anderen, en leugenwoorden te spreken in mijn Naam, daar Ik hun geen opdracht gaf. Ik weet het, en kan het getuigen, is de godsspraak van Jahweh!
23За те, що в Ізраїлї бесчесть коїли: перелюбкували з женами ближнїх своїх та в моє імя говорили лож, що я не заповідав їм. Я знаю про се, сам я тому сьвідок, — говорить Господь.
24En tot Sjemajáhoe, den Nechelamiet, moet ge zeggen:
24До Шемаїї ж Нехеламія промов:
25Zo spreekt Jahweh der heirscharen, Israëls God! Omdat gij op eigen gezag een brief hebt gezonden aan heel het volk van Jerusalem, aan den priester Sefanja, den zoon van Maäseja, en aan alle andere priesters…
25Так говорить Господь сил небесних, Бог Ізрайлїв: За те, що посилав єси від свого імення письма до всього люду в Ерусалимі й до сьвященника Софонїї Маасеєнка, та й до всїх сьвященників, і писав:
26Hij luidde: Jahweh heeft u tot priester aangesteld in plaats van den priester Jehojada, om in de tempel van Jahweh toezicht te houden op iederen geestdrijver, die aan het profeteren slaat, en dien in stok en boeien te zetten.
26Господь поставив тебе намість сьвященника Йодая, щоб ти в Господньому дому наглядав за кожним несамовитим та віщуючим, і щоб такого саджав у темницю та в колоду;
27Waarom laat ge dan Jeremias van Anatot ongemoeid, die onder u profeteert?
27Чом же ти не заборониш Еремії з Анатоту пророкувати в вас?
28Hij heeft bovendien ons in Babel een boodschap gezonden: Nog lang zal het duren! Bouwt huizen, en gaat er in wonen; legt tuinen aan, en geniet van hun vruchten!
28Він же бо прислав і до нас у Вавилон сказати: Неволя ще довго протягнеться: будуйте собі домівки та й живіть у них, насаджуйте сади та й споживайте плод їх.
29Toen de priester Sefanja deze brief aan den profeet Jeremias had voorgelezen,
29Сьвященник Софонїя прочитав се письмо перед пророком Еремієм.
30werd het woord van Jahweh tot Jeremias gericht:
30І надійшло слово Господнє до Еремії, таке:
31Zend alle ballingen deze boodschap! Zo spreekt Jahweh over Sjemaja, den Nechelamiet: Omdat Sjemaja onder u profeteert, zonder dat Ik hem heb gezonden, en omdat hij onder u valse verwachtingen wekt,
31Пошли до всїх полонян сказати: Так говорить Господь про Шемаїю Нехеламія: За се, що Шемаїя пророкує в вас, я же не посилав його, й він вас туманить пустою надїєю, —
32daarom spreekt Jahweh! Zie, Ik zal Mij op Sjemaja, den Nechelamiet, en zijn nageslacht wreken; geen van de zijnen zal een plaats krijgen in de kring van dit volk, om het geluk te aanschouwen, dat Ik mijn volk zal bereiden, is de godsspraak van Jahweh; omdat hij opstand tegen Jahweh heeft gepreekt.
32За те, — говорить Господь — покараю я Шемаїю Нехеламія й його потомків; не мати ме він такого потомка, щоб жив серед люду сього, та й не діжде бачити добра, що я вчиню людові мойму, говорить Господь, бо він говорив на перекір Господеві.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.