Psalmaro 64
Londona Biblio (Esperanto, 1910)Translation
Londona Biblio (Esperanto, 1910)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Aŭdu, ho Dio, mian krion en mia malĝojo; De la teruro pri malamiko gardu mian vivon.
1Voor muziekbegeleiding. Een psalm van David. Hoor, o God, mijn luid gejammer, Bevrijd mijn leven van de schrik voor den vijand;
2Ŝirmu min kontraŭ la konspiro de maliculoj, Kontraŭ la amaso de krimuloj,
2Bescherm mij tegen de aanslag der bozen, En tegen het woelen van schurken.
3Kiuj akrigis sian langon kiel glavon, Direktis vortojn maldolĉajn, kvazaŭ siajn sagojn,
3Want ze scherpen hun tong als een zwaard, Richten als pijlen hun bittere woorden;
4Por pafi kaŝe kontraŭ senkulpulon; Subite ili pafas kontraŭ lin kaj ne timas.
4En om in het geniep den onschuldige te treffen, Leggen ze onverhoeds en onvervaard op hem aan.
5Ili fortikigas sin en malbona intenco, Ili konsiliĝas, por meti sekrete retojn; Ili diras: Kiu ilin vidos?
5Ze stellen hun boze plannen vast, En overleggen, hoe hun strikken te zetten; Ze zeggen: Wie ziet het;
6Ili elpensas krimojn, kaŝas ilin tre zorge interne en si, En la profundeco de la koro.
6Wie achterhaalt onze streken? We zijn met onze plannen gereed, De list is gelukt! Het binnenste van iederen mens is een graf, Een afgrond zijn hart!
7Sed Dio pafos kontraŭ ilin; Per sago subita ili estos frapitaj.
7Daar schiet God zijn pijl op hen af, En de slagen vallen onverwacht op hen neer;
8Kaj ili falos per sia propra lango; Ĉiuj, kiuj ilin vidos, balancos la kapon.
8Hun eigen tong brengt ze ten val: Wie ze ziet, schudt meewarig het hoofd.
9Kaj ektimos ĉiuj homoj, Kaj ili rakontos la agon de Dio Kaj komprenos Liajn farojn.
9En allen zullen vol diep ontzag Gods daden verkonden, Erkennen, dat het zijn werk is geweest;
10La virtulo ĝojos per la Eternulo, kaj fidos Lin; Kaj triumfos ĉiuj, kiuj havas pian koron.
10De brave zal zich in Jahweh verheugen, en op Hem hopen, Alle oprechten van hart zullen juichen!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.